Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2024:1692

2024-06-18 Civiel recht 200.301.531/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2024-06-18
Publicatiedatum
2024-06-18
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.301.531/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Een om fiscale redenen in Nederland gevestigde bv zonder eigen ondernemingsactiviteiten is leeg achtergebleven met een fiscale schuld. De curator spreekt de advocaat van de aandeelhouders aan en een voormalige bestuurder. De vordering tegen de advocaat is in een eerder tussenarrest niet toewijsbaar geacht. Met betrekking tot de vordering tegen de bestuurder op grond van artikel 2:9 BW wordt het beroep op verjaring en decharge verworpen. De vordering wordt in beginsel toewijsbaar geacht tot het bedrag van de tijdens het bestuurderschap ontstane fiscale schuld (vpb 2009), maar toegewezen tot een gematigd bedrag.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (31.137 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM


afdeling civiel recht en belastingrecht



zaaknummer : 200.301.531/01



zaak-/rolnummer rechtbank : C/13/676708/HA ZA 19-1328




arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 18 juni 2024




inzake





[appellant]
,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Maanwende B.V.
gevestigd te Rotterdam.
appellant,
advocaat: mr. J.P.M. Borsboom te Rotterdam,



tegen





1 [geïntimeerde 1] ,

wonende te [plaats 1] ,
advocaat: mr. M.S.J. Supičić te Amsterdam,

2. [geïntimeerde 2] B.V.,

gevestigd te [plaats 2] ,
advocaat: mr. P.H. Kramer te Amsterdam,

3. [geïntimeerde 3],

wonende te [plaats 2] ,.
advocaat: mr. P.H. Kramer te Amsterdam,
geïntimeerden.




Partijen worden hierna de curator en [geïntimeerden] genoemd. [geïntimeerden] worden afzonderlijk [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] genoemd. De gefailleerde vennootschap wordt Maanwende genoemd.






1De zaak in het kort



[geïntimeerde 1] is in de periode 2006-2010 bestuurder geweest van Maanwende, een vennootschap die is opgericht vanwege het gunstige Nederlandse fiscaal regime. Maanwende ontplooide geen ondernemingsactiviteiten. Maanwende behoorde tot de Russische Areti-groep. Tijdens het bestuurderschap van [geïntimeerde 1] zijn, met gebruikmaking van door [geïntimeerde 1] verstrekte volmachten, leningen ten bedrage van USD 186 miljoen verstrekt aan drie vennootschappen in Belize en is een bedrag van USD 14 miljoen aan advieskosten betaald aan een vennootschap op Bermuda. Het totaalbedrag betrof het gehele vermogen van Maanwende. [geïntimeerde 3] heeft in de desbetreffende periode als advocaat een aantal werkzaamheden verricht. De leningen zijn nooit terugbetaald. De Belastingdienst heeft Maanwende aanslagen Vpb opgelegd die onbetaald zijn gebleven. De curator acht [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] aansprakelijk voor het verdwijnen van het vermogen van Maanwende en heeft op basis daarvan een aantal vorderingen tegen hen ingesteld. Aan [geïntimeerde 2] verwijt de curator het faciliteren van de onttrekking en [geïntimeerde 2] is in zijn visie bovendien aansprakelijk als werkgever van [geïntimeerde 3] . De rechtbank heeft de vorderingen van de curator op inhoudelijke gronden afgewezen. Het hof gelast een mondelinge behandeling om nadere informatie te verkrijgen, onder meer in verband met de gevoerde formele verweren.






2Het geding in hoger beroep


De curator is bij dagvaardingen van 16 augustus 2021 (gerectificeerd bij exploten van 11 oktober 2021) in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 19 mei 2021, onder bovenvermeld zaak- en rolnummer gewezen tussen de curator als eiser en [geïntimeerden] als gedaagden.



Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, tevens houdende wijziging van eis, met producties;
- memorie van antwoord van [geïntimeerde 1] ;
- memorie van antwoord van [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] .


