Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2023:3171
2023-08-29
Civiel recht; Personen- en familierecht
200.308.547/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Partijen hebben langere tijd zaken met elkaar gedaan. Appellante vordert onder meer schadevergoeding vanwege de wijze waarop de contractuele relatie is beëindigd
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (58.156 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.308.547/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/312740 / HA ZA 21-60
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 augustus 2023
inzake
POSEIDON B.V.,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
appellante,
advocaat: mr. P.A. de Lange te Barendrecht,
tegen
1STICHTING KONINKLIJKE NEDERLANDSE REDDING MAATSCHAPPIJ,
2. KNRM B.V.,
3. EXPLOITATIESTICHTING TEN BEHOEVE VAN DE KONINKLIJKE NEDERLANDSE REDDING MAATSCHAPPIJ,
alle gevestigd te IJmuiden,
geïntimeerden,
advocaat: mr. T.A. Bruins te Overveen.
Partijen worden hierna Poseidon en KNRM c.s. genoemd, en geïntimeerden afzonderlijk Stichting KNRM, KNRM B.V. en Exploitatiestichting. De aanduiding ‘KNRM’ wordt gebruikt (in enkelvoud) waar gedoeld is op een of meer van de tot KNRM c.s. behorende rechtspersonen.
1De zaak in het kort
Partijen hebben langere tijd met elkaar zaken gedaan in verband met door Poseidon aan KNRM geleverde overlevingspakken voor reddingswerkers. Poseidon vordert onder meer schadevergoeding vanwege de wijze waarop de contractuele relatie is beëindigd.
2Het geding in hoger beroep
Poseidon is bij dagvaarding van 12 januari 2022 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 9 juni en 13 oktober 2021, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen Poseidon als eiseres en KNRM c.s. als gedaagden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
memorie van grieven, met producties;
memorie van antwoord, met producties.
Ten slotte is arrest gevraagd.
Poseidon heeft geconcludeerd dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – alsnog de vorderingen van Poseidon zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten.
KNRM c.s. hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van de bestreden vonnissen, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
3Feiten
De rechtbank heeft de feiten tot uitgangspunt genomen die zijn vermeld in haar vonnis van 13 oktober 2021 (hierna: het bestreden vonnis) onder 2.1 tot en met 2.31. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof tot uitgangspunt. Poseidon heeft in hoger beroep aangevoerd dat de feitenvaststelling door de rechtbank niet volledig is; de in dat verband door Poseidon genoemde feiten komen hierna aan de orde, doch alleen voor zover nodig om aan te duiden (gelet op art. 230 lid 1 Rv) waarop de in dit arrest gegeven beslissing rust. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
3.1
Poseidon exploiteert een handelsonderneming die zich bezig houdt met de aankoop, verkoop en het onderhoud van producten ten behoeve van de maritieme en luchtvaart veiligheidsmarkten.
3.2
Stichting KNRM houdt zich bezig met de dienstverlening voor vervoer over water en het verrichten van reddingswerkzaamheden. Stichting KNRM is statutair gevestigd te IJmuiden. KNRM B.V. houdt zich bezig met het uitoefenen van activiteiten die gerelateerd zijn aan die van Stichting KNRM. De (enige) handelsnaam van KNRM B.V. is ‘KNRM’. Stichting KNRM is enig aandeelhouder van KNRM B.V. KNRM B.V. is statutair gevestigd te Velsen. Stichting KNRM en KNRM B.V. delen een e-mailadres, te weten [email protected], alsmede een bezoekadres, te weten Haringkade 2 te (1976 CP) IJmuiden. Het adres van de website van Stichting KNRM is www.knrm.nl. KNRM B.V. heeft geen aparte (eigen) website. Stichting KNRM en KNRM B.V. hadden in de periode 2009 t/m 2015 beide als bestuurder [naam 1] (hierna: [naam 1] ). In 2018 was [naam 2] (hierna: [naam 2] ) bestuurder van zowel Stichting KNRM als KNRM B.V.
