Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2025:2615
2025-09-30
Civiel recht; Ondernemingsrecht
200.348.386/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
OK; enquête; toewijzing; gegronde redenen voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken; onmiddellijke voorziening.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (45.087 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.348.386/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 30 september 2025
inzake
de rechtspersoon naar buitenlands recht
LOTONS LTD.,
gevestigd te Malta,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. G.T.J. Hoff, kantoorhoudende te Haarlem,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DUTCH DOCKLANDS INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Delft,
VERWEERSTER,
niet bij advocaat verschenen,
e n t e g e n
1 [bestuurder] ,
wonende te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VADECA B.V.,
gevestigd te Oss,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DOLDELFT B.V.,
gevestigd te Delft,
4. [aandeelhouder A],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. R.J.W. Analbers en mr. R.A. Siebelink, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CROSSMART BEHEER B.V.,
gevestigd te Egmond aan Zee,
6. [aandeelhouder B],
wonende te [plaats] ,
7. [aandeelhouder C],
wonende te [plaats] ,
8. [aandeelhouder D],
wonende te [plaats] ,
9. [aandeelhouder E],
wonende te [plaats] ,
10. [aandeelhouder F],
wonende te [plaats] ,
11. [aandeelhouder G],
wonende te [plaats] ,
12. [aandeelhouder H],
wonende te [plaats] ,
13. [aandeelhouder I],
wonende te [plaats] ,
14. [aandeelhouder J],
wonende te [plaats] ,
15. [aandeelhouder K],
wonende [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
niet verschenen.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoekster als Lotons en/of aandeelhouder 1;
verweerster als DDI en/of de vennootschap;
belanghebbende sub 1 als [bestuurder] en/of de bestuurder;
belanghebbende sub 2 als Vadeca en/of aandeelhouder 2;
belanghebbende sub 3 als Doldelft en/of aandeelhouder 3;
[middelijk aandeelhouder] als [middelijk aandeelhouder] of middellijk aandeelhouder 3;
belanghebbende sub 4 als [aandeelhouder A] en/of aandeelhouder 4;
belanghebbende sub 1 t/m 4 gezamenlijk als [bestuurder] c.s.;
belanghebbende sub 5 als Crossmart Beheer en/of aandeelhouder 5
belanghebbende sub 9 als [aandeelhouder E] en/of aandeelhouder 9.
1Het verloop van het geding
1.1
Lotons heeft bij verzoekschrift van 25 november 2024 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Dutch Docklands International B.V. over de periode vanaf 1 januari 2021;
als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure
a. een derde persoon te benoemen tot bestuurder met beslissende stem van DDI, zonder welke bestuurder de vennootschap niet kan worden vertegenwoordigd;
b. of een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht;
c. DDI te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.2
[bestuurder] , Vadeca, DolDelft en [aandeelhouder A] hebben bij verweerschrift van 13 februari 2025 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van Lotons af te wijzen en Lotons te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.3
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 6 maart 2025. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Op verzoek van partijen is de zaak vervolgens aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen een schikking te beproeven onder leiding van een mediator. Een schikking is niet tot stand gekomen. Op 18 juli 2025 is uitspraak gevraagd.
2Inleiding en feiten
2.1
Deze zaak gaat over DDI, een vennootschap die een onderneming drijft die zich bezighoudt met bouwen op water. DDI is actief op de Malediven via een dochtervennootschap, die de rechten op een drietal koraalatollen aldaar houdt. DDI is enkele jaren geleden gestart met de gefaseerde verkoop van deze koraalatollen, die het belangrijkste actief van de groep vormen. Een deel van de aandeelhouders van DDI is vertegenwoordigd in of betrokken bij het bestuur; een ander deel niet. Recentelijk is tussen Lotons, een niet bij het bestuur betrokken aandeelhouder, en de vennootschap onenigheid ontstaan naar aanleiding van de verkoop van de eerste koraalatol in 2021, en met name de toekenning van een bonus over 2021 van ruim € 2,2 miljoen aan het bestuur en de (rechts)personen die bij het bestuur waren betrokken. Lotons is over de precieze verkoopopbrengst en de bonus over 2021 eerst in september 2024 geïnformeerd. Lotons meent dat de bonus exorbitant is en is toegekend in strijd met de aandeelhoudersovereenkomst en door misbruik van meerderheidsmacht. Ook overigens respecteert DDI volgens Lotons wet, statuten en de tussen hen geldende aandeelhoudersovereenkomst onvoldoende. Zij verzoekt de Ondernemingskamer daarom een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van DDI met ingang van het boekjaar 2021. Daarnaast verzoekt zij de Ondernemingskamer bij wijze van onmiddellijke voorziening een tweede bestuurder naast [bestuurder] te benoemen, opdat deze toezicht kan houden op de verkoop van de twee resterende koraalatollen en kan voorkomen dat onterecht bonussen worden uitgekeerd.
2.2
DDI is op 21 juli 1998 opgericht. Volgens haar statuten houdt zij zich onder meer bezig met project- en conceptontwikkeling voor bouwen op water.
2.3
[bestuurder] is de enige bestuurder (en ook de enige werknemer) van de vennootschap. [middelijk aandeelhouder] verricht via zijn vennootschap DolDelft ook werkzaamheden voor het bestuur van DDI en ontvangt daarvoor een managementvergoeding. Daarnaast assisteert [aandeelhouder A] [bestuurder] .
2.4
DDI heeft verschillende aandeelhouders. De vier grootste aandeelhouders zijn:
- Vadeca, een vennootschap van [bestuurder] met een aandelenbelang van 34,23%;
- Crossmart Beheer, een vennootschap van [middelijk aandeelhouder 5] (die hierna ook middellijk aandeelhouder 5 zal worden genoemd) met een aandelenbelang van 19,03%;
- Lotons, een vennootschap van [aandeelhouder Lotons] en zijn echtgenote (die hierna samen als de aandeelhouder van Lotons zullen worden aangeduid) met een aandelenbelang van 15,86%;
- DolDelft, een vennootschap van [middelijk aandeelhouder] met een aandelenbelang van 9,52%.
Daarnaast heeft de vennootschap nog enkele kleinere, particuliere aandeelhouders, te weten [aandeelhouder A] en de belanghebbenden sub 6 tot en met 15.
2.5
Tussen de aandeelhouders van DDI en de vennootschap is in 2009 een aandeelhoudersovereenkomst gesloten, waarin onder andere afspraken zijn gemaakt over periodieke informatieverstrekking aan de aandeelhouders. In artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst is verder een bonusregeling opgenomen, die inhoudt dat aan het (statutair) bestuur, de “Hoofddirectie” (in een bijlage bij de aandeelhoudersaandeelhouders gedefinieerd als de gevolmachtigden van het statutair bestuur), de gevolmachtigden van de Hoofddirectie (“Directeuren” genoemd) en overige medewerkers jaarlijks een bedrag ter beschikking staat ter grootte van 20% van de EBIT. Hoe de EBIT moet worden bepaald, is niet geregeld. Wel is opgenomen dat de statutair bestuurder van DDI jaarlijks de verdeling van de bonus bepaalt.
De verkrijging van koraalatollen op de Malediven
2.6
DDI is op enig moment in contact gekomen met de regering van de Malediven, die interesse had in het businessmodel van de vennootschap vanwege de stijgende zeespiegel. DDI heeft vervolgens in 2010 Dutch Docklands Maldives PVT Ltd (hierna: DDM) opgericht.
2.7
DDI houdt 95% van de aandelen in DDM; de Maledivische overheid houdt de overige 5% van de aandelen. Het bestuur van DDM bestaat uit vier vertegenwoordigers van DDI en één vertegenwoordiger van de Maledivische overheid. Namens DDI zitten in het bestuur van DDM: [bestuurder] , [middelijk aandeelhouder] , middellijk aandeelhouder 5 en [aandeelhouder E] , die een belang van 3,33% in DDI houdt.
2.8
DDM heeft vervolgens een aantal zogeheten “master leases” op koraalatollen verkregen. Koraalatollen zijn ringvormige eilanden, die ook wel Lagoons worden genoemd. De waarde van DDM zit niet alleen in de master leases van de Lagoons, maar ook in de vergunningen die de vennootschap heeft verkregen voor projectontwikkeling op de Lagoons.
De verkoop van Lagoons
2.9
In 2018 is de wens ontstaan om de master leases op de Lagoons te verkopen. In 2019 heeft het bestuur uitgesproken een voorkeur te hebben voor een verkoop van DDM als geheel, inclusief de master leases en de vergunningen.
2.10
Tijdens de aandeelhoudersvergadering van 31 oktober 2019 is de verkoop van DDI ter sprake gekomen. De notulen vermelden daarover:
“4. VERKOOP DDI
• [ [bestuurder] ] en [aandeelhouder A] geven uitleg over het proces van verkoop van de leaserights van de lagoons in de Maldiven dat wordt begeleid door Savills en Stibbe.
• Met akkoord van alle aanwezigen wordt ingestemd met een volmacht voor de directie ([ [bestuurder] ]) om het besluit te nemen om DDI te mogen verkopen waarbij het vier ogen principe wordt toegepast (afstemming met [middelijk aandeelhouder] of [aandeelhouder A] ).
• Met akkoord van alle aanwezigen wordt ingestemd met het aanwijzen van [middelijk aandeelhouder] als vervanging van de directie ([ [bestuurder] ]) ingeval [ [bestuurder] ] door omstandigheden zijn taak niet kan vervullen.”
2.11
Bij e-mail van 19 mei 2020 (in de periode van COVID-19) heeft [bestuurder] aan de aandeelhouders een update gegeven over de verkoop:
“Dan zien of de potentiële Chinese koper nog steeds interesse heeft, of we anderen moeten benaderen of wellicht onze strategie moeten herzien om toch de Lagoons per stuk aan te bieden in plaats van als pakket van drie. Dat vereist echter persoonlijke onderhandeling met de overheid van de Malediven, waar we nu nog niet heen kunnen gaan."
2.12
Uiteindelijk is door het bestuur besloten de Lagoons los te verkopen.
2.13
Op 3 mei 2021 is tijdens een aandeelhoudersvergadering over de verkoop van de master lease op een van de Lagoons, Lagoon 19 Maarah (hierna: Lagoon 19), gesproken. De notulen vermelden daarover:
“5. Uitvoering verkoop Lagoon 19
[ [bestuurder] ]: Geeft een toelichting op de proces van verkoop van Lagoon 19. Verwacht word dat eind juni de koop rond kan zijn. Gekeken wordt [hoe] de opbrengst verdeeld kan worden, met inachtneming van alle wettelijke (on)mogelijkheden, en [in]dachtig de verplichtingen van de onderneming en de wens van alle aandeelhouders om ook een deel te krijgen.”