Vervolgens is arrest gevraagd.



De curator heeft geconcludeerd – samengevat – dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad,

Primair: [geïntimeerden] hoofdelijk zal veroordelen aan hem te betalen de tegenwaarde in euro’s van USD 200 miljoen, met wettelijke rente;

Subsidiair: [geïntimeerden] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag gelijk aan het tekort in het faillissement van Maanwende, althans schadevergoeding op te maken bij staat, met wettelijke rente en voorts [geïntimeerden] tot betaling aan hem van een voorschot van € 5,5 miljoen, althans tot betaling van een bedrag dat het hof juist en rechtvaardig acht;

Meer subsidiair: [geïntimeerden] hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan hem van het bedrag van de Vpb aanslag 2009 ad € 621.495,- , althans tot betaling van een bedrag dat het hof juist en rechtvaardig acht;

Primair, subsidiair en meer subsidiair: met hoofdelijke veroordeling van [geïntimeerden] in de kosten van beide instanties, waaronder de beslagkosten en nakosten.




[geïntimeerde 1] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van de curator – uitvoerbaar bij voorraad – in de kosten van het hoger beroep inclusief nakosten.




[geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van de curator in de kosten van (het hof leest:) het hoger beroep inclusief nakosten en met rente.



De curator, [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.






3Feiten


De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Met grief 1 verwijt de curator de rechtbank de feiten onvolledig te hebben weergegeven. Hij noemt daarvan een voorbeeld en verwijst verder naar de toelichting op de grieven II tot en met XVI. De juistheid van de vastgestelde feiten is op zichzelf in hoger beroep echter niet in geschil en (in ieder geval) deze feiten dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Dit zijn de volgende feiten.



3.1
De besloten vennootschap Maanwende B.V. is op 17 november 2000 opgericht. Volgens haar doelomschrijving hield zij zich bezig met het verkrijgen, bezitten, beheren en vervreemden van aandelen in vennootschappen en van alle vermogensbestanddelen, van welke aard ook. Maanwende is opgericht vanwege het gunstige Nederlandse fiscale regime. Zij ontplooide zelf geen activiteiten, zij had geen werknemers, geen debiteuren en geen crediteuren. Het beleid van Maanwende werd op concernniveau bepaald.



3.2

Maanwende heeft in 2005 70% van de aandelen in Inga Joint Stock Company (hierna: Inga) en alle aandelen in OAO Trans-Oil (hierna: Trans-Oil) gekocht voor
€ 1.479.244,- en op 17 augustus 2005 geleverd gekregen.




3.3
De aandelen in Maanwende zijn negen dagen later, op 26 augustus 2005, voor USD 110 miljoen verkocht aan Itera Holdings Ltd., een op Cyprus gevestigde vennootschap. De aandelen zijn op 24 november 2005 geleverd aan (399 aandelen) Itera Holdings Ltd. en (1 aandeel) een aan haar gelieerde, eveneens Cypriotische vennootschap. In 2006 zijn de 399 aandelen van Itera Holdings Ltd. overgedragen aan een gelieerde in Rusland gevestigde vennootschap, LLC Itera Oil and Gas Company. Alle vennootschappen maken deel uit van de Russische Areti-groep, waarvan [naam 1] de UBO is. Het hof zal hierna, in navolging van de rechtbank, als het gaat over de aandeelhouder(s) van Maanwende vanaf 2005, spreken van “Itera”.



3.4

[geïntimeerde 1] was van 7 april 2006 tot 22 februari 2010 enig statutair bestuurder van Maanwende. Hij is tot eind 2006 als advocaat werkzaam geweest bij de maatschap [geïntimeerde 2] . Sindsdien is hij werkzaam als ondernemer en juridisch adviseur en hield hij enige tijd kantoor in het kantoor van [geïntimeerde 2] .



3.5

[geïntimeerde 3] is sinds 2001 tot op heden werkzaam voor [geïntimeerde 2] , eerst voor de maatschap en per 1 januari 2011 voor de bv. Zij is medio 2006 ingeschakeld door Itera voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden.