Exploitatiestichting is opgericht in 1992 en houdt zich bezig met het exploiteren van reddingsmaterieel en het verzorgen van promotionele activiteiten ten behoeve van het Nederlandse reddingswezen. In de periode 2009-2015 waren [naam 3] en [naam 4] bestuurders van Exploitatiestichting.
3.3
Op 30 september 2008 is tussen Poseidon en Survival One Limited, ook genaamd Survitec (hierna: S1), een distributieovereenkomst tot stand gekomen (hierna: de distributieovereenkomst).
3.4
In november 2009 heeft Poseidon aan KNRM “in partnership with Survival-One” een indicatief voorstel gedaan voor de “supply & support of survival equipment KNRM” aan KNRM. Voor zover hier van belang, vermeldt dit voorstel onder meer het volgende:
“Survival-One Limited is the worlds leading provider of survival equipment contractor logistic support (CLS). (…)
Survival-One Limited, in partnership with their Dutch Representative Poseidon BV has been invited to provide KNRM with a proposal to design and develop a marine immersion dry suit for their rescue crews. In addition to the design, SurvivalOne would manufacture the products and provide in service support and maintenance.
This proposal is indicative based on the current design of suit on trial with the KNRM. (…)This proposal is based on a 7 year contract with the opportunity to extend if required. These options to extend would be subject to written agreement from all parties.”
3.5
Bij e-mailbericht van 30 november 2010 zendt S1 aan Poseidon een voorstel met, voor zover hier van belang, de volgende inhoud en (bijgevoegd) de ‘conditions of sale’ van S1:
“Survival-One
Proposal for the supply & Support of Survival Equipment November 2010
Survival-One
Background
Survival-One Limited is the worlds leading provider of survival equipment contractor logistic support (CLS). (…)
Survival-One Limited has been invited to provide their distributor Poseidon BV with a proposal to design and develop a marine immersion dry suit for their customer the KNRM. In addition to the design, SurvivalOne would manufacture the products and provide in service support and maintenance.
This proposal is indicative based on the current design of suit on trial with the KNRM. There are a number of options available to Poseidon BV all detailed within Scope of Work. This proposal is based on a 7-year contract with the opportunity to extend if required.
(…)”
3.6
Bij e-mailbericht van 15 december 2010 stuurt Poseidon KNRM een voorstel voor de mogelijke levering van “de nieuwe generatie beschermende kleding”. In het voorstel wordt verwezen naar de algemene voorwaarden van Poseidon van maart 2009 en is verder onder meer het volgende opgenomen:
“(…)
Poseidon BV in partnership with their supplier Survival-One herewith provides the KNRM with a proposal for the design, development, supply and maintenance of an integrated marine dry suit, and all ancillary products, for their rescue crews.
This proposal is based on the current design of suit on trial with the KNRM. There are a number of options available to the KNRM all detailed within the Scope of Work. This proposal is based on a 7 year contract with the opportunity to extend if required.
(…)
3.7
Op 23 september 2011 is een overeenkomst tot stand gekomen, getiteld “Contract for the supply and support of Survival Equipment between Poseidon BV in partnership with Survival-One Limited and the Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij”. Deze overeenkomst is namens Poseidon ondertekend door haar bestuurder [naam 5] (hierna: [naam 5] ), namens S1 door [naam 6] en namens “Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij” door [naam 1] (hierna: de Verkoopovereenkomst). Poseidon en S1 worden in deze overeenkomst gezamenlijk aangeduid als ‘Poseidon/Survival-One’. Het betreft een contract voor de levering en het onderhoud/de ondersteuning van door KNRM in samenwerking met “Poseidon/Survival-One” te ontwikkelen reddingsuitrustingen (integrated suits and lifejackets), te leveren door S1 via Poseidon aan ‘Koninklijke Nederlands Redding Maatschappij’. Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard, en er zijn algemene voorwaarden van toepassing die zijn aangehecht en geparafeerd. In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
“Scope of Service and Maintenance
(…)
2.1
On demand Servicing
On demand servicing will be the preferred maintenance regime to be adopted by the KNRM. Poseidon/Survival-One is committed to establish a service repair facility in the Netherlands to meet the demand servicing requirements of the KNRM. We will continue to look at the feasibility of locating such a facility in Ijmuiden should this be economically viable.
