Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2025:1423
2025-02-18
Strafrecht
23-002207-24
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- hogerBeroep ECLI:NL:GHAMS:2025:1423 → ECLI:NL:RBNHO:2024:9837 overig
Inhoudsindicatie
Poging tot doodslag.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.018 tekens)
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002207-24
datum uitspraak: 18 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 19 september 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 15-196021-23 en 23-000225-21, 15-001357-22 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
adres: [adres],
thans gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Nu door of namens de verdachte ter terechtzitting te kennen is gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M. Milani, mr. C.J. van der Wilt en mr. L.I.M. van Bergen, in tegenwoordigheid van H. Doruk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 februari 2025.
De oudste en jongste raadsheer zijn buiten staat
dit arrest mede te ondertekenen.
parketnummer: 23-002207-24
datum uitspraak: 18 februari 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 19 september 2024 in de strafzaak onder de parketnummers 15-196021-23 en 23-000225-21, 15-001357-22 (TUL) tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
adres: [adres],
thans gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek ter terechtzitting
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2025.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Nu door of namens de verdachte ter terechtzitting te kennen is gegeven dat de verdachte het hoger beroep niet wil handhaven, moet hij geacht worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken, zodat hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. S.M. Milani, mr. C.J. van der Wilt en mr. L.I.M. van Bergen, in tegenwoordigheid van H. Doruk, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 februari 2025.
De oudste en jongste raadsheer zijn buiten staat
dit arrest mede te ondertekenen.