3.6
Op 13 juni 2006 en 6 september 2006 heeft [geïntimeerde 1] in totaal drie volmachten ondertekend, waarbij [naam 2] (hierna: [naam 2] ) is gemachtigd om informatie uit het aandeelhouderregister van Inga en Trans-Oil op te vragen en alle noodzakelijke documenten te ondertekenen alsmede om namens Maanwende een aantal zaken bij de Russische Sberbank te regelen.



3.7

[geïntimeerde 1] heeft op 22 september 2006 namens Maanwende, na een daartoe strekkend verzoek van [geïntimeerde 3] bij e-mail van 19 september 2006, pandovereenkomsten getekend, waarbij haar 700 aandelen in Inga (met een waarde van USD 73 miljoen) en haar 750 aandelen in Trans-Oil (met een waarde van USD 39 miljoen) zijn verpand aan Sberbank.



3.8
Op 29 augustus 2007 heeft [geïntimeerde 1] een zeer breed omschreven volmacht aan [naam 3] (hierna: [naam 3] ) verleend om Maanwende te vertegenwoordigen bij onder meer de aan- of verkoop van aandelen in Inga en Trans-Oil.



3.9
Op grond van die volmacht heeft [naam 3] namens Maanwende op 3 maart 2008 een ‘Advisory Services Agreement’ getekend, die Maanwende aanging met de op Bermuda gevestigde vennootschap Renaissance Advisory Services Ltd. (hierna: Renaissance) met betrekking tot de verkoop van de aandelen van Maanwende in Inga en Trans-Oil.



3.10
Op 28 maart 2008 heeft Maanwende de aandelen in Inga en Trans-Oil doorverkocht en geleverd aan OJSC Aurora Oil voor USD 200.407.933,--. Volgens haar jaarrekening over 2008 heeft Maanwende met die transactie een boekwinst behaald van omstreeks USD 184 miljoen.



3.11
Bij bericht van 24 april 2008 heeft [naam 4] , hoofd van het legal department van Itera, [geïntimeerde 1] verzocht drie documenten te ondertekenen waarmee eerstgenoemde voor Maanwende een rekening bij Marfin Bank op Cyprus kon openen.



3.12

Bij e-mail van 30 april 2008 heeft de heer [naam 5] (Itera) aan [geïntimeerde 3] bericht, voor zover hier relevant:

“For the purpose of realization of feasible schemes of distribution of Maanwende B.V. profit gained after sale of OJSC INGA and OJSC Trans-Oil, could you, please arrange signing and providing us with the apostilled power of attorney from Maanwende B.V. authorizing [naam 6] to sign loan agreements on behalf of the company (the draft is attached)”





3.13
Bij e-mail van 14 mei 2008 heeft [geïntimeerde 3] aan Itera laten weten dat [geïntimeerde 1] die dag de genoemde volmacht zou tekenen. Daarnaast heeft zij Itera gewezen op het belang van artikel 4.4 van de statuten van Maanwende en op het belang van artikel 2:207c BW.



3.14

[geïntimeerde 1] heeft vervolgens op 14 mei 2008 volmacht verleend aan [naam 6] (hierna: [naam 6] ) om voor de duur van één jaar tot het beloop van USD 200 miljoen ‘to any legal entity’ geldleningen te verstrekken onder de opschortende voorwaarde van goedkeuring door de algemene vergadering van aandeelhouders (ava) van Maanwende.



3.15
Op een volgens de getekende versie van de notulen daarvan op 26 mei 2008 gehouden ava van Maanwende is besloten dat geldleningen van in totaal USD 186 miljoen aan drie Belize-vennootschappen zouden worden verstrekt.



3.16

[naam 6] heeft namens Maanwende drie op 29 mei 2008 gedateerde geldleningsovereenkomsten getekend op grond van de door [geïntimeerde 1] op 14 mei 2008 afgegeven volmacht. Het gaat om de ook in de notulen van de ava genoemde geldleningen, die zijn aangegaan voor de duur van één jaar tegen een rente van 1,5%.