Er is toen door de aanwezige aandeelhouders (waaronder Lotons) geen bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen verkoop.
2.14
Later in 2021 heeft DDM de master lease op Lagoon 19 Maarah (hierna: Lagoon 19) verkocht en overgedragen aan NIRO Investment Group, een Roemeense investeringsmaatschappij. Volgens de jaarrekening van DDM over 2021 is deze Lagoon verkocht voor USD 14.628.112 en zijn voor de verkoop in totaal USD 1.550.791 aan verkoopkosten gemaakt.
2.15
Op 28 juli 2022 heeft een aandeelhoudersvergadering van DDI plaatsgevonden, waarbij de verkoop van Lagoons ter sprake is gekomen. De notulen vermelden daarover:
“4. Update huidige situatie, verkoop en voortgang
[ [bestuurder] ] geeft, samen met [middelijk aandeelhouder] , een toelichting op hetgeen sinds de vorige vergadering is gedaan en welke voortgang is geboekt. Tevens geeft hij een toelichting van de ingezette stappen voor de aankomende periode. Op basis van de getoonde vooruitgang en de voorgenomen acties wordt waardering uitgesproken aan het bestuur en wordt aangegeven door te gaan met hetgeen in gang gezet is.
(…)
5. Rondvraag
[een vertegenwoordiger] vraagt namens [belanghebbende sub 11] naar financiële gegevens met betrekking tot de verkoop van Lagoon 19 en de daarna resterende schuldpositie. Deze gegevens worden opgenomen in de jaarstukken van 2021, welke binnenkort verwacht worden.”
2.16
Ruim twee jaar later, op 18 september 2024, heeft de volgende aandeelhoudersvergadering plaatsgevonden, onder meer ter vaststelling van de jaarrekeningen van DDI over de boekjaren 2021 tot en met 2023. Ruim een week voor die vergadering zijn de concepten voor die jaarrekeningen aan de aandeelhouders gezonden, samen met de jaarrekeningen van DDM over die jaren. In de conceptjaarrekening van DDI over 2021 is onder “bijzondere lasten” een bedrag van € 2.264.000 verantwoord als “Bonusregeling management”; daarnaast is een bedrag van € 866.500 verantwoord als “management fees”. Een toelichting op die posten ontbreekt. De notulen van de vergadering vermelden het volgende:
“Jaarrekening 2021
[De aandeelhouder van Lotons] constateert dat in 2021 een reservering voor een bonus voor het bestuur is gemaakt. Toegelicht wordt dat dit volgt uit artikel 8 van de Aandeelhoudersovereenkomst. Lotons betwijfelt of deze reservering past in de geest van het betreffende artikel, en geeft aan hier nader onderzoek naar te (laten) doen.
Lotons geeft aan dat uit artikel 7.7 van de Aandeelhoudersovereenkomst de beloning van het bestuur door de AVA vastgesteld dient te worden, waarbij opgemerkt wordt dat de hoogte zoals opgenomen in de jaarrekening (15.000 euro per maand voor zowel [bestuurder] als [middelijk aandeelhouder] ) nog niet vastgesteld was. Besloten wordt tot het houden van een stemming of het gevoerde beloningsbeleid en de hoogte van de beloning met terugwerkende kracht goedgekeurd wordt door de vergadering. Hier stemmen [belanghebbende sub 11 en belanghebbende sub 15] tegen, de rest is voor. Daarmee is het gedane voorstel vastgesteld. Aanvullend wordt opgemerkt dat de accountant in jaarstukken een nadere toelichting zal opnemen over de verhouding van de rekening courant tot de directie. [ [bestuurder] ] merkt tot slot op dat de beloning al geruime tijd niet uitgekeerd is.
Na deze vragen en toelichting wordt gestemd over vaststelling van de jaarstukken 2021. Hierbij stemmen Lotons [en belanghebbende sub 11 en sub 15] tegen. [Belanghebbende sub 10] stemt neutraal. De rest stemt voor. Daarmee is de jaarrekening 2021 vastgesteld.
Jaarrekening 2022
Een toelichting wordt gevraagd en gegeven over de hoogte van de post voor managementfee's. Naast de Directie vallen daar ook managementfee's onder voor andere consultants die ingehuurd zijn. [De aandeelhouder van Lotons] roept op om in deze post onderscheid te maken tussen de directie en derden. De accountant geeft aan dit in de toekomst te gaan doen.
Na deze vragen en toelichting wordt gestemd over vaststelling van de jaarstukken 2022. Hierbij stemmen Lotons [en belanghebbenden sub 10, 11 en 15] neutraal. De rest stemt voor. Daarmee is de jaarrekening 2022 vastgesteld.
Jaarrekening 2023
(...)
Bij de bonusbepaling wordt opgemerkt dat er een verschil is in de hoogte van de voorziening tussen 2021 en 2023. Dit komt door een uitkering uit deze voorziening. Lotons maakt hier formeel bezwaar tegen.
Na deze vragen en toelichting wordt gestemd over vaststelling van de jaarstukken 2023. Hierbij stemmen Lotons [en belanghebbenden sub 10, 11 en 15] neutraal. De rest stemt voor. Daarmee is de jaarrekening 2023 vastgesteld.”
2.17
Verder is de toestand van de vennootschap en de verkoop van de Lagoons besproken:
“[ [bestuurder] ] en [middelijk aandeelhouder] geven een toelichting op de afgelopen periode en de huidige stand van zaken. Onder meer wordt ingegaan op de financiële situatie en de dank wordt uitgesproken (en unaniem gedeeld) aan [belanghebbende sub 6] en [ [aandeelhouder A] ] voor de grote support in de afgelopen periode. Ten aanzien van de ontwikkeling van Lagoon 7 wordt toegelicht wat de status is met betrekking tot de hotels op de rand van de lagoon en ten aanzien van de drijvende woningen, inclusief de diverse deals die daarvoor in voorbereiding zijn. Tevens wordt het plan voor Lagoon 9 gedeeld, inclusief de stappen die daar zijn ondernomen en de deal die in voorbereiding is. Brede instemming wordt gedeeld over deze voortgang en grote steun wordt uitgesproken voor de deals waaraan gewerkt wordt, waarbij uitgesproken wordt dat men uitkijkt naar het sluiten van een of meer van deze deals. (…)”
Bezwarenbrief
2.18
Bij brief van 8 november 2024 aan de vennootschap heeft de advocaat van Lotons bezwaren geuit tegen het beleid en de gang van zaken van DDI. Lotons heeft bezwaar gemaakt tegen de post “Bonusregeling 2021” ter grootte van € 2.264.000 die ten laste van het resultaat over 2021 is gebracht in de jaarrekening 2021. Dat bezwaar is onderbouwd met een bijgevoegd memo van Kroll B.V., waarin wordt geconcludeerd dat de werkelijke EBIT van DDI over 2021 (slechts) € 99.177 bedraagt, zodat het totale bonusbedrag als bedoeld in artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst slechts ongeveer € 20.000 bedraagt. Verder is namens Lotons naar voren gebracht dat de vennootschap de wet, de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst niet heeft nageleefd, onder meer door conceptjaarrekeningen niet tijdig ter vaststelling aan de algemene vergadering voor te leggen en door de aandeelhouders niet te informeren over de besteding van de verkoopopbrengsten van Lagoon 19 en over de beloning van de bestuurder en anderen die voor DDI werkzaamheden verrichten.
2.19
Bij brief van 18 november 2024 heeft de (voormalig) advocaat van DDI op de bezwarenbrief gereageerd. Daarbij is toegelicht dat het bij de post “bonusregeling management” gaat om een “reservering”; dat het bedrag niet aan de directie is uitgekeerd, maar dat ten laste van de reservering in 2023 wel een bedrag is uitgekeerd aan een werknemer van DDI. Verder is toegezegd dat alleen een uitkering op grond van de bonusregeling zal worden gedaan nadat de algemene vergadering van DDI zich daarover in positieve zin heeft uitgelaten. Ten aanzien van de bestuurdersbeloning is toegezegd voortaan meer transparantie te zullen betrachten. Tot slot is gesteld dat DDI geen informatieplicht heeft geschonden, omdat [aandeelhouder A] namens DDI Lotons op de hoogte zou hebben gehouden van de voortgang van de onderneming in het algemeen en de voortgang van de verkoop en kapitalisatie van de waarde van de onderneming in het bijzonder.
3De gronden van de beslissing
3.1
Lotons heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van DDI en dat de toestand van de vennootschap nodig maakt dat onmiddellijke voorzieningen worden getroffen. Als toelichting heeft Lotons – samengevat – het volgende naar voren gebracht. Er is sprake van gebrekkige informatieverstrekking aan de aandeelhouders, althans aan de aandeelhouders (zoals Lotons) die niet bij het bestuur van DDI betrokken zijn. Tekortschietende informatievoorziening heeft zich met name voorgedaan rondom de verkoop van Lagoon 19 en de beloning van de bestuurder en aandeelhouders die nauw bij het bestuur zijn betrokken. Ook heeft in deze twee kwesties niet de vereiste voorafgaande besluitvorming in de algemene vergadering plaatsgevonden. Bovendien vinden niet jaarlijks aandeelhoudersvergaderingen plaats en worden jaarrekeningen niet (tijdig) opgemaakt en vastgesteld. De kritiek van Lotons spitst zich met name toe op de wijze waarop de bestuurder van DDI en andere bij het bestuur van de groep betrokken aandeelhouders ten laste van het resultaat over 2021 – het jaar waarin Lagoon 19 is verkocht – zichzelf een bonus hebben toegekend en daar in de algemene vergadering mee hebben ingestemd. Daarbij hebben zij volgens Lotons ook de bonusregeling uit de aandeelhoudersovereenkomst ten eigen voordele onjuist toegepast.
3.2
[bestuurder] c.s. hebben betwist dat sprake is van gegronde redenen om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van DDI te twijfelen en hebben subsidiair aangevoerd dat het verzoek op grond van een belangenafweging moet worden afgewezen. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op het verweer van [bestuurder] c.s. ingaan.
Gegronde redenen
3.3
De Ondernemingskamer komt op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting tot de conclusie dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van DDI te twijfelen. Dat zal hierna worden toegelicht.