(…)
» Suits will be assessed for repair or replacement based on economic or pre-agreed conditions.
2.3
Communications
All communications, procurement, local support, deliveries, service activities and invoicing will be through Poseidon BV
(…)
Survival-One agrees to complete all maintenance and repair activities and return each suit within 10 working days from collection. If repairs are not completed within this period, Survival-One agrees to a 10% reduction in the total repair cost.
(…)”
3.8
Op 16 januari 2014 is vervolgens een “addendum to contract dated 23rd of september 2011 for the supply & support of Survival Equipment” tot stand gekomen (hierna: Addendum 2014). Onder meer staan daarin aangepaste prijzen voor de door S1 te fabriceren en door KNRM via Poseidon af te nemen overlevingspakken. Dit betreft vaste prijzen tot 31 december 2014, die daarna onderhevig zijn aan een jaarlijkse prijsaanpassing op basis van een overeengekomen ‘index tarief’. Poseidon heeft van Addendum 2014 een exemplaar overgelegd dat is ondertekend door [naam 1] namens “Koninklijke Nederlands Redding Maatschappij” en namens Poseidon door [naam 5] . KNRM heeft daarvan een exemplaar overgelegd dat ook is ondertekend door S1. In Addendum 2014 is - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:
“This Agreement shall remain in force for the duration of the Contract and beyond its expiry date on the 22nd of September 2018 until the extension of the Contract has been negotiated and accepted by all three parties but has not yet entered into force either definitively or provisionally.
All other conditions are deemed to be in compliance with contract signed on September 23rd 2011.”
3.9
Vanaf 2016 heeft Poseidon concepten opgesteld voor een door Poseidon en KNRM te tekenen tweede addendum op de Verkoopovereenkomst.
3.10
Vanaf begin 2018 hebben Poseidon en KNRM gesproken over een zogenaamde ‘Block buy – constructie’ (hierna: block buy) om de levertijden van overlevingspakken te verkorten. Hierover is voor het eerst iets opgenomen in het door Poseidon overgelegde concept voor een door Poseidon en KNRM te ondertekenen “addendum for the supply and support of survival equipment” van 5 februari 2018. In dit concept is onder meer het volgende opgenomen:
“The Survival Suit rate is fixed until the 31st of December 2018: thereafter it is subject to annual escalation using an agreed index (normally the retail price index) and based on a minimum block order quantity of 100 suits and the pre-agreed sizing details.
The block order will be quarterly assessed or earlier if so required in order to maintain a sufficient amount of suits/sizes available for soonest delivery.
Poseidon agrees to accept the order(s) and subsequently deliver based in the individual procurement order and invoice upon delivery,
KNRM agrees to accept delivery of the block ordered suits not later than one after pre-production.
(…)
This agreement shall remain in force for the duration of the contract and will be automatically renewed.
Parties have agreed to sign a formal letter covering the design, supply and maintenance of the GEN2 suit for the purpose of ensuring both continuity and investments funding..
(…)”
3.11
Bij e-mailbericht van 12 september 2018 bericht Poseidon KNRM over de voorgenomen invoering van de block buy ten aanzien van de verwachten levertijden het volgende:
“Ik heb vanochtend met verschillende mensen binnen S1 gesproken en kan je bevestigen dat de veronderstelde levertijd voor ‘Block’ order pakken ongeveer 4 weken is.