3.17
De geldleningen zijn (in delen) op 30 mei 2008, 2 juni en 3 juni 2008 aan de drie Belize-vennootschappen overgemaakt.



3.18

Bij e-mail van 4 juni 2008 heeft [geïntimeerde 3] van [naam 5] een niet gedateerde en niet ondertekende versie van de notulen van bovengenoemde ava van Maanwende ontvangen, met het verzoek:

“Could you review the draft of the general shareholders’ meeting of Maanwende BV regarding the granting of three loans. (See attached file: Maanwende resolution re granting of loans.doc”.





3.19
In een op 6 juni 2008 gedateerde bijlage bij de eerder genoemde ‘Advisory Service Agreement’ met de titel ‘Act of services rendered to the Advisory Service Agreement’, voor Maanwende kennelijk getekend door [naam 3] , is aan Renaissance toegezegd dat haar voor USD 14 miljoen aan advieskosten zou worden betaald.



3.20
Op 12 augustus 2008 is het in de bijlage bij de ‘Advisory Service Agreement’ genoemde bedrag van USD 14 miljoen van een bankrekening van Maanwende naar Renaissance overgemaakt.



3.21
Op 22 februari 2010 is 2-Trust B.V. [geïntimeerde 1] als bestuurder van Maanwende opgevolgd.



3.22
Op 1 januari 2012 hebben Maanwende en de Belize-vennootschappen in een addendum bij de geldleningsovereenkomsten afgesproken dat de looptijd met terugwerkende kracht van één tot vijf jaar zou worden verlengd.



3.23
De geldleningen zijn niet terugbetaald en er is nooit rente betaald.



3.24
Op 5 februari 2019 is op eigen aangifte het faillissement van Maanwende uitgesproken en is de curator benoemd.



3.25
De curator heeft bij gelijkluidende brieven van 7 november 2019 [geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 2] en [geïntimeerde 3] aansprakelijk gesteld voor de schade die Maanwende en/of haar gezamenlijke crediteuren door hun handelen en/of nalaten hebben geleden. Ter verzekering van verhaal van de boedelvorderingen heeft de curator eveneens op 7 november 2019 conservatoir (derden)beslag ten laste van [geïntimeerde 1] doen leggen.



3.26
De belastingdienst heeft over de jaren 2009 tot en met 2016 aan Maanwende aanslagen vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd. De belastingdienst is er daarbij van uitgegaan dat de vorderingen op de Belize Vennootschappen niet mogen worden afgewaardeerd.



3.27

Over de aanslagen is door (de aandeelhouder(s) van) Maanwende tot en met de Hoge Raad geprocedeerd. De belastingaanslagen over de jaren 2009 tot en met 2013 zijn onherroepelijk komen vast te staan. De aanslag over 2014 is verlaagd naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 juli 2020.
De belastingdienst heeft per 6 april 2021 preferente vorderingen ingediend tot een bedrag van € 5.297.992,-.







4Beoordeling


4.1

De curator heeft [geïntimeerden] gedagvaard voor de rechtbank Amsterdam en gevorderd zoals hiervoor onder 2 onder primair en subsidiair is weergegeven. De curator heeft, kort gezegd, het volgende aan zijn vordering ten grondslag gelegd


[geïntimeerde 1]
heeft Maanwende onbehoorlijk bestuurd en door zijn toedoen is het hele vermogen van Maanwende verdwenen en resteert een lege vennootschap met een belastingschuld. [geïntimeerde 1] valt hiervan een ernstig persoonlijk verwijt te maken. Hij is primair op grond van artikel 2:9 BW en subsidiair op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk voor de daardoor door Maanwende en de door haar gezamenlijke crediteuren geleden schade.