Informatievoorziening aan Lotons als aandeelhouder
3.4
De klachten van Lotons over de informatievoorziening aan haar als aandeelhouder treffen doel. Bij DDI is sprake van besloten verhoudingen: er is een beperkte groep aandeelhouders, die veelal via [bestuurder] bij de vennootschap betrokken zijn geraakt en DDI ook met vreemd vermogen financieren. De situatie bij DDI kenmerkt zich verder doordat sommige, maar niet alle, van die aandeelhouders deel uitmaken van het bestuur van DDI ( [bestuurder] ) dan wel nauw bij het bestuur van DDI betrokken zijn ( [aandeelhouder A] en DolDelft) en/of deel uitmaken van het bestuur van de belangrijkste deelneming van DDI, DDM ( [bestuurder] , [aandeelhouder E] , [middelijk aandeelhouder] en middellijk aandeelhouder 5). In een dergelijke situatie brengt artikel 2:8 BW mee dat (het bestuur van) DDI de aandeelhouders die niet bij het bestuur betrokken zijn – zoals Lotons – ruimhartig van informatie voorziet, naar aanleiding van vragen maar ook uit eigen beweging, zowel op de aandeelhoudersvergadering als daarbuiten. In lijn met dit uitgangspunt is in de aandeelhoudersovereenkomst tussen DDI en haar aandeelhouders uit 2009 een periodieke informatieplicht opgenomen, die inhoudt dat maandelijks aan alle aandeelhouders een rapportage wordt verstrekt waarin de gang van zaken van de afgelopen maand summier wordt weergegeven en de verwachtingen voor de korte termijn worden geschetst en daarnaast elk kwartaal een financiële rapportage.
3.5
De informatieverstrekking aan Lotons als aandeelhouder over de verkoop van Lagoon 19, de opbrengst daarvan en de aanwending van die opbrengst is, gemeten naar deze uitgangspunten en in het licht van alle omstandigheden van het geval, onvoldoende geweest. Dit wordt hierna, in 3.6 tot en met 3.11 uitgewerkt.
3.6
De in 2018 voorgenomen verkoop van de drie atollen met de bijbehorende vergunningen waren majeure transacties voor DDI. Het ging om het belangrijkste actief van de groep. De verkoop van Lagoon 19 heeft kennelijk in 2021 (op een niet nader aangeduide datum) plaatsgevonden, nadat hierover tijdens de aandeelhoudersvergadering van 3 mei 2021 is gesproken (zie 2.13 en 2.14). Uit het toen besprokene blijkt dat men zich ervan bewust was dat de aanwending van de opbrengst van de verkoop van Lagoon 19 aandacht behoefde. In de notulen is immers opgenomen: “Gekeken wordt [hoe] de opbrengst verdeeld kan worden, met inachtneming van alle wettelijke (on)mogelijkheden, en [in]dachtig de verplichtingen van de onderneming en de wens van alle aandeelhouders om ook een deel te krijgen.” Het heeft vervolgens tot september 2024 geduurd voordat – via de conceptjaarrekening over 2021 en de jaarrekeningen van DDM – de precieze opbrengst van de verkoop, de kosten van verkoop en de aanwending van de verkoopopbrengst aan alle aandeelhouders bekend werden gemaakt. Dat geschiedde bovendien zonder enige toelichting. Op de enige aandeelhoudersvergadering die in de tussentijd was gehouden – die van 28 juli 2022 – was bovendien namens een van de (niet bij het bestuur betrokken) aandeelhouders verzocht om financiële gegevens met betrekking tot de verkoop van Lagoon 19 en de daarna resterende schuldpositie (zie 2.15). Die informatie is dus pas twee jaar later verstrekt. Bij een majeure transactie als de verkoop van Lagoon 19 had van de vennootschap mogen worden verwacht dat zij op gelijke wijze aan alle aandeelhouders op eigen initiatief kort na de verkoop ruimhartig informatie zou verstrekken over de verkoop, de kosten daarvan, de opbrengst en de aanwending van die opbrengst. Dat heeft DDI niet gedaan. Evenmin heeft zij adequaat gereageerd op de vragen die op de aandeelhoudersvergadering van 2022 zijn gesteld.
3.7
Een en ander klemt te meer omdat de aanwending van de verkoopopbrengst, naar het bestuur van DDI wist of had moeten begrijpen, zeer wel tot meningsverschillen tussen de aandeelhouders aanleiding kon geven. In de jaarrekening over 2021 is als bijzondere last een post “bonusregeling management” ter grootte van € 2.264.000 ten laste van het resultaat over 2021 gebracht (zie 2.16). Daarmee kwam een aanzienlijk deel van de opbrengst van Lagoon 19 niet als winst van DDI over 2021 aan alle aandeelhouders (naar rato van ieders aandelenbezit) ten goede, maar als (een ten laste van de winst komende) bonus uitsluitend aan de beperkte groep aandeelhouders die bij het bestuur van DDI (en/of DDM) betrokken was geweest. Dat geschiedde bovendien, zo is later gebleken, op basis van een uitleg van de aandeelhoudersovereenkomst waarbij naar het oordeel van de Ondernemingskamer op zijn minst vraagtekens zijn te plaatsen. Naar aanleiding van een vraag van Lotons naar deze post “bonusregeling management” op de aandeelhoudersvergadering van 18 september 2024 is slechts toegelicht dat artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst daarvoor de grondslag vormt. Er werd echter geen inzicht gegeven in de wijze waarop de bonus was berekend. Daarvoor was een berekening van de (in de aandeelhoudersovereenkomst bedoelde) EBIT vereist en die ontbrak. Een dergelijke berekening hebben [bestuurder] c.s. eerst in deze procedure gegeven. In die berekening (die uitkomt op een EBIT van € 11.320.542) heeft DDI, anders dan in haar jaarrekeningen, het resultaat van DDM geconsolideerd naar rato van haar aandelenbelang van 95%, waardoor de verkoopprijs van Lagoon 19 minus de verkoopkosten als operationeel resultaat van DDI wordt verantwoord. In haar jaarrekeningen heeft DDI er echter voor gekozen om haar aandeel in de resultaten van DDM na rente en belastingen op te nemen en derhalve buiten EBIT. Volgens het rapport van Kroll B.V. (zie 2.18) had deze laatste benadering bij de berekening van het bonusbedrag gevolgd moeten worden, niet alleen op basis van de eigen jaarrekening van DDI over 2021 maar ook gelet op het (in het rapport toegelichte) “standaardgebruik van EBIT in de praktijk”. De door Kroll B.V. voorgestane berekening van de EBIT van DDI over 2021 bedraagt een fractie van de EBIT die door [bestuurder] c.s. is gebruikt voor de berekening van de bonus voor het management, namelijk slechts € 99.177, wat op grond van artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst zou resulteren in een beschikbaar bonusbedrag over 2021 van circa € 20.000.
3.8
Het is uiteraard niet aan de Ondernemingskamer maar aan de gewone civiele rechter om te oordelen over de vraag hoe het begrip “EBIT’ in artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst moet worden uitgelegd. Nu daarover op zijn minst verschillend kan worden gedacht had het bestuur van DDI, mede gezien het eigen belang bij de gekozen uitleg, alle aandeelhouders vooraf transparant en volledig moeten informeren over de berekening van de EBIT, opdat de aandeelhouders zich daarover een eigen oordeel hadden kunnen vormen, hun stemgedrag op dat oordeel hadden kunnen afstemmen en desgewenst de afspraken uit de aandeelhoudersovereenkomst hadden kunnen inroepen. Dat heeft het bestuur van DDI ten onrechte nagelaten.
3.9
[bestuurder] c.s. voeren aan dat de kostenpost “bonusregeling management” in de jaarrekening 2021 bedoeld is als een “reservering” en – met uitzondering van een bedrag van € 350.000, waarover hierna – nog niet tot uitkering is gekomen. Zij hebben verder toegezegd dat er geen uitkering van de bonus zal plaatsvinden zonder dat de algemene vergadering daartoe heeft besloten. [bestuurder] c.s. miskennen hiermee dat het niet aan de algemene vergadering is om te beslissen over de uitleg van het begrip “EBIT” als bedoeld in artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst en daarmee over de omvang van de bonus die op grond van die bepaling ten laste van de winst mag worden gebracht. Wel zou aan de algemene vergadering voorgesteld kunnen worden te besluiten tot verhoging van de vergoeding voor het bestuur (vgl. artikel 2:245 lid 1 BW), maar dat is een voorstel van een andere orde. Ingevolge artikel 26 van de statuten van DDI is voor een besluit tot verhoging van de vergoeding van een bestuurder bovendien een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen vereist.
3.10
Over het bedrag van € 350.000 dat DDI wel heeft uitgekeerd ten titel van bonus over 2021 heeft DDI haar aandeelhouders ook niet adequaat geïnformeerd. In haar brief van 18 november 2024 aan Lotons (zie 2.19) heeft DDI gesteld dat het bedrag in 2023 aan een werknemer van DDI is uitgekeerd. [bestuurder] c.s. stellen in deze procedure dat het bedrag is uitgekeerd aan “een belangrijke lokale consultant van DDM”, dat die boeking abusievelijk is gebeurd en dat dit “boekhoudkundig is hersteld” in 2024. Ter zitting hebben [bestuurder] c.s. hieraan toegevoegd dat de betaling niet zal worden teruggevorderd. Nog daargelaten dat de laatste toelichting een andere is dan de eerste, laat deze nog veel vragen open. Het had op de weg van [bestuurder] als bestuurder van DDI gelegen, mede in het licht van de afspraken uit de aandeelhoudersovereenkomst, hierover kort na de uitbetaling transparantie te betrachten ten opzichte van de aandeelhouders.
3.11
Volgens de jaarrekening van DDM over 2021 waren met de verkoop van Lagoon 19 USD 1.550.791 aan verkoopkosten gemoeid. Dit is meer dan 10% van de verkoopprijs (zie 2.14). Het had op de weg van DDI gelegen eigener beweging aan de aandeelhouders een toelichting op die aanzienlijke kostenpost te verstrekken. Dat heeft DDI nagelaten. Eerst in deze procedure hebben [bestuurder] c.s. een uitsplitsing van de kostenpost gegeven in enkele subposten voor commissie die aan brokers is betaald, “transaction fee” en juridisch advies. Dat is in het licht van de omvang van de kostenpost en het feit dat de niet bij het bestuur betrokken aandeelhouders geen enkel zicht hebben op de aard en omvang van de daarvoor geleverde diensten of verrichte werkzaamheden nog steeds een (te) summiere toelichting, te meer nu Lotons ook in de bezwarenbrief al heeft geklaagd over het ontbreken van een “precieze opgave van de gemaakte verkoopkosten”.
