Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2024:656

2024-02-29 Strafrecht 23-002580-23
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2024-02-29
Publicatiedatum
2024-03-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
23-002580-23
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Jeugd. Ontneming. Niet-ontvankelijkheid van de verdachte.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.037 tekens)
afdeling strafrecht


parketnummer: 23-002580-23 (ontneming)


datum uitspraak: 29 februari 2024






Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 14 september 2023 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-199800-22 tegen de betrokkene







[verdachte01]

,


geboren te [geboorteplaats01] op [geboortedatum01] 2004,


adres: [adres01] .







Procesgang




Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag van € 21.496,- aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel





De betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 9 maart 2023 -kort gezegd- veroordeeld ter zake van onder meer:





medeplegen van witwassen;




een ander door bedreiging met geweld gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen en te dulden;






Voorts heeft de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 14 september 2023 de betrokkene in verband met deze veroordeling de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 15.450,- ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.





Namens de betrokkene is hoger beroep ingesteld tegen laatstgenoemd vonnis.







Onderzoek van de zaak




Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 februari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.





Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.






Ontvankelijkheid van de betrokkene in het hoger beroep




Per e-mail van 26 februari 2024 heeft de raadsman van de betrokkene het hof bericht dat de betrokkene zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer handhaaft en het hoger beroep wenst in te trekken dan wel het hof verzoekt de betrokkene niet-ontvankelijk te verklaren in zijn hoger beroep.





Intrekking van het hoger beroep was niet meer mogelijk, nu het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds op een eerdere (rol)zitting van het hof was aangevangen.





Daarom zal de betrokkene, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, Sv en gehoord de advocaat-generaal, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.







BESLISSING




Het hof:





Verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.






Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R.D. van Heffen, mr. C.J. van der Wilt en mr. N.R.A. Meerbeek, in tegenwoordigheid van mr. C.E. Dongelmans, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 februari 2024.