[geïntimeerde 3]
heeft [geïntimeerde 1] actief geholpen en geadviseerd en door haar handelwijze heeft zij de onttrekking van USD 200 miljoen aan Maanwende mede mogelijk gemaakt althans bevorderd. Dat is onrechtmatig jegens de vennootschap en haar gezamenlijke crediteuren. [geïntimeerde 3] is ook als advocaat aansprakelijk omdat er redelijke aanwijzingen bestonden dat de aan haar opgedragen taak strekte tot (de voorbereiding van) onwettige activiteiten en zij wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat deze handelingen zouden leiden tot benadeling van de gezamenlijke crediteuren. Zij is op grond van artikel 6:74 jo. 7:401 BW dan wel op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk voor de door Maanwende en de door haar gezamenlijke crediteuren geleden schade.


[geïntimeerde 2]
bood [geïntimeerde 1] gelegenheid en onderkomen om te doen wat hij deed. Verder heeft [geïntimeerde 2] althans [geïntimeerde 3] als advocaat voor Maanwende en de Itera-groep werkzaamheden verricht – waaronder meegewerkt aan de geldleningen – waarvan zij zich had moeten en kunnen onthouden. Zij heeft onrechtmatig gehandeld jegens de gezamenlijke crediteuren van Maanwende, wat te meer geldt nu op haar als advocatenkantoor een bijzondere zorgplicht en verantwoordelijkheid rust. Zij is op grond van artikel 6:170 BW althans artikel 6:171 BW aansprakelijk voor het handelen van [geïntimeerde 1] en zij is als werkgever van [geïntimeerde 3] aansprakelijk voor het handelen van [geïntimeerde 3] .
De door Maanwende geleden schade bedraagt USD 200 miljoen.




4.2
De rechtbank heeft de vorderingen van de curator afgewezen. De rechtbank heeft (in rechtsoverweging 4.3) tot uitgangspunt genomen dat, ongeacht de grondslag van de vordering, [geïntimeerde 1] respectievelijk [geïntimeerde 3] alleen aansprakelijk kunnen zijn als op het moment van het verweten handelen of nalaten voor hen voorzienbaar was dat dit handelen of nalaten tot gevolg zou hebben dat Maanwende leeg zou achterblijven met een belastingschuld. Met betrekking tot [geïntimeerde 1] overwoog de rechtbank daarbij dat het vennootschappelijk belang van Maanwende materieel geheel samenvalt met de belangen van de benadeelde derden, te weten de belastingdienst en de boedelschuldeisers, reden waarom in dit geval ook voor aansprakelijkheid op grond van artikel 2:9 BW de voorwaarde van voorzienbaarheid moet worden gesteld. De rechtbank heeft voorts (in rechtsoverweging 4.4) de taken van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] nader belicht. [geïntimeerde 1] was formeel bestuurder van Maanwende en zorgde voor het domicilie, de opname in het handelsregister, het deponeren van de jaarstukken en het ondertekenen van aan hem (door [geïntimeerde 3] ) voorgelegde volmachten. [geïntimeerde 3] heeft met name ondersteunende werkzaamheden voor Itera verricht, bestaande uit het (ter ondertekening) doorsturen van documenten aan [geïntimeerde 1] , het laten legaliseren van documenten en het (sporadisch) beantwoorden van algemene vragen over de Nederlandse wetgeving en de statuten van Maanwende.



4.3
Ten aanzien van [geïntimeerde 1] (rechtsoverwegingen 4.5 tot en met 4.10) achtte de rechtbank vervolgens onvoldoende gebleken dat [geïntimeerde 1] reden had om aan te nemen dat de door de aandeelhouders aangewezen gevolmachtigden op zo’n manier gebruik zouden maken van de vrije hand die hij ze gaf dat Maanwende leeg en met een belastingschuld zou achterblijven. De rechtbank heeft in dat verband een drietal punten besproken die schakels vormden in het proces dat daadwerkelijk heeft geleid tot het leeg achterblijven van Maanwende, te weten de volmacht van 29 augustus 2007, de volmacht van 14 mei 2008 aan [naam 6] en documenten met betrekking tot tussen 23 april en 2 juni 2008 geopende bankrekeningen bij banken op Cyprus.