3.12
De informatieverstrekking aan Lotons als aandeelhouder over de beloning van het bestuur van DDI en andere bij het bestuur betrokkenen is in het licht van alle omstandigheden van het geval ook onvoldoende geweest. In de jaarrekeningen van DDI is tot nu toe altijd een post “management fees” opgenomen, die niet nader is uitgesplitst naar de beloning voor de bestuurder en voor andere (rechts)personen die bij het bestuur betrokken zijn. Die post varieert bovendien sterk door de jaren heen: van € 120.000 in 2018, € 867.000 in 2021 tot € 375.375 in 2023. Naar aanleiding van vragen van Lotons op de aandeelhoudersvergadering van 18 september 2024 is van de zijde van DDI – kennelijk voor het eerst – toegelicht dat in deze post de vergoeding voor de bestuurder en voor externe consultants zijn samengevoegd. In deze procedure hebben [bestuurder] c.s. een uitsplitsing overgelegd van de post managementfees sinds 2016. Daaruit blijkt dat in die post, naast een beperkte beloning voor een externe consultant, de beloning van [bestuurder] en die van DolDelft waren opgenomen. Verder blijkt dat de beloning van [bestuurder] in de jaren 2020, 2022 en 2023 € 180.000 bedroeg, maar in 2021 substantieel meer, namelijk € 444.000. De verklaring die [bestuurder] c.s. voor deze eenmalige verhoging in hun verweerschrift geven, volstaat niet. Het had op de weg van DDI gelegen om over de beloning van [bestuurder] en DolDelft volstrekt transparant te zijn. [bestuurder] heeft kennelijk niet alleen de beloning van DolDelft maar ook zijn eigen beloning buiten de algemene vergadering om vastgesteld (waarover hieronder meer) zonder aan de aandeelhouders inzicht te verschaffen in de hoogte van die respectieve beloningen en de veranderingen daarin. Aldus heeft hij zich ook onttr0kken aan een toetsing van de marktconformiteit van die beloning. Het verweer van [bestuurder] c.s. dat Lotons niet eerder dan op de algemene vergadering van 18 september 2024 nader heeft geïnformeerd naar de post managementfees, neemt de tekortkoming in de informatievoorziening niet weg. Het had op de weg van [bestuurder] gelegen Lotons hierover eigener beweging te informeren.
3.13
[bestuurder] c.s. verweren zich verder nog met de stelling dat [aandeelhouder A] regelmatig namens DDI informeel overleg voerde met de aandeelhouder van Lotons en dat daar ook overdracht van informatie betreffende DDI plaatsvond. Vooralsnog is niet aannemelijk geworden dat in dat overleg de hiervoor genoemde ontbrekende informatie aan Lotons is verstrekt. [bestuurder] c.s. hebben dat ook niet gesteld. Verder is niet gebleken dat in dat overleg enige schriftelijke informatie is verstrekt. Op grond van de aandeelhoudersovereenkomst diende DDI de aandeelhouders periodiek schriftelijk te informeren. [aandeelhouder A] zelf heeft ter zitting verklaard dat de toepassing van de bonusregeling voor het management tijdens de overleggen in ieder geval niet ter sprake is gekomen.
Gebreken in de besluitvorming
3.14
DDI heeft verder miskend dat de bezoldiging van [bestuurder] als bestuurder van DDI op grond van artikel 2:245 lid 1 BW bij besluit van de algemene vergadering moet worden vastgesteld. In de statuten van DDI wordt dit voorschrift herhaald (artikel 15 lid 4) en is tevens bepaald dat voor een dergelijk besluit een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen is vereist. In de aandeelhoudersovereenkomst wordt voor een dergelijk besluit zelfs een twee derde meerderheid van het gehele geplaatste aandelenkapitaal geëist. Tussen partijen staat vast dat de algemene vergadering van DDI in strijd met deze voorschriften in ieder geval tot aan de aandeelhoudersvergadering van 18 september 2024 nooit een besluit tot vaststelling van de bezoldiging van de bestuurder van DDI heeft genomen. Dat getuigt niet van een juiste gang van zaken. Die gang van zaken kan – anders dan [bestuurder] c.s. suggereren – niet worden gebillijkt doordat geen van de aandeelhouders daartegen tot in 2024 bezwaar heeft gemaakt.
3.15
Op de aandeelhoudersvergadering van 18 september 2024 was het nemen van een besluit over de bezoldiging van [bestuurder] niet geagendeerd, maar is wel gestemd over het gevoerde beloningsbeleid, nadat Lotons had gesignaleerd dat een besluit van de algemene vergadering daarover ontbrak. Volgens de notulen is de hoogte van de beloning – waarbij in de notulen vermeld wordt € 15.000 per maand voor zowel [bestuurder] als [middelijk aandeelhouder] – met terugwerkende kracht goedgekeurd. Lotons voert in deze procedure aan dat dit besluit niet rechtsgeldig is omdat de beloning van het bestuur niet was geagendeerd en het besluit niet met algemene stemmen is genomen. Het is niet aan de Ondernemingskamer maar aan de gewone civiele rechter om te oordelen over de rechtsgeldigheid van besluiten. Wat van die rechtsgeldigheid ook zij, aan Lotons kan worden toegegeven dat DDI het onderwerp had moeten agenderen en dat heeft nagelaten. Bovendien is inmiddels gebleken dat de beloning van [bestuurder] over 2021 substantieel meer heeft bedragen van € 15.000 per maand (zie hiervoor). Het ontbreken van tijdig genomen besluiten tot vaststelling van de bezoldiging van [bestuurder] op basis van juiste en volledige informatie draagt bij aan de conclusie dat sprake is van gegronde redenen om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij DDI te twijfelen.
3.16
Tot slot zijn de wettelijke (en statutaire) termijnen voor het opmaken en vaststellen van de jaarrekeningen niet nageleefd over (in ieder geval) de boekjaren 2021, 2022 en 2023. Daarbij is de vertraging over de boekjaren 2021 en 2022 zeer aanzienlijk geweest. DDI heeft haar aandeelhouders ook niet geïnformeerd over de redenen van de vertraging. In 2023 is in het geheel geen aandeelhoudersvergadering gehouden en de aandeelhoudersvergadering in 2024 heeft niet binnen uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar 2023 plaatsgevonden. Dit alles draagt ook bij aan de conclusie dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van DDI.
Onderzoek
3.17
De Ondernemingskamer ziet geen reden om op grond van een belangenafweging af te zien van het gelasten van een onderzoek. Onvoldoende in dit verband is dat [bestuurder] c.s. zich bereid hebben verklaard de bezoldigingskwestie opnieuw aan besluitvorming in de algemene vergadering te onderwerpen en dat zij bereid zijn om na te denken over een nieuwe opzet van de bonusregeling uit de aandeelhoudersovereenkomst en deze opnieuw aan de algemene vergadering voor te leggen. Er is sprake van een patroon van een gebrek aan transparantie jegens de aandeelhouders die niet bij het bestuur van de groep betrokken zijn, dat zich mogelijk voortzet bij de verkoop van de twee resterende atollen. [bestuurder] c.s. stellen dat DDM zich momenteel in het sluitstuk bevindt van de verkoop van de twee resterende atollen met de bijbehorende vergunningen. Volgens een mededeling van [middelijk aandeelhouder] op de aandeelhoudersvergadering van 18 september 2024 is daarmee meer dan € 200 miljoen gemoeid. In dat licht is het op zijn minst twijfelachtig of over het verkoopproces voldoende transparantie is betracht jegens de aandeelhouders die niet bij het bestuur zijn betrokken. Van schriftelijk verstrekte informatie is de Ondernemingskamer in ieder geval niet gebleken.
3.18
De Ondernemingskamer zal dan ook een onderzoek gelasten naar het beleid en de gang van zaken van DDI vanaf 1 januari 2021, maar zal de aanwijzing van een onderzoeker voorlopig aanhouden om te bezien of al door het treffen van de hierna te noemen onmiddellijke voorzieningen een oplossing kan worden bereikt. Ieder van partijen of de door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder kan op elk moment de Ondernemingskamer verzoeken de onderzoeker aan te wijzen. Voor het geval het komt tot aanwijzing van een onderzoeker, zal de Ondernemingskamer de onderzoeker vragen om binnen zes weken een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen. De Ondernemingskamer zal partijen in dat geval in de gelegenheid stellen zich uit te laten over die begroting en vervolgens het onderzoeksbudget vaststellen.
Onmiddellijke voorzieningen
3.19
De Ondernemingskamer acht het met het oog op de toestand van DDI noodzakelijk om als onmiddellijke voorziening een nader aan te wijzen persoon als bestuurder van DDI te benoemen aan wie in het bestuur van DDI – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een beslissende stem toekomt, wat betekent dat overeenkomstig die stem wordt besloten, ook als die stem afwijkt van de meerderheid van de uitgebrachte stemmen, en die zelfstandig bevoegd is DDI te vertegenwoordigen en zonder wie DDI niet vertegenwoordigd kan worden. Voorkomen moet worden dat het patroon van een gebrek aan transparantie voor (een deel van) de aandeelhouders van DDI bij het verkoopproces van de resterende atollen zich voortzet en dat vermogen uit DDI wegvloeit dat aan alle aandeelhouders ten goede zou moeten komen.
3.20
De te benoemen bestuurder mag het ook tot zijn/haar taak rekenen te bezien of een minnelijke regeling tussen partijen kan worden bereikt.
3.21
De Ondernemingskamer zal DDI veroordelen in de kosten van de procedure.
4De beslissing
De Ondernemingskamer:
beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Dutch Docklands International B.V. over de periode vanaf 1 januari 2021;
benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon om het onderzoek te verrichten;
houdt in verband met het bepaalde in 3.18 de aanwijzing van de onderzoeker en de vaststelling van het onderzoeksbudget aan;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Dutch Docklands International B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor het begin van zijn/haar werkzaamheden zekerheid moet stellen;
benoemt mr. A.P. Wessels tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;
benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader aan te wijzen persoon tot bestuurder van Dutch Docklands International B.V. met beslissende stem en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Dutch Docklands International B.V. te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Dutch Docklands International B.V. niet vertegenwoordigd kan worden;
bepaalt dat het salaris en de kosten van deze bestuurder voor rekening komen van Dutch Docklands International B.V. en bepaalt dat Dutch Docklands International B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van zijn/haar werkzaamheden;
veroordeelt Dutch Docklands International B.V. in de kosten van de procedure tot op heden aan de kant van Lotons B.V. begroot op € 3.898;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. Wessels, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. V.G. Moolenaar, drs. G.A.J. Dubbeld, raden, in tegenwoordigheid van mr. J.K.G. Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.P. Wessels op 30 september 2025.