Dit is absoluut aan de veilige kant en nog niet gebaseerd om ervaringsgegevens, de verwachting is dan ook dat dit in praktijk minder zal zijn en gelijk aan een reguliere service interval.”
3.12
Uiteindelijk is op 8 oktober 2018 een tweede “addendum to contract dated 23rd of september 2011 for the supply & support of Survival Equipment” ondertekend namens “Koninklijke Nederlands Redding Maatschappij” door [naam 2] en namens Poseidon door [naam 5] (hierna te noemen: Addendum 2018). Daarin is onder meer het volgende opgenomen:
“(…)
KNRM to purchase suits, consumables and on demand service from Poseidon on an exclusive basis, at the agreed terms and below amended rates applicable with immediate effect as from January 1st, 2018;
Present suits are manufactured and maintained by Survival-One, part of the Survitec Group Companies.
(…)
The Survival Suit rate is fixed until the 31st of December 2018; thereafter it is subject to annual escalation using an agreed index (normally the UK retail price index) and based on a, mutually accepted, continuous maximum block order quantity of 100 suits based on pre-agreed sizing details.
(…)
The cancellation clause ** applicable to the ‘Block’ buy concept will be that on termination of the contract Poseidon will be entitled to immediate and full payment/compensation of all suits manufactured in part or in full delivered or not including all additional cost.
(…)
Parties herewith confirm having agreed on the intent of covering the cost of design, development, duration of supply and maintenance of the CE marked suit(s) for the purpose of ensuring both continuity and investment funding as part of this agreement.
The cancellation clause ** will be that on termination prior to the agreed contract term Poseidon will be entitled to full compensation of the cost incurred and income lost.
Terms are herewith negotiated and accepted they shall remain in force for the duration of the contract.
(…)
Note: ** “ontbindende voorwaarden”
3.13
Bij brief van 25 april 2019 heeft S1 de distributieovereenkomst met Poseidon opgezegd per 31 juli 2019, met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn van drie maanden.
3.14
Bij brief van 25 april 2019 aan Poseidon, heeft S1 ook de Verkoopovereenkomst met Poseidon opgezegd, eveneens per 31 juli 2019. In die brief schreef S1 onder meer:
“Re: Expiry and subsequent termination of the Supply and Support Agreement dated 23 September 2011 as amended by the 16 January 2014 Addendum (“the Sales Agreement”) between Poseidon B.V. (“Poseidon”), Survival One Limited (“Survitec”) and Koninklijke Nederlandse Redding Masstschappij (“KNRM”)
I write to inform you that the Sales Agreement referred to above, which had been amended by an addendum, signed on 16 January 2014, had officially expired on 22 September 2018. I enclose a copy of the addendum, which contains the relevant wording regarding expiration, for your convenience.
Survitec shall cease to continue any commercial relations with Poseidon, that have been carried on in relation the Sales Agreement, since the expiry of this Sales Agreement, subject to the below notice period.
In addition, Survitec wish to terminate the Sales Agreement and we hereby provide three (3) months’ written notice to Poseidon. This notice is to run in parallel to the notice of termination for the 2008 Distribution Agreement, served on Poseidon separately.”
3.15
Op 9 mei 2019 plaatst KNRM nog enkele orders bij Poseidon voor de levering van nieuwe pakken en het onderhoud van pakken.
3.16
Bij brief van 10 mei 2019 heeft S1 aan KNRM onder meer het volgende geschreven:
“Re: Termination of the Supply and Support Agreement dated 23 September 2011 as amended by the 16 January 2014 Addendum (“the Agreement”) between Poseidon B.V. (“Poseidon”), Survival One Limited (“Survitec”) and Koninklijke Nederlandse Redding Masstschappij (“KNRM”)
1 write to inform you that Survitec wishes to terminate the Agreement, referred to above. Accordingly, we wish to provide KNRM with three (3) months’ written notice.