4.4
Ook ten aanzien van [geïntimeerde 3] (in rechtsoverwegingen 4.11 tot en met 4.16) besprak de rechtbank een aantal door haar mogelijk relevant geachte stukken omdat die betrekking hadden op schakels in het proces, te weten de e-mails van 30 april 2008, van 14 mei 2008 en van 4 juni 2008. De rechtbank achtte geen voorzienbaarheid van [geïntimeerde 3] aanwezig dan wel was van oordeel dat er geen verband was tussen haar handelen en het leeg achterblijven van Maanwende met een belastingschuld. Nu [geïntimeerde 3] niet aansprakelijk was voor de door Maanwende dan wel de gezamenlijke crediteuren geleden schade, was ook de vordering tegen [geïntimeerde 2] niet toewijsbaar.



4.5
Omdat de rechtbank de vorderingen van de curator op inhoudelijke gronden afwees, kwam zij niet toe aan bespreking van de formele verweren van [geïntimeerden] , waaronder het beroep op verjaring.



4.6
Tegen de beslissingen van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt de curator in hoger beroep met negentien grieven op. Kort gezegd verwijt de curator de rechtbank te hebben miskend dat [geïntimeerde 1] zich als stroman heeft opgesteld, dat dergelijk handelen in het algemeen al in strijd is met de verplichtingen van een bestuurder van een bv en [geïntimeerde 1] bovendien een professional/voormalig advocaat was aan wiens handelen hoge eisen moeten worden gesteld, dat de voorzienbaarheid/wetenschap van schuldeisersbenadeling in een geval als het onderhavige moet worden geobjectiveerd omdat reeds in het algemeen kan en moet worden voorzien dat (de kans groot is dat) misbruik van bevoegdheid wordt gemaakt en het geld verdwijnt en dat de feiten en omstandigheden in dit geval zelfs zozeer in strijd zijn met fundamentele beginselen van behoorlijk ondernemer- en bestuurderschap dat dit een risicoaansprakelijkheid voor de bestuurder meebrengt. De curator verwijt de rechtbank voorts te hebben miskend dat [geïntimeerde 3] als facilitator een wezenlijke rol heeft gespeeld bij het leeghalen van de vennootschap. De rechtbank heeft ten onrechte alle relevante feiten en omstandigheden niet cumulatief en in onderling verband beschouwd maar slechts afzonderlijk ‘afgevinkt’, aldus de curator.



4.7

[geïntimeerde 1] , [geïntimeerde 3] en FLB hebben verweer gevoerd. In eerste aanleg hebben zij (naast een aantal andere verweren) allen een beroep gedaan op verjaring van de vorderingen van de curator. In hoger beroep heeft [geïntimeerde 1] zijn aansprakelijkheid als bestuurder en [geïntimeerde 3] haar beroepsaansprakelijkheid nader gemotiveerd betwist. [geïntimeerde 3] en FLB hebben het beroep op verjaring in hoger beroep nog herhaald en nader toegelicht.



4.8
Het hof overweegt als volgt. Het betreft hier een zaak met potentieel verstrekkende gevolgen. In het licht hiervan en omdat het hof het debat op onderdelen nog niet voldoende uitgekristalliseerd acht, heeft het hof behoefte aan een mondelinge behandeling van de zaak. Bij de mondelinge behandeling zal onder meer het beroep op verjaring nader aan de orde komen. Hierover geldt reeds het volgende.



4.9
Het beroep op verjaring van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] is inhoudelijk bij de mondelinge behandeling in eerste aanleg aan de orde is geweest, waarbij alle partijen aanwezig waren en de curator (met uitzondering van een hier niet relevant onderdeel) de argumenten gezamenlijk heeft besproken (spreekaantekeningen onder 10). Het hof acht om die reden gerechtvaardigd om hetgeen [geïntimeerde 3] in eerste aanleg over het verjaard zijn van de vorderingen van de curator heeft aangevoerd mede te betrekken op de vorderingen jegens [geïntimeerde 1] .



