Ondernemingsrecht; enquêterecht; procesrecht. Onderzoek naar beleid en gang van zaken van SNS-vennootschappen. Medewerkingsplicht. Mogen de vennootschappen inzage weigeren in notulen, bestuursbesluiten en correspondentie, voor zover daarin informatie staat die is uitgewisseld me
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:350 BW
Genoemd in 553 uitspraken · Officiële wettekst
553 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op bestuurders (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid bestuurder vereist? Samenhang met zaak 16/005
Enquêteverzoek. Eisen voor en in aanmerking te nemen belangen bij het bevelen van onder¬zoek als bedoeld in art. 2:345 BW. Strekking van art. 2:349 lid 1 BW in verband met ontvankelijkheid. Tegenverzoek en vrijheid van de Ondernemingskamer bij de bepaling van de omvang en periode
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Certificaathouders van Funda en Funda hebben ondernemingskamer verzocht onderzoek te gelasten naar beleid en gang van zaken van Funda. Verzoek is toegewezen. Klachten dat NVM als middellijk aandeelhouder van Funda geen onderwerp kan zijn van enquê
Ondernemingsrecht. Toewijsbaarheid van enquêteverzoek betreffende een failliete rechtspersoon (QWEST); doeleinden enquêterecht, HR komt niet terug van zijn rechtspraak sinds HR 10 januari 1990, nr. 21, NJ 1990, 466 (Ogem); aard en strekking van enquêteregeling, uitwerking van HR
Geschil tussen een beursgenoteerde vennootschap en aandeelhouders over een dividenduitkering bij wege van uitgegeven cumulatief preferente aandelen ten aanzien waarvan de vennootschap nadien heeft besloten deze te converteren in gewone aandelen; enquêterecht, kan een enquête word
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op commissarissen (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid commissaris vereist? Samenhang met zaak 16
Ondernemingsrecht. Recht van enquête. Klachten m.b.t. toepassing door OK van art. 2:349a leden 2 en 3 BW bij coöperatie met drie leden in meerdere beschikkingen i.v.m. (handhaving van) benoeming van tijdelijke bestuurder, benoeming van tijdelijke commissaris (met een doorslaggeve
Ondernemingsrecht. Enquête. Kostenverhaal op feitelijk bestuurder op grond van art. 2:354 BW? Hoofdelijke verbondenheid als bedoeld in art. 6:6 lid 2 BW?
Ondernemingsrecht. Houders van certificaten die deel uitmaken van een onverdeelde nalatenschap moeten gelijk worden gesteld met certificaathouders als bedoeld in artikel 2:346, aanhef en onder b, BW en zijn gezamenlijk bevoegd om een enquêteverzoek te doen; in overeenstemming me
Appelprocesrecht; devolutieve werking. Rechtspersonenrecht; vordering tot vernietiging van besluit tot statutenwijziging wegens strijd met eisen van redelijkheid en billijkheid (art. 2:15 lid 1, onder b, BW). In eerste aanleg bij wijze van verweer gedaan beroep op art. 3:53 lid 2
OK; enquêtezaak; IGZ wordt niet ontvankelijk verklaard in haar enquêteverzoek; er wordt een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken; bij wijze van onmiddellijke voorziening wordt de voorzitter/een lid van de raad van toezicht geschorst en worden een voorzitter van
Ondernemingsrecht (Curaçao). Vervolg van HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574. Toewijzing van verzoek om enquête te gelasten. Overgangsrecht met betrekking tot de regeling van het enquêterecht. Reikwijdte van het te verrichten onderzoek. Kan onderzoek ook andere bezwaren omv
OK; Enquête; onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van SNS Reaal N.V. en SNS Bank N.V. over de periode vanaf 1 juli 2006 tot 1 februari 2013, de dag waarop het SNS-concern is genationaliseerd. Art. 2:345, 350 lid 1 BW.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Eerste fase. Ondernemingskamer treft, op verzoek vennootschap en OK-bestuurder, nadere onmiddellijke voorzieningen (ge- en verboden, versterkt met dwangsom) ter waarborging volle werking eerder getroffen onmiddellijke voorzieningen o.v.v. art. 2:3
Enquêterecht. Is door ondernemingskamer gehoorde onderzoeker partij of belanghebbende in de zin van art. 426 Rv? Taak onderzoeker; art. 2:345, 351, 352 en 352a BW. Dient onderzoeker (i) een kopie van gespreksopnames ter beschikking van geïnterviewde personen te stellen, en (ii) h
-
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Ondernemingskamer heeft concernenquête gelast naar beleid en gang van zaken van zowel SNS Reaal als haar dochtervennootschap SNS Bank. Maatstaf voor concernenquête. Verwijzing naar oordeel in zaak 18/04509 (ECLI:NL:HR:2020:478).
OK. Enquête. Onderzoek bevolen naar beleid en gang van zaken van stichting Schaderegelingskantoor voor Rechtsbijstandverzekering (SRK) en de Vereniging Groep Rechtsbijstandverzekering. Bij wijze van onmiddellijke voorziening, vooralsnog voor de duur van het geding, mr. B.F.M. Knü
OK; Enquete; gegronde redenen tot twijfel; concern-enquete; onderzoek gelast en onmiddellijke voorzieningen getroffen; 2:345, 349a lid 2 en 350 lid 1 BW
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op bestuurders (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid bestuurder vereist? Samenhang met zaak 16/005
ASMI. Enquêteprocedure; Verantwoordelijkheid van bestuur van de vennootschap voor de te volgen strategie en voor de corporate governance; geen voorafgaand overleg vereist met aandeelhouders over handelingen waartoe het bestuur bevoegd is (Vgl. HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434, ABN A
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Conclusie in samenhangende zaken 23/03186 en 23/03233. Klachten met betrekking tot OK-oordeel inzake wanbeleid (art. 2:355 BW), vernietiging déchargebesluiten (art. 2:356 BW) en veroordeling in onderzoekskosten (art. 2:354 B
treffen enquete en voorzieningen