This notice is deemed served on 15 May 2019 (“Deemed Service”), and therefore, the Agreement will terminate by 20 August 2019, which is more than the three (3) months, from the date of Deemed Service.”
3.17
Op 15 mei 2019 bericht [naam 7] , projectmedewerker Technische dienst bij KNRM (hierna: [naam 7] ) per e-mail aan Poseidon ( [naam 5] ), met kopie aan S1, dat de opzegging door S1 van de Verkoopovereenkomst als een verrassing kwam. Zij vraagt om opheldering, en daarnaast om informatie over in hoeverre de uitvoering van reparaties, orders en leveringen van nieuwe overlevingspakken in de (nabije) toekomst is gewaarborgd. Ook vraagt zij om informatie aangaande onder meer de block buy, die Poseidon had genoemd als reden voor het tekenen van Addendum 2018.
3.18
In antwoord daarop bericht [naam 5] namens Poseidon bij e-mailbericht van diezelfde dag dat hij al geruime tijd in onderhandeling is met S1 over de verlenging van “onze overeenkomst” en dat hij S1 onder druk heeft gezet ten aanzien van een aantal problemen, zoals die worden ervaren door partijen. [naam 5] meldt verder dat hij de week daarop naar S1 zal gaan en [naam 7] op de hoogte zal houden en dat alle lopende en nieuwe orders worden gehonoreerd.
3.19
Op 16 mei 2019 reageert [naam 7] namens KNRM als volgt:
“Ik verzoek je met klem per ommegaande te antwoorden op de vragen die ik in onderstaande mail aan jou heb gesteld naar aanleiding van het bericht dat Survitec de overeenkomst met Poseidon en KNRM heeft opgezegd.
Wachten en achterover leunen is voor ons geen optie.”
3.20
Bij e-mailbericht van 20 mei 2019 aan Poseidon gaat KNRM in op de gevolgen die de opzegging door S1 heeft op de Verkoopovereenkomst. In dat e-mailbericht heeft [naam 2] namens KNRM onder meer het volgende geschreven:
“Following the sudden and unexpected termination by Survitec of the Supply and Support Agreement (“the agreement”) KNRM has evaluated the new situation as well as the cooperation between KNRM and Poseidon and the necessary trust for such a further cooperation.
The KNRM is of the opinion that the termination of the agreement by Survitec as of August 20th, 2019 also means that the cooperation between KNRM and Poseidon will end on that date. Needless to say current affairs will be settled correctly. However for the continuity of the process with regard to new orders and repairs the KNRM from now on will approach Survitec directly in order to manage this in the right direction.
Apart from the termination of the agreement by Survitec, resulting in new (mutual) relationships between the parties, the KNRM momentarily lacks a necessary basis of trust for further cooperation with Poseidon as a result of various issues that have taken place in the past period. This is partly due to the recurring dissatisfaction of the KNRM with regard to Poseidon as a result of inaccuracies/uncertainties with regard to goods to be delivered, repeated miscommunications, insufficient and/or inadequate response to justified questions from the KNRM. The KNRM has expressed its concerns and dissatisfaction about this before but she has come to the believe that she is not being taken seriously by Poseidon on these matters.
Also the sudden changes in the last addendum, dated 8 October 2018 (see appendix), that were not discussed with the KNRM as well as the way Poseidon (not) handled the objections of KNRM in this regard, are partly to blame for the loss of the necessary confidence for further cooperation. The way Poseidon subsequently has (not) dealt with the unexpected termination of the agreement by Survitec is further more a reason for the loss of confidence in Poseidon. The fact that Poseidon now suddenly claims to be working on an extension of the agreement, while since November 2018 Poseidon has indicated in all its communications to KNRM that the agreement with Survitec has already been extended, further diminishes the KNRM’s confidence in Poseidon.