4.10
Jegens [geïntimeerde 1] heeft de curator zijn vordering primair gebaseerd op onbehoorlijk bestuur als bedoeld in artikel 2:9 BW en subsidiair op onrechtmatige daad jegens de gezamenlijke schuldeisers (artikel 6:162 BW, een Peeters/Gatzen-vordering). Jegens [geïntimeerde 3] berust de vordering primair op wanprestatie in een overeenkomst van opdracht met Maanwende en subsidiair op onrechtmatige daad jegens de gezamenlijke schuldeisers van Maanwende. Steeds betreft het schadevorderingen waarvoor geldt dat deze op grond van artikel 3:310 lid 1 BW verjaren door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden.



4.11
Met betrekking tot de vordering uit artikel 2:9 BW tegen [geïntimeerde 1] gaat het om een vordering die aan de vennootschap zelf toekomt. De curator heeft gesteld dat Maanwende als gevolg van onbehoorlijk bestuur van [geïntimeerde 1] schade heeft geleden. Als juist is dat het afgeven van volmachten waarmee de leningen zijn verstrekt en de adviseurskosten zijn betaald in de door de curator geschetste omstandigheden als onbehoorlijk bestuur moet worden aangemerkt, is duidelijk dat [geïntimeerde 1] als bestuurder in dat geval degene is die voor de als gevolg daarvan geleden schade aansprakelijk is. Ook de primaire vordering jegens [geïntimeerde 3] is een vordering van de vennootschap zelf, gebaseerd op wanprestatie. De curator verwijt [geïntimeerde 3] het leeghalen van de vennootschap professioneel te hebben georganiseerd en praktische zaken te hebben geregeld. Los van het feit dat [geïntimeerde 3] betwist in opdracht van Maanwende werkzaamheden te hebben verricht (naar haar stelling was Itera haar cliënt), speelden de verweten gedragingen zich alle af tijdens het bestuurderschap van [geïntimeerde 1] .



4.12
De vraag is dan wanneer Maanwende met de gestelde schade bekend is geworden. In dat verband komt aan de orde of kennis van [geïntimeerde 1] dan wel van de opvolgende bestuurders van Maanwende (van wie 2-Trust, die [geïntimeerde 1] op 22 februari 2010 als bestuurder heeft opgevolgd, de eerste was) aan Maanwende moet worden toegerekend. De curator heeft zich op het standpunt gesteld dat dit niet het geval is omdat de bestuurders steeds stromannen van de aandeelhouder waren. Dit punt zal bij de mondelinge behandeling aan de orde komen.



4.13
Subsidiair heeft de curator zijn vorderingen tegen [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] gebaseerd op artikel 6:162 BW. Het betreft als gezegd een Peeters/Gatzen-vordering, derhalve een vordering die de curator kan instellen namens de gezamenlijke schuldeisers en die ertoe strekt die ertoe strekt een benadeling van de gezamenlijke schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden ongedaan te maken. De vordering zelf valt niet in de boedel; de curator heeft alleen de bevoegdheid tot inning. De curator heeft aangevoerd dat de door hem aan [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] verweten handelingen, kort gezegd het faciliteren van het doen verdwijnen van het vermogen van Maanwende onrechtmatig is jegens het collectief van de gezamenlijke schuldeisers van Maanwende en heeft geleid tot schade voor hen.