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.348.386/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 30 september 2025
inzake
de rechtspersoon naar buitenlands recht
LOTONS LTD.,
gevestigd te Malta,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. G.T.J. Hoff, kantoorhoudende te Haarlem,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DUTCH DOCKLANDS INTERNATIONAL B.V.,
gevestigd te Delft,
VERWEERSTER,
niet bij advocaat verschenen,
e n t e g e n
1 [bestuurder] ,
wonende te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VADECA B.V.,
gevestigd te Oss,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
DOLDELFT B.V.,
gevestigd te Delft,
4. [aandeelhouder A],
wonende te [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. R.J.W. Analbers en mr. R.A. Siebelink, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
CROSSMART BEHEER B.V.,
gevestigd te Egmond aan Zee,
6. [aandeelhouder B],
wonende te [plaats] ,
7. [aandeelhouder C],
wonende te [plaats] ,
8. [aandeelhouder D],
wonende te [plaats] ,
9. [aandeelhouder E],
wonende te [plaats] ,
10. [aandeelhouder F],
wonende te [plaats] ,
11. [aandeelhouder G],
wonende te [plaats] ,
12. [aandeelhouder H],
wonende te [plaats] ,
13. [aandeelhouder I],
wonende te [plaats] ,
14. [aandeelhouder J],
wonende te [plaats] ,
15. [aandeelhouder K],
wonende [plaats] ,
BELANGHEBBENDEN,
niet verschenen.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoekster als Lotons en/of aandeelhouder 1;
verweerster als DDI en/of de vennootschap;
belanghebbende sub 1 als [bestuurder] en/of de bestuurder;
belanghebbende sub 2 als Vadeca en/of aandeelhouder 2;
belanghebbende sub 3 als Doldelft en/of aandeelhouder 3;
[middelijk aandeelhouder] als [middelijk aandeelhouder] of middellijk aandeelhouder 3;
belanghebbende sub 4 als [aandeelhouder A] en/of aandeelhouder 4;
belanghebbende sub 1 t/m 4 gezamenlijk als [bestuurder] c.s.;
belanghebbende sub 5 als Crossmart Beheer en/of aandeelhouder 5
belanghebbende sub 9 als [aandeelhouder E] en/of aandeelhouder 9.
1Het verloop van het geding
1.1
Lotons heeft bij verzoekschrift van 25 november 2024 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Dutch Docklands International B.V. over de periode vanaf 1 januari 2021;
als onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure
a. een derde persoon te benoemen tot bestuurder met beslissende stem van DDI, zonder welke bestuurder de vennootschap niet kan worden vertegenwoordigd;
b. of een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht;
c. DDI te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.2
[bestuurder] , Vadeca, DolDelft en [aandeelhouder A] hebben bij verweerschrift van 13 februari 2025 de Ondernemingskamer verzocht het verzoek van Lotons af te wijzen en Lotons te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.3
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 6 maart 2025. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt. Op verzoek van partijen is de zaak vervolgens aangehouden om partijen in de gelegenheid te stellen een schikking te beproeven onder leiding van een mediator. Een schikking is niet tot stand gekomen. Op 18 juli 2025 is uitspraak gevraagd.
2Inleiding en feiten
2.1
Deze zaak gaat over DDI, een vennootschap die een onderneming drijft die zich bezighoudt met bouwen op water. DDI is actief op de Malediven via een dochtervennootschap, die de rechten op een drietal koraalatollen aldaar houdt. DDI is enkele jaren geleden gestart met de gefaseerde verkoop van deze koraalatollen, die het belangrijkste actief van de groep vormen. Een deel van de aandeelhouders van DDI is vertegenwoordigd in of betrokken bij het bestuur; een ander deel niet. Recentelijk is tussen Lotons, een niet bij het bestuur betrokken aandeelhouder, en de vennootschap onenigheid ontstaan naar aanleiding van de verkoop van de eerste koraalatol in 2021, en met name de toekenning van een bonus over 2021 van ruim € 2,2 miljoen aan het bestuur en de (rechts)personen die bij het bestuur waren betrokken. Lotons is over de precieze verkoopopbrengst en de bonus over 2021 eerst in september 2024 geïnformeerd. Lotons meent dat de bonus exorbitant is en is toegekend in strijd met de aandeelhoudersovereenkomst en door misbruik van meerderheidsmacht. Ook overigens respecteert DDI volgens Lotons wet, statuten en de tussen hen geldende aandeelhoudersovereenkomst onvoldoende. Zij verzoekt de Ondernemingskamer daarom een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van DDI met ingang van het boekjaar 2021. Daarnaast verzoekt zij de Ondernemingskamer bij wijze van onmiddellijke voorziening een tweede bestuurder naast [bestuurder] te benoemen, opdat deze toezicht kan houden op de verkoop van de twee resterende koraalatollen en kan voorkomen dat onterecht bonussen worden uitgekeerd.
2.2
DDI is op 21 juli 1998 opgericht. Volgens haar statuten houdt zij zich onder meer bezig met project- en conceptontwikkeling voor bouwen op water.
2.3
[bestuurder] is de enige bestuurder (en ook de enige werknemer) van de vennootschap. [middelijk aandeelhouder] verricht via zijn vennootschap DolDelft ook werkzaamheden voor het bestuur van DDI en ontvangt daarvoor een managementvergoeding. Daarnaast assisteert [aandeelhouder A] [bestuurder] .
2.4
DDI heeft verschillende aandeelhouders. De vier grootste aandeelhouders zijn:
- Vadeca, een vennootschap van [bestuurder] met een aandelenbelang van 34,23%;
- Crossmart Beheer, een vennootschap van [middelijk aandeelhouder 5] (die hierna ook middellijk aandeelhouder 5 zal worden genoemd) met een aandelenbelang van 19,03%;
- Lotons, een vennootschap van [aandeelhouder Lotons] en zijn echtgenote (die hierna samen als de aandeelhouder van Lotons zullen worden aangeduid) met een aandelenbelang van 15,86%;
- DolDelft, een vennootschap van [middelijk aandeelhouder] met een aandelenbelang van 9,52%.
Daarnaast heeft de vennootschap nog enkele kleinere, particuliere aandeelhouders, te weten [aandeelhouder A] en de belanghebbenden sub 6 tot en met 15.
2.5
Tussen de aandeelhouders van DDI en de vennootschap is in 2009 een aandeelhoudersovereenkomst gesloten, waarin onder andere afspraken zijn gemaakt over periodieke informatieverstrekking aan de aandeelhouders. In artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst is verder een bonusregeling opgenomen, die inhoudt dat aan het (statutair) bestuur, de “Hoofddirectie” (in een bijlage bij de aandeelhoudersaandeelhouders gedefinieerd als de gevolmachtigden van het statutair bestuur), de gevolmachtigden van de Hoofddirectie (“Directeuren” genoemd) en overige medewerkers jaarlijks een bedrag ter beschikking staat ter grootte van 20% van de EBIT. Hoe de EBIT moet worden bepaald, is niet geregeld. Wel is opgenomen dat de statutair bestuurder van DDI jaarlijks de verdeling van de bonus bepaalt.
De verkrijging van koraalatollen op de Malediven
2.6
DDI is op enig moment in contact gekomen met de regering van de Malediven, die interesse had in het businessmodel van de vennootschap vanwege de stijgende zeespiegel. DDI heeft vervolgens in 2010 Dutch Docklands Maldives PVT Ltd (hierna: DDM) opgericht.
2.7
DDI houdt 95% van de aandelen in DDM; de Maledivische overheid houdt de overige 5% van de aandelen. Het bestuur van DDM bestaat uit vier vertegenwoordigers van DDI en één vertegenwoordiger van de Maledivische overheid. Namens DDI zitten in het bestuur van DDM: [bestuurder] , [middelijk aandeelhouder] , middellijk aandeelhouder 5 en [aandeelhouder E] , die een belang van 3,33% in DDI houdt.
2.8
DDM heeft vervolgens een aantal zogeheten “master leases” op koraalatollen verkregen. Koraalatollen zijn ringvormige eilanden, die ook wel Lagoons worden genoemd. De waarde van DDM zit niet alleen in de master leases van de Lagoons, maar ook in de vergunningen die de vennootschap heeft verkregen voor projectontwikkeling op de Lagoons.
De verkoop van Lagoons
2.9
In 2018 is de wens ontstaan om de master leases op de Lagoons te verkopen. In 2019 heeft het bestuur uitgesproken een voorkeur te hebben voor een verkoop van DDM als geheel, inclusief de master leases en de vergunningen.
2.10
Tijdens de aandeelhoudersvergadering van 31 oktober 2019 is de verkoop van DDI ter sprake gekomen. De notulen vermelden daarover:
“4. VERKOOP DDI
• [ [bestuurder] ] en [aandeelhouder A] geven uitleg over het proces van verkoop van de leaserights van de lagoons in de Maldiven dat wordt begeleid door Savills en Stibbe.
• Met akkoord van alle aanwezigen wordt ingestemd met een volmacht voor de directie ([ [bestuurder] ]) om het besluit te nemen om DDI te mogen verkopen waarbij het vier ogen principe wordt toegepast (afstemming met [middelijk aandeelhouder] of [aandeelhouder A] ).
• Met akkoord van alle aanwezigen wordt ingestemd met het aanwijzen van [middelijk aandeelhouder] als vervanging van de directie ([ [bestuurder] ]) ingeval [ [bestuurder] ] door omstandigheden zijn taak niet kan vervullen.”
2.11
Bij e-mail van 19 mei 2020 (in de periode van COVID-19) heeft [bestuurder] aan de aandeelhouders een update gegeven over de verkoop:
“Dan zien of de potentiële Chinese koper nog steeds interesse heeft, of we anderen moeten benaderen of wellicht onze strategie moeten herzien om toch de Lagoons per stuk aan te bieden in plaats van als pakket van drie. Dat vereist echter persoonlijke onderhandeling met de overheid van de Malediven, waar we nu nog niet heen kunnen gaan."
2.12
Uiteindelijk is door het bestuur besloten de Lagoons los te verkopen.
2.13
Op 3 mei 2021 is tijdens een aandeelhoudersvergadering over de verkoop van de master lease op een van de Lagoons, Lagoon 19 Maarah (hierna: Lagoon 19), gesproken. De notulen vermelden daarover:
“5. Uitvoering verkoop Lagoon 19
[ [bestuurder] ]: Geeft een toelichting op de proces van verkoop van Lagoon 19. Verwacht word dat eind juni de koop rond kan zijn. Gekeken wordt [hoe] de opbrengst verdeeld kan worden, met inachtneming van alle wettelijke (on)mogelijkheden, en [in]dachtig de verplichtingen van de onderneming en de wens van alle aandeelhouders om ook een deel te krijgen.”