Finally, the KNRM hereby holds Poseidon liable for the (possible) damage that KNRM will suffer as a result of the termination of the current agreement by Survitec. This includes the costs for CE certification and the Block Buy. If the KNRM is unable to reach a proper arrangement with Survitec on this point, It reserves all rights with regard to claim compensation/damages from Poseidon.“
3.21
Bij e-mail van 14 juni 2019 van KNRM aan Poseidon heeft [naam 2] namens KNRM het volgende geschreven:
“Uit de mail van 22 mei jl. van Poseidon begrijpt de KNRM overigens dat de verlening van de overeenkomst in 2018 (tussen Poseidon en de KNRM) zou zijn afgesproken “in afwachting van en in overeenstemming met een zelfde beoogde uitbreiding van de distributieovereenkomst met Survitec”. Ook dit is nieuw voor de KNRM. Zij is er altijd vanuit gegaan dat er tussen Poseidon en Survitec, tegen de achtergrond van de meerpartijenovereenkomst van 2011 en het addendum van 2014, al overeenstemming bestond, hetgeen – naar de KNRM nu begrijpt – dus niet het geval was.”
3.22
Bij brief van de advocaat van KNRM van 2 juli 2019 aan de advocaat van Poseidon heeft KNRM zich, kort gezegd, op het standpunt gesteld dat Addendum 2018 niet op een geldige wijze tot stand is gekomen. KNRM heeft Addendum 2018 – voor zover nodig – vernietigd op grond van dwaling aangezien KNRM op het moment van ondertekening daarvan ten aanzien van diverse essentiële onderwerpen uitging van een – door Poseidon gecreëerde – onjuiste voorstelling van zaken.
3.23
Bij brief van 5 juli 2019 heeft S1 aan KNRM bericht dat de correcte einddatum van de Verkoopovereenkomst 31 juli 2019 is (en dus niet 20 augustus 2019, zoals in de brief van 10 mei 2019 is vermeld).
3.24
De rechtbank Noord-Holland heeft bij vonnis van 8 april 2020 in een procedure tussen Poseidon als eiseres en KNRM B.V. als gedaagde, waarin een gelijke vordering van Poseidon aan de orde was als thans subsidiair door Poseidon ingesteld, geoordeeld – samengevat – dat KNRM B.V. niet kan worden beschouwd als de contractuele wederpartij van Poseidon en dat Poseidon daarom niet-ontvankelijk is in haar vorderingen tegen KNRM B.V.
4Beoordeling
4.1
Het gaat in dit geding om het volgende.
4.1.1
Poseidon vordert, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
“PRIMAIR:
te verklaren voor recht dat de overeenkomsten tussen Poseidon en KNRM zijn ontbonden, althans deze ontbonden te verklaren;
KNRM, althans stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of exploitatiestichting KNRM te veroordelen aan Poseidon te betalen (alle bedragen luiden inclusief btw):
ad 1. aan openstaande facturen € 82.752,30
ad 2. de block order 160.930,00
ad 3. ontwerp- en ontwikkelkosten 50.067,38
ad 4. ontwerp- en ontwikkelkosten 163.654,92
ad 5. verkoop pakken en onderhoud 974.603,00
ad 6. LPU-onderhoud 289.030,28
ad 7. LPU-onderhoud 535.155,17
ad 8. overalls en onderhoud 89.492,81
ad 9. overalls en onderhoud 169.594,81
ad 10. onderdelen 23.789,81
ad 11. onderdelen 142.725,55
ad 12. kosten factureren 7.773,04
genoemde bedragen telkens te vermeerderen met de contractuele rente, althans met de wettelijke rente, vanaf de datum van het onrechtmatig handelen, respectievelijk vanaf de vervaldata van de facturen, althans vanaf de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
SUBSIDIAIR:
KNRM, althans de stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of exploitatiestichting KNRM te veroordelen de met Poseidon gesloten overeenkomst van 23 september 2011 en de addenda van 16 januari 2014 en van 18 oktober 2018 na te komen en na te blijven komen zolang die overeenkomst en afspraken gelden, dit op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of deel daarvan dat KNRM weigert aan de inhoud van die overeenkomsten en gemaakte afspraken te voldoen;
KNRM, althans de stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of exploitatiestichting KNRM te verbieden buiten Poseidon om zaken te doen met S1 of een op enigerlei met of aan S1 verbonden entiteit, dit op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per inbreuk en overtreding op dat verbod;
KNRM, althans de stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of Exploitatiestichting KNRM te veroordelen binnen 5 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis inzage, afschrift en uittreksel van alle bestellingen, leveringen en betalingen tussen KNRM en S1 of een op enigerlei wijze aan S1 gelieerde partij, dit over de periode vanaf 22 september 2018 tot aan de datum van de ten deze te wijzen uitspraak, dit op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of deel daarvan, zolang KNRM weigert aan die veroordeling te voldoen;
KNRM, althans de stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of exploitatiestichting KNRM te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding voor een bedrag van € 500.000,-- en voor het overige KNRM, althans de stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of exploitatiestichting KNRM te veroordelen tot een bedrag aan schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
Primair en subsidiair:
KNRM te veroordelen tot betaling van de proceskosten in beide instanties, een bedrag aan advocaatkosten daaronder begrepen, met veroordeling van KNRM in de na de uitspraak vallende kosten (nakosten) voor wat betreft het salaris van de advocaat forfaitair berekend op € 131,-- zonder betekening en verhoogd met € 68,-- in geval van betekening, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het arrest, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het arrest, althans van de veertiende dag van het arrest tot aan de dag van de algehele voldoening.”
4.1.2
Poseidon legt aan haar vorderingen onder meer ten grondslag – samengevat – dat KNRM c.s. zijn tekortgeschoten in de nakoming van de met Poseidon gesloten overeenkomsten. Poseidon licht dat als volgt toe. KNRM c.s. gaan er ten onrechte vanuit dat de Verkoopovereenkomst is geëindigd als gevolg van de opzegging van de distributieovereenkomst door S1. De tekortkoming van KNRM c.s. bestaat er (daarnaast) onder meer uit dat KNRM c.s. diensten of producten elders hebben betrokken, rechtstreeks overleg hebben gepleegd en zaken doen met S1 en hebben nagelaten facturen van Poseidon tijdig te betalen. Daarnaast hebben KNRM c.s. jegens Poseidon onrechtmatig gehandeld doordat zij met S1 hebben samengespannen om Poseidon buiten spel te zetten. Op grond van dit een en ander heeft Poseidon er recht op dat de overeenkomsten tussen partijen worden ontbonden, dat haar onbetaald gebleven facturen worden voldaan en dat de schade die zij lijdt als gevolg van de tekortkoming en de ontbinding respectievelijk van het onrechtmatig handelen, aan haar wordt vergoed. Die schade bestaat voor het grootste deel uit door Poseidon voor uitvoering van de overeenkomsten gemaakte kosten die zij niet meer vergoed krijgt en/of opbrengsten die zij misloopt, als gevolg van het per mei 2019 opzeggen althans niet meer voortzetten van de overeenkomsten door KNRM c.s., aldus Poseidon.