4.14
Volgens de curator kunnen de gezamenlijke crediteuren niet eerder dan vanaf de faillissementsdatum geacht worden bekend te zijn met de schade en de aansprakelijke personen. Dit doet de vraag rijzen of de verjaringstermijn van een Peters/Gatzen-vordering nooit eerder kan aanvangen dan op zijn vroegst op de faillissementsdatum, ook niet in een geval als dit waarin de vordering van de enige dan wel verreweg de grootste crediteur mogelijk is verjaard, zoals [geïntimeerde 3] heeft betoogd en ook in eerste aanleg aan de orde is geweest. De Belastingdienst, die een vordering heeft ingediend voor het onder 3.27 vermelde bedrag van € 5.297.992, is de enige of in ieder geval (als er ook nog een intercompany-vordering van de Areti Group Ltd. van USD 39.697,- zou zijn, zie spreekaantekeningen curator eerste aanleg onder 17) met afstand de grootste crediteur. Ook dit punt - alsmede de aanvang van de verjaringstermijn van de vordering van de Ontvanger wegens onrechtmatige verhindering van de invordering - zal bij de mondelinge behandeling aan de orde komen.



4.15
Naast het beroep op verjaring zullen in ieder geval ook de volgende onderwerpen aan de orde komen:
- De stelling van de curator dat het hele bedrag van UDS 200 miljoen als schade van Maanwende heeft te gelden.
- De taakopvatting van [geïntimeerde 1] in het licht van het gegeven dat voor een trustbestuurder dezelfde normen gelden als voor een reguliere bestuurder (vgl HR 8 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8686). Maanwende was weliswaar slechts een fiscaal vehikel en [geïntimeerde 1] als trustbestuurder kon geen zelfstandig beleid ontwikkelen en had te handelen volgens de wens van de aandeelhouder, maar hij behield een zelfstandige verantwoordelijkheid tegenover de vennootschap en haar (voorzienbare) schuldeisers als de fiscus.
- De strenge maatstaf die geldt voor aansprakelijkheid van een advocaat jegens derden ( HR 17 januari 2020, HR ECLI:NL:HR:2020:61), waarbij het hof opmerkt dat het voor de stelling van de curator dat [geïntimeerde 3] handelde in opdracht van Maanwende, in het licht van het gemotiveerde verweer van [geïntimeerde 3] vooralsnog onvoldoende aanwijzingen in het dossier aanwezig acht.
- De stelling van [geïntimeerde 3] (onder andere memorie van antwoord 20, met in noot 11 een verwijzing naar een rapport van Baker&McKenzie) dat het vermogen van Maanwende belastingvrij aan de Russische aandeelhouder had kunnen worden uitgekeerd, dat er derhalve geen motief was voor de door de curator gestelde (door [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] betwiste) schijnconstructie.



4.16
Partijen zullen tevens de gelegenheid krijgen desgewenst zelf nog andere punten kort toe te lichten die zij voor de beoordeling van belang achten. In eerste termijn zal de gebruikelijke spreektijd gelden. Daarna zal het hof in ieder geval de hiervoor genoemde onderwerpen aan de orde stellen. Voor de duidelijkheid merkt het hof nog op dat het feit dat bepaalde in de stukken nader belichte onderwerpen in het voorgaande niet zijn genoemd, niet betekent dat deze bij de verdere beoordeling geen rol meer spelen.



4.17
Het hof zal derhalve een mondelinge behandeling gelasten. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.






5Beslissing


Het hof:



bepaalt dat partijen – [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 3] in persoon – samen met hun advocaten zullen verschijnen voor de meervoudige burgerlijke kamer van dit hof die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie, IJdok 20 te Amsterdam, op een nader te bepalen tijdstip, tot het hiervoor omschreven doel;



bepaalt dat partijen, na overleg hierover tussen de advocaten, binnen vier weken na vandaag op de rol een reeks van dagdelen in de maanden oktober tot en met december 2024 dienen op te geven waarop alle partijen (inclusief hun advocaten) beschikbaar zijn, waarna het hof de dag en het tijdstip van de mondelinge behandeling zal vaststellen;



bepaalt dat partijen uiterlijk twee weken vóór de dag van de mondelinge behandeling eventuele stukken waarop zij voor het overige een beroep zouden willen doen, in kopie moeten overleggen door toezending aan het hof en de wederpartij;



houdt iedere verdere beslissing aan.




Dit arrest is gewezen door mrs. J.M. van den Berg, M.M.M. Tillema en J.G. Sijmons, en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2024.