Er is toen door de aanwezige aandeelhouders (waaronder Lotons) geen bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen verkoop.
2.14
Later in 2021 heeft DDM de master lease op Lagoon 19 Maarah (hierna: Lagoon 19) verkocht en overgedragen aan NIRO Investment Group, een Roemeense investeringsmaatschappij. Volgens de jaarrekening van DDM over 2021 is deze Lagoon verkocht voor USD 14.628.112 en zijn voor de verkoop in totaal USD 1.550.791 aan verkoopkosten gemaakt.
2.15
Op 28 juli 2022 heeft een aandeelhoudersvergadering van DDI plaatsgevonden, waarbij de verkoop van Lagoons ter sprake is gekomen. De notulen vermelden daarover:
“4. Update huidige situatie, verkoop en voortgang
[ [bestuurder] ] geeft, samen met [middelijk aandeelhouder] , een toelichting op hetgeen sinds de vorige vergadering is gedaan en welke voortgang is geboekt. Tevens geeft hij een toelichting van de ingezette stappen voor de aankomende periode. Op basis van de getoonde vooruitgang en de voorgenomen acties wordt waardering uitgesproken aan het bestuur en wordt aangegeven door te gaan met hetgeen in gang gezet is.
(…)
5. Rondvraag
[een vertegenwoordiger] vraagt namens [belanghebbende sub 11] naar financiële gegevens met betrekking tot de verkoop van Lagoon 19 en de daarna resterende schuldpositie. Deze gegevens worden opgenomen in de jaarstukken van 2021, welke binnenkort verwacht worden.”
2.16
Ruim twee jaar later, op 18 september 2024, heeft de volgende aandeelhoudersvergadering plaatsgevonden, onder meer ter vaststelling van de jaarrekeningen van DDI over de boekjaren 2021 tot en met 2023. Ruim een week voor die vergadering zijn de concepten voor die jaarrekeningen aan de aandeelhouders gezonden, samen met de jaarrekeningen van DDM over die jaren. In de conceptjaarrekening van DDI over 2021 is onder “bijzondere lasten” een bedrag van € 2.264.000 verantwoord als “Bonusregeling management”; daarnaast is een bedrag van € 866.500 verantwoord als “management fees”. Een toelichting op die posten ontbreekt. De notulen van de vergadering vermelden het volgende:
“Jaarrekening 2021
[De aandeelhouder van Lotons] constateert dat in 2021 een reservering voor een bonus voor het bestuur is gemaakt. Toegelicht wordt dat dit volgt uit artikel 8 van de Aandeelhoudersovereenkomst. Lotons betwijfelt of deze reservering past in de geest van het betreffende artikel, en geeft aan hier nader onderzoek naar te (laten) doen.
Lotons geeft aan dat uit artikel 7.7 van de Aandeelhoudersovereenkomst de beloning van het bestuur door de AVA vastgesteld dient te worden, waarbij opgemerkt wordt dat de hoogte zoals opgenomen in de jaarrekening (15.000 euro per maand voor zowel [bestuurder] als [middelijk aandeelhouder] ) nog niet vastgesteld was. Besloten wordt tot het houden van een stemming of het gevoerde beloningsbeleid en de hoogte van de beloning met terugwerkende kracht goedgekeurd wordt door de vergadering. Hier stemmen [belanghebbende sub 11 en belanghebbende sub 15] tegen, de rest is voor. Daarmee is het gedane voorstel vastgesteld. Aanvullend wordt opgemerkt dat de accountant in jaarstukken een nadere toelichting zal opnemen over de verhouding van de rekening courant tot de directie. [ [bestuurder] ] merkt tot slot op dat de beloning al geruime tijd niet uitgekeerd is.
Na deze vragen en toelichting wordt gestemd over vaststelling van de jaarstukken 2021. Hierbij stemmen Lotons [en belanghebbende sub 11 en sub 15] tegen. [Belanghebbende sub 10] stemt neutraal. De rest stemt voor. Daarmee is de jaarrekening 2021 vastgesteld.
Jaarrekening 2022
Een toelichting wordt gevraagd en gegeven over de hoogte van de post voor managementfee's. Naast de Directie vallen daar ook managementfee's onder voor andere consultants die ingehuurd zijn. [De aandeelhouder van Lotons] roept op om in deze post onderscheid te maken tussen de directie en derden. De accountant geeft aan dit in de toekomst te gaan doen.
Na deze vragen en toelichting wordt gestemd over vaststelling van de jaarstukken 2022. Hierbij stemmen Lotons [en belanghebbenden sub 10, 11 en 15] neutraal. De rest stemt voor. Daarmee is de jaarrekening 2022 vastgesteld.
Jaarrekening 2023
(...)
Bij de bonusbepaling wordt opgemerkt dat er een verschil is in de hoogte van de voorziening tussen 2021 en 2023. Dit komt door een uitkering uit deze voorziening. Lotons maakt hier formeel bezwaar tegen.
Na deze vragen en toelichting wordt gestemd over vaststelling van de jaarstukken 2023. Hierbij stemmen Lotons [en belanghebbenden sub 10, 11 en 15] neutraal. De rest stemt voor. Daarmee is de jaarrekening 2023 vastgesteld.”
2.17
Verder is de toestand van de vennootschap en de verkoop van de Lagoons besproken:
“[ [bestuurder] ] en [middelijk aandeelhouder] geven een toelichting op de afgelopen periode en de huidige stand van zaken. Onder meer wordt ingegaan op de financiële situatie en de dank wordt uitgesproken (en unaniem gedeeld) aan [belanghebbende sub 6] en [ [aandeelhouder A] ] voor de grote support in de afgelopen periode. Ten aanzien van de ontwikkeling van Lagoon 7 wordt toegelicht wat de status is met betrekking tot de hotels op de rand van de lagoon en ten aanzien van de drijvende woningen, inclusief de diverse deals die daarvoor in voorbereiding zijn. Tevens wordt het plan voor Lagoon 9 gedeeld, inclusief de stappen die daar zijn ondernomen en de deal die in voorbereiding is. Brede instemming wordt gedeeld over deze voortgang en grote steun wordt uitgesproken voor de deals waaraan gewerkt wordt, waarbij uitgesproken wordt dat men uitkijkt naar het sluiten van een of meer van deze deals. (…)”
Bezwarenbrief
2.18
Bij brief van 8 november 2024 aan de vennootschap heeft de advocaat van Lotons bezwaren geuit tegen het beleid en de gang van zaken van DDI. Lotons heeft bezwaar gemaakt tegen de post “Bonusregeling 2021” ter grootte van € 2.264.000 die ten laste van het resultaat over 2021 is gebracht in de jaarrekening 2021. Dat bezwaar is onderbouwd met een bijgevoegd memo van Kroll B.V., waarin wordt geconcludeerd dat de werkelijke EBIT van DDI over 2021 (slechts) € 99.177 bedraagt, zodat het totale bonusbedrag als bedoeld in artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst slechts ongeveer € 20.000 bedraagt. Verder is namens Lotons naar voren gebracht dat de vennootschap de wet, de statuten en de aandeelhoudersovereenkomst niet heeft nageleefd, onder meer door conceptjaarrekeningen niet tijdig ter vaststelling aan de algemene vergadering voor te leggen en door de aandeelhouders niet te informeren over de besteding van de verkoopopbrengsten van Lagoon 19 en over de beloning van de bestuurder en anderen die voor DDI werkzaamheden verrichten.
2.19
Bij brief van 18 november 2024 heeft de (voormalig) advocaat van DDI op de bezwarenbrief gereageerd. Daarbij is toegelicht dat het bij de post “bonusregeling management” gaat om een “reservering”; dat het bedrag niet aan de directie is uitgekeerd, maar dat ten laste van de reservering in 2023 wel een bedrag is uitgekeerd aan een werknemer van DDI. Verder is toegezegd dat alleen een uitkering op grond van de bonusregeling zal worden gedaan nadat de algemene vergadering van DDI zich daarover in positieve zin heeft uitgelaten. Ten aanzien van de bestuurdersbeloning is toegezegd voortaan meer transparantie te zullen betrachten. Tot slot is gesteld dat DDI geen informatieplicht heeft geschonden, omdat [aandeelhouder A] namens DDI Lotons op de hoogte zou hebben gehouden van de voortgang van de onderneming in het algemeen en de voortgang van de verkoop en kapitalisatie van de waarde van de onderneming in het bijzonder.
3De gronden van de beslissing
3.1
Lotons heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van DDI en dat de toestand van de vennootschap nodig maakt dat onmiddellijke voorzieningen worden getroffen. Als toelichting heeft Lotons – samengevat – het volgende naar voren gebracht. Er is sprake van gebrekkige informatieverstrekking aan de aandeelhouders, althans aan de aandeelhouders (zoals Lotons) die niet bij het bestuur van DDI betrokken zijn. Tekortschietende informatievoorziening heeft zich met name voorgedaan rondom de verkoop van Lagoon 19 en de beloning van de bestuurder en aandeelhouders die nauw bij het bestuur zijn betrokken. Ook heeft in deze twee kwesties niet de vereiste voorafgaande besluitvorming in de algemene vergadering plaatsgevonden. Bovendien vinden niet jaarlijks aandeelhoudersvergaderingen plaats en worden jaarrekeningen niet (tijdig) opgemaakt en vastgesteld. De kritiek van Lotons spitst zich met name toe op de wijze waarop de bestuurder van DDI en andere bij het bestuur van de groep betrokken aandeelhouders ten laste van het resultaat over 2021 – het jaar waarin Lagoon 19 is verkocht – zichzelf een bonus hebben toegekend en daar in de algemene vergadering mee hebben ingestemd. Daarbij hebben zij volgens Lotons ook de bonusregeling uit de aandeelhoudersovereenkomst ten eigen voordele onjuist toegepast.
3.2
[bestuurder] c.s. hebben betwist dat sprake is van gegronde redenen om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van DDI te twijfelen en hebben subsidiair aangevoerd dat het verzoek op grond van een belangenafweging moet worden afgewezen. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op het verweer van [bestuurder] c.s. ingaan.
Gegronde redenen
3.3
De Ondernemingskamer komt op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting tot de conclusie dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van DDI te twijfelen. Dat zal hierna worden toegelicht.
Informatievoorziening aan Lotons als aandeelhouder
3.4
De klachten van Lotons over de informatievoorziening aan haar als aandeelhouder treffen doel. Bij DDI is sprake van besloten verhoudingen: er is een beperkte groep aandeelhouders, die veelal via [bestuurder] bij de vennootschap betrokken zijn geraakt en DDI ook met vreemd vermogen financieren. De situatie bij DDI kenmerkt zich verder doordat sommige, maar niet alle, van die aandeelhouders deel uitmaken van het bestuur van DDI ( [bestuurder] ) dan wel nauw bij het bestuur van DDI betrokken zijn ( [aandeelhouder A] en DolDelft) en/of deel uitmaken van het bestuur van de belangrijkste deelneming van DDI, DDM ( [bestuurder] , [aandeelhouder E] , [middelijk aandeelhouder] en middellijk aandeelhouder 5). In een dergelijke situatie brengt artikel 2:8 BW mee dat (het bestuur van) DDI de aandeelhouders die niet bij het bestuur betrokken zijn – zoals Lotons – ruimhartig van informatie voorziet, naar aanleiding van vragen maar ook uit eigen beweging, zowel op de aandeelhoudersvergadering als daarbuiten. In lijn met dit uitgangspunt is in de aandeelhoudersovereenkomst tussen DDI en haar aandeelhouders uit 2009 een periodieke informatieplicht opgenomen, die inhoudt dat maandelijks aan alle aandeelhouders een rapportage wordt verstrekt waarin de gang van zaken van de afgelopen maand summier wordt weergegeven en de verwachtingen voor de korte termijn worden geschetst en daarnaast elk kwartaal een financiële rapportage.
3.5
De informatieverstrekking aan Lotons als aandeelhouder over de verkoop van Lagoon 19, de opbrengst daarvan en de aanwending van die opbrengst is, gemeten naar deze uitgangspunten en in het licht van alle omstandigheden van het geval, onvoldoende geweest. Dit wordt hierna, in 3.6 tot en met 3.11 uitgewerkt.
3.6
De in 2018 voorgenomen verkoop van de drie atollen met de bijbehorende vergunningen waren majeure transacties voor DDI. Het ging om het belangrijkste actief van de groep. De verkoop van Lagoon 19 heeft kennelijk in 2021 (op een niet nader aangeduide datum) plaatsgevonden, nadat hierover tijdens de aandeelhoudersvergadering van 3 mei 2021 is gesproken (zie 2.13 en 2.14). Uit het toen besprokene blijkt dat men zich ervan bewust was dat de aanwending van de opbrengst van de verkoop van Lagoon 19 aandacht behoefde. In de notulen is immers opgenomen: “Gekeken wordt [hoe] de opbrengst verdeeld kan worden, met inachtneming van alle wettelijke (on)mogelijkheden, en [in]dachtig de verplichtingen van de onderneming en de wens van alle aandeelhouders om ook een deel te krijgen.” Het heeft vervolgens tot september 2024 geduurd voordat – via de conceptjaarrekening over 2021 en de jaarrekeningen van DDM – de precieze opbrengst van de verkoop, de kosten van verkoop en de aanwending van de verkoopopbrengst aan alle aandeelhouders bekend werden gemaakt. Dat geschiedde bovendien zonder enige toelichting. Op de enige aandeelhoudersvergadering die in de tussentijd was gehouden – die van 28 juli 2022 – was bovendien namens een van de (niet bij het bestuur betrokken) aandeelhouders verzocht om financiële gegevens met betrekking tot de verkoop van Lagoon 19 en de daarna resterende schuldpositie (zie 2.15). Die informatie is dus pas twee jaar later verstrekt. Bij een majeure transactie als de verkoop van Lagoon 19 had van de vennootschap mogen worden verwacht dat zij op gelijke wijze aan alle aandeelhouders op eigen initiatief kort na de verkoop ruimhartig informatie zou verstrekken over de verkoop, de kosten daarvan, de opbrengst en de aanwending van die opbrengst. Dat heeft DDI niet gedaan. Evenmin heeft zij adequaat gereageerd op de vragen die op de aandeelhoudersvergadering van 2022 zijn gesteld.
3.7
Een en ander klemt te meer omdat de aanwending van de verkoopopbrengst, naar het bestuur van DDI wist of had moeten begrijpen, zeer wel tot meningsverschillen tussen de aandeelhouders aanleiding kon geven. In de jaarrekening over 2021 is als bijzondere last een post “bonusregeling management” ter grootte van € 2.264.000 ten laste van het resultaat over 2021 gebracht (zie 2.16). Daarmee kwam een aanzienlijk deel van de opbrengst van Lagoon 19 niet als winst van DDI over 2021 aan alle aandeelhouders (naar rato van ieders aandelenbezit) ten goede, maar als (een ten laste van de winst komende) bonus uitsluitend aan de beperkte groep aandeelhouders die bij het bestuur van DDI (en/of DDM) betrokken was geweest. Dat geschiedde bovendien, zo is later gebleken, op basis van een uitleg van de aandeelhoudersovereenkomst waarbij naar het oordeel van de Ondernemingskamer op zijn minst vraagtekens zijn te plaatsen. Naar aanleiding van een vraag van Lotons naar deze post “bonusregeling management” op de aandeelhoudersvergadering van 18 september 2024 is slechts toegelicht dat artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst daarvoor de grondslag vormt. Er werd echter geen inzicht gegeven in de wijze waarop de bonus was berekend. Daarvoor was een berekening van de (in de aandeelhoudersovereenkomst bedoelde) EBIT vereist en die ontbrak. Een dergelijke berekening hebben [bestuurder] c.s. eerst in deze procedure gegeven. In die berekening (die uitkomt op een EBIT van € 11.320.542) heeft DDI, anders dan in haar jaarrekeningen, het resultaat van DDM geconsolideerd naar rato van haar aandelenbelang van 95%, waardoor de verkoopprijs van Lagoon 19 minus de verkoopkosten als operationeel resultaat van DDI wordt verantwoord. In haar jaarrekeningen heeft DDI er echter voor gekozen om haar aandeel in de resultaten van DDM na rente en belastingen op te nemen en derhalve buiten EBIT. Volgens het rapport van Kroll B.V. (zie 2.18) had deze laatste benadering bij de berekening van het bonusbedrag gevolgd moeten worden, niet alleen op basis van de eigen jaarrekening van DDI over 2021 maar ook gelet op het (in het rapport toegelichte) “standaardgebruik van EBIT in de praktijk”. De door Kroll B.V. voorgestane berekening van de EBIT van DDI over 2021 bedraagt een fractie van de EBIT die door [bestuurder] c.s. is gebruikt voor de berekening van de bonus voor het management, namelijk slechts € 99.177, wat op grond van artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst zou resulteren in een beschikbaar bonusbedrag over 2021 van circa € 20.000.
3.8
Het is uiteraard niet aan de Ondernemingskamer maar aan de gewone civiele rechter om te oordelen over de vraag hoe het begrip “EBIT’ in artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst moet worden uitgelegd. Nu daarover op zijn minst verschillend kan worden gedacht had het bestuur van DDI, mede gezien het eigen belang bij de gekozen uitleg, alle aandeelhouders vooraf transparant en volledig moeten informeren over de berekening van de EBIT, opdat de aandeelhouders zich daarover een eigen oordeel hadden kunnen vormen, hun stemgedrag op dat oordeel hadden kunnen afstemmen en desgewenst de afspraken uit de aandeelhoudersovereenkomst hadden kunnen inroepen. Dat heeft het bestuur van DDI ten onrechte nagelaten.
3.9
[bestuurder] c.s. voeren aan dat de kostenpost “bonusregeling management” in de jaarrekening 2021 bedoeld is als een “reservering” en – met uitzondering van een bedrag van € 350.000, waarover hierna – nog niet tot uitkering is gekomen. Zij hebben verder toegezegd dat er geen uitkering van de bonus zal plaatsvinden zonder dat de algemene vergadering daartoe heeft besloten. [bestuurder] c.s. miskennen hiermee dat het niet aan de algemene vergadering is om te beslissen over de uitleg van het begrip “EBIT” als bedoeld in artikel 8 van de aandeelhoudersovereenkomst en daarmee over de omvang van de bonus die op grond van die bepaling ten laste van de winst mag worden gebracht. Wel zou aan de algemene vergadering voorgesteld kunnen worden te besluiten tot verhoging van de vergoeding voor het bestuur (vgl. artikel 2:245 lid 1 BW), maar dat is een voorstel van een andere orde. Ingevolge artikel 26 van de statuten van DDI is voor een besluit tot verhoging van de vergoeding van een bestuurder bovendien een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen vereist.
3.10
Over het bedrag van € 350.000 dat DDI wel heeft uitgekeerd ten titel van bonus over 2021 heeft DDI haar aandeelhouders ook niet adequaat geïnformeerd. In haar brief van 18 november 2024 aan Lotons (zie 2.19) heeft DDI gesteld dat het bedrag in 2023 aan een werknemer van DDI is uitgekeerd. [bestuurder] c.s. stellen in deze procedure dat het bedrag is uitgekeerd aan “een belangrijke lokale consultant van DDM”, dat die boeking abusievelijk is gebeurd en dat dit “boekhoudkundig is hersteld” in 2024. Ter zitting hebben [bestuurder] c.s. hieraan toegevoegd dat de betaling niet zal worden teruggevorderd. Nog daargelaten dat de laatste toelichting een andere is dan de eerste, laat deze nog veel vragen open. Het had op de weg van [bestuurder] als bestuurder van DDI gelegen, mede in het licht van de afspraken uit de aandeelhoudersovereenkomst, hierover kort na de uitbetaling transparantie te betrachten ten opzichte van de aandeelhouders.
3.11
Volgens de jaarrekening van DDM over 2021 waren met de verkoop van Lagoon 19 USD 1.550.791 aan verkoopkosten gemoeid. Dit is meer dan 10% van de verkoopprijs (zie 2.14). Het had op de weg van DDI gelegen eigener beweging aan de aandeelhouders een toelichting op die aanzienlijke kostenpost te verstrekken. Dat heeft DDI nagelaten. Eerst in deze procedure hebben [bestuurder] c.s. een uitsplitsing van de kostenpost gegeven in enkele subposten voor commissie die aan brokers is betaald, “transaction fee” en juridisch advies. Dat is in het licht van de omvang van de kostenpost en het feit dat de niet bij het bestuur betrokken aandeelhouders geen enkel zicht hebben op de aard en omvang van de daarvoor geleverde diensten of verrichte werkzaamheden nog steeds een (te) summiere toelichting, te meer nu Lotons ook in de bezwarenbrief al heeft geklaagd over het ontbreken van een “precieze opgave van de gemaakte verkoopkosten”.
3.12
De informatieverstrekking aan Lotons als aandeelhouder over de beloning van het bestuur van DDI en andere bij het bestuur betrokkenen is in het licht van alle omstandigheden van het geval ook onvoldoende geweest. In de jaarrekeningen van DDI is tot nu toe altijd een post “management fees” opgenomen, die niet nader is uitgesplitst naar de beloning voor de bestuurder en voor andere (rechts)personen die bij het bestuur betrokken zijn. Die post varieert bovendien sterk door de jaren heen: van € 120.000 in 2018, € 867.000 in 2021 tot € 375.375 in 2023. Naar aanleiding van vragen van Lotons op de aandeelhoudersvergadering van 18 september 2024 is van de zijde van DDI – kennelijk voor het eerst – toegelicht dat in deze post de vergoeding voor de bestuurder en voor externe consultants zijn samengevoegd. In deze procedure hebben [bestuurder] c.s. een uitsplitsing overgelegd van de post managementfees sinds 2016. Daaruit blijkt dat in die post, naast een beperkte beloning voor een externe consultant, de beloning van [bestuurder] en die van DolDelft waren opgenomen. Verder blijkt dat de beloning van [bestuurder] in de jaren 2020, 2022 en 2023 € 180.000 bedroeg, maar in 2021 substantieel meer, namelijk € 444.000. De verklaring die [bestuurder] c.s. voor deze eenmalige verhoging in hun verweerschrift geven, volstaat niet. Het had op de weg van DDI gelegen om over de beloning van [bestuurder] en DolDelft volstrekt transparant te zijn. [bestuurder] heeft kennelijk niet alleen de beloning van DolDelft maar ook zijn eigen beloning buiten de algemene vergadering om vastgesteld (waarover hieronder meer) zonder aan de aandeelhouders inzicht te verschaffen in de hoogte van die respectieve beloningen en de veranderingen daarin. Aldus heeft hij zich ook onttr0kken aan een toetsing van de marktconformiteit van die beloning. Het verweer van [bestuurder] c.s. dat Lotons niet eerder dan op de algemene vergadering van 18 september 2024 nader heeft geïnformeerd naar de post managementfees, neemt de tekortkoming in de informatievoorziening niet weg. Het had op de weg van [bestuurder] gelegen Lotons hierover eigener beweging te informeren.
3.13
[bestuurder] c.s. verweren zich verder nog met de stelling dat [aandeelhouder A] regelmatig namens DDI informeel overleg voerde met de aandeelhouder van Lotons en dat daar ook overdracht van informatie betreffende DDI plaatsvond. Vooralsnog is niet aannemelijk geworden dat in dat overleg de hiervoor genoemde ontbrekende informatie aan Lotons is verstrekt. [bestuurder] c.s. hebben dat ook niet gesteld. Verder is niet gebleken dat in dat overleg enige schriftelijke informatie is verstrekt. Op grond van de aandeelhoudersovereenkomst diende DDI de aandeelhouders periodiek schriftelijk te informeren. [aandeelhouder A] zelf heeft ter zitting verklaard dat de toepassing van de bonusregeling voor het management tijdens de overleggen in ieder geval niet ter sprake is gekomen.
Gebreken in de besluitvorming
3.14
DDI heeft verder miskend dat de bezoldiging van [bestuurder] als bestuurder van DDI op grond van artikel 2:245 lid 1 BW bij besluit van de algemene vergadering moet worden vastgesteld. In de statuten van DDI wordt dit voorschrift herhaald (artikel 15 lid 4) en is tevens bepaald dat voor een dergelijk besluit een meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte stemmen is vereist. In de aandeelhoudersovereenkomst wordt voor een dergelijk besluit zelfs een twee derde meerderheid van het gehele geplaatste aandelenkapitaal geëist. Tussen partijen staat vast dat de algemene vergadering van DDI in strijd met deze voorschriften in ieder geval tot aan de aandeelhoudersvergadering van 18 september 2024 nooit een besluit tot vaststelling van de bezoldiging van de bestuurder van DDI heeft genomen. Dat getuigt niet van een juiste gang van zaken. Die gang van zaken kan – anders dan [bestuurder] c.s. suggereren – niet worden gebillijkt doordat geen van de aandeelhouders daartegen tot in 2024 bezwaar heeft gemaakt.
3.15
Op de aandeelhoudersvergadering van 18 september 2024 was het nemen van een besluit over de bezoldiging van [bestuurder] niet geagendeerd, maar is wel gestemd over het gevoerde beloningsbeleid, nadat Lotons had gesignaleerd dat een besluit van de algemene vergadering daarover ontbrak. Volgens de notulen is de hoogte van de beloning – waarbij in de notulen vermeld wordt € 15.000 per maand voor zowel [bestuurder] als [middelijk aandeelhouder] – met terugwerkende kracht goedgekeurd. Lotons voert in deze procedure aan dat dit besluit niet rechtsgeldig is omdat de beloning van het bestuur niet was geagendeerd en het besluit niet met algemene stemmen is genomen. Het is niet aan de Ondernemingskamer maar aan de gewone civiele rechter om te oordelen over de rechtsgeldigheid van besluiten. Wat van die rechtsgeldigheid ook zij, aan Lotons kan worden toegegeven dat DDI het onderwerp had moeten agenderen en dat heeft nagelaten. Bovendien is inmiddels gebleken dat de beloning van [bestuurder] over 2021 substantieel meer heeft bedragen van € 15.000 per maand (zie hiervoor). Het ontbreken van tijdig genomen besluiten tot vaststelling van de bezoldiging van [bestuurder] op basis van juiste en volledige informatie draagt bij aan de conclusie dat sprake is van gegronde redenen om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij DDI te twijfelen.
3.16
Tot slot zijn de wettelijke (en statutaire) termijnen voor het opmaken en vaststellen van de jaarrekeningen niet nageleefd over (in ieder geval) de boekjaren 2021, 2022 en 2023. Daarbij is de vertraging over de boekjaren 2021 en 2022 zeer aanzienlijk geweest. DDI heeft haar aandeelhouders ook niet geïnformeerd over de redenen van de vertraging. In 2023 is in het geheel geen aandeelhoudersvergadering gehouden en de aandeelhoudersvergadering in 2024 heeft niet binnen uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar 2023 plaatsgevonden. Dit alles draagt ook bij aan de conclusie dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van DDI.
Onderzoek
3.17
De Ondernemingskamer ziet geen reden om op grond van een belangenafweging af te zien van het gelasten van een onderzoek. Onvoldoende in dit verband is dat [bestuurder] c.s. zich bereid hebben verklaard de bezoldigingskwestie opnieuw aan besluitvorming in de algemene vergadering te onderwerpen en dat zij bereid zijn om na te denken over een nieuwe opzet van de bonusregeling uit de aandeelhoudersovereenkomst en deze opnieuw aan de algemene vergadering voor te leggen. Er is sprake van een patroon van een gebrek aan transparantie jegens de aandeelhouders die niet bij het bestuur van de groep betrokken zijn, dat zich mogelijk voortzet bij de verkoop van de twee resterende atollen. [bestuurder] c.s. stellen dat DDM zich momenteel in het sluitstuk bevindt van de verkoop van de twee resterende atollen met de bijbehorende vergunningen. Volgens een mededeling van [middelijk aandeelhouder] op de aandeelhoudersvergadering van 18 september 2024 is daarmee meer dan € 200 miljoen gemoeid. In dat licht is het op zijn minst twijfelachtig of over het verkoopproces voldoende transparantie is betracht jegens de aandeelhouders die niet bij het bestuur zijn betrokken. Van schriftelijk verstrekte informatie is de Ondernemingskamer in ieder geval niet gebleken.
3.18
De Ondernemingskamer zal dan ook een onderzoek gelasten naar het beleid en de gang van zaken van DDI vanaf 1 januari 2021, maar zal de aanwijzing van een onderzoeker voorlopig aanhouden om te bezien of al door het treffen van de hierna te noemen onmiddellijke voorzieningen een oplossing kan worden bereikt. Ieder van partijen of de door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder kan op elk moment de Ondernemingskamer verzoeken de onderzoeker aan te wijzen. Voor het geval het komt tot aanwijzing van een onderzoeker, zal de Ondernemingskamer de onderzoeker vragen om binnen zes weken een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen. De Ondernemingskamer zal partijen in dat geval in de gelegenheid stellen zich uit te laten over die begroting en vervolgens het onderzoeksbudget vaststellen.
Onmiddellijke voorzieningen
3.19
De Ondernemingskamer acht het met het oog op de toestand van DDI noodzakelijk om als onmiddellijke voorziening een nader aan te wijzen persoon als bestuurder van DDI te benoemen aan wie in het bestuur van DDI – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een beslissende stem toekomt, wat betekent dat overeenkomstig die stem wordt besloten, ook als die stem afwijkt van de meerderheid van de uitgebrachte stemmen, en die zelfstandig bevoegd is DDI te vertegenwoordigen en zonder wie DDI niet vertegenwoordigd kan worden. Voorkomen moet worden dat het patroon van een gebrek aan transparantie voor (een deel van) de aandeelhouders van DDI bij het verkoopproces van de resterende atollen zich voortzet en dat vermogen uit DDI wegvloeit dat aan alle aandeelhouders ten goede zou moeten komen.
3.20
De te benoemen bestuurder mag het ook tot zijn/haar taak rekenen te bezien of een minnelijke regeling tussen partijen kan worden bereikt.
3.21
De Ondernemingskamer zal DDI veroordelen in de kosten van de procedure.
4De beslissing
De Ondernemingskamer:
beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Dutch Docklands International B.V. over de periode vanaf 1 januari 2021;
benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon om het onderzoek te verrichten;
houdt in verband met het bepaalde in 3.18 de aanwijzing van de onderzoeker en de vaststelling van het onderzoeksbudget aan;
bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Dutch Docklands International B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor het begin van zijn/haar werkzaamheden zekerheid moet stellen;
benoemt mr. A.P. Wessels tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW;
benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure – voor zover nodig in afwijking van de statuten – een nader aan te wijzen persoon tot bestuurder van Dutch Docklands International B.V. met beslissende stem en bepaalt dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is Dutch Docklands International B.V. te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder Dutch Docklands International B.V. niet vertegenwoordigd kan worden;
bepaalt dat het salaris en de kosten van deze bestuurder voor rekening komen van Dutch Docklands International B.V. en bepaalt dat Dutch Docklands International B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van zijn/haar werkzaamheden;
veroordeelt Dutch Docklands International B.V. in de kosten van de procedure tot op heden aan de kant van Lotons B.V. begroot op € 3.898;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. Wessels, voorzitter, mr. A.W.H. Vink en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. V.G. Moolenaar, drs. G.A.J. Dubbeld, raden, in tegenwoordigheid van mr. J.K.G. Meijer, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. A.P. Wessels op 30 september 2025.