4.1.3
De rechtbank heeft de vorderingen van Poseidon afgewezen, en heeft daartoe – samengevat weergegeven – het volgende overwogen. Poseidon is niet-ontvankelijk in haar vorderingen jegens KNRM B.V. en Exploitatiestichting, omdat deze entiteiten niet zijn aan te merken als contractspartij bij de met Poseidon gesloten overeenkomsten. De Verkoopovereenkomst was een driepartijenovereenkomst tussen Poseidon, Stichting KNRM en S1; dat de addenda aparte (losse) overeenkomsten zouden betreffen, volgt de rechtbank niet. De opzegging door S1 leverde voor KNRM een geldige grond op om de Verkoopovereenkomst en daarbij behorende addenda op te zeggen. KNRM heeft dit ook gedaan, zodat (reeds) op die grond de op ontbinding gerichte vorderingen van Poseidon niet toewijsbaar zijn. Deze vorderingen zijn temeer niet toewijsbaar omdat Addendum 2018 door KNRM op goede gronden is vernietigd wegens dwaling. Nakoming is niet meer aan de orde. De vorderingen tot schadevergoeding zijn niet toewijsbaar omdat van een toerekenbare tekortkoming dan wel van onrechtmatig handelen van KNRM niet is gebleken. Deze vorderingen zijn bovendien niet toewijsbaar omdat Poseidon deze niet voldoende heeft onderbouwd. De vordering tot voldoening van onbetaalde facturen is niet toewijsbaar omdat Poseidon, tegenover de gemotiveerde betwisting door KNRM, onvoldoende heeft onderbouwd dat KNRM de betrokken bestellingen heeft gedaan en dat die bestellingen door Poseidon zijn uitgeleverd.
4.1.4
Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Poseidon met zeven grieven op.
Het hof gaat bij de behandeling van deze grieven uit van het volgende. Uit de stellingen van beide partijen volgt dat zij het er op zichzelf over eens zijn dat de Verkoopovereenkomst was aangegaan voor bepaalde tijd, die is verstreken op 22 september 2018. Poseidon neemt in haar memorie van grieven onder nr. 4 uitdrukkelijk tot uitgangspunt dat de Verkoopovereenkomst met Addendum 2014 “van rechtswege geëindigd [zijn, hof] op 23 september 2018. Aansluitend hebben Poseidon en KNRM hun afspraken voortgezet op basis van de op 8 oktober 2018 getekende overeenkomst”, aldus het standpunt van Poseidon. Het hof bespreekt daarom eerst de vraag of de laatstbedoelde overeenkomst (Addendum 2018) rechtsgeldig is vernietigd wegens dwaling (4.2). Daarna komt aan de orde in hoeverre de vorderingen van Poseidon toewijsbaar zijn wegens een toerekenbare tekortkoming of nakoming (4.3 en 4.4), dan wel of de vorderingen toewijsbaar zijn op grond van onrechtmatige daad (4.5), wie de betrokken contractspartijen zijn (4.6) en welke informatie partijen kunnen inbrengen aangaande openstaande facturen van Poseidon (4.7).
Dwaling, vernietiging Addendum 2018
4.2
Poseidon bestrijdt tevergeefs het oordeel van de rechtbank dat Addendum 2018 door KNRM op goede gronden is vernietigd wegens dwaling. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.2.1
Aan het beroep op dwaling wordt door KNRM ten grondslag gelegd dat zij er bij het sluiten van Addendum 2018 van uitging dat partijen (dat wil zeggen: Poseidon, KNRM én S1) nog steeds gezamenlijk optrokken en dat S1 in deze contractuele relatie dus nog steeds ‘aan boord’ was. Daarbij wijst KNRM er onder meer op dat de laatstelijk geldende overeenkomst tussen deze drie partijen (blijkens Addendum 2014, pagina 2) na afloop van de bepaalde duur van de Verkoopovereenkomst op 22 september 2018 van kracht zou blijven totdat een verlenging zou zijn onderhandeld en overeengekomen door alle drie de partijen (“until the extension of the Contract has been negotiated and accepted by all three parties”). Poseidon moest volgens KNRM begrijpen dat KNRM, in overeenstemming met de daaruit sprekende intentie van ‘samen optrekken’, niet zonder meer tot ondertekening van Addendum 2018 zou zijn overgegaan als zij had geweten dat in oktober 2018 geen overeenstemming bestond tussen Poseidon en S1. KNRM verwijt Poseidon dat het optreden van Poseidon bij het sluiten van Addendum 2018 niet transparant is geweest.
4.2.2
Poseidon heeft het beroep op dwaling bestreden met het argument dat KNRM nimmer in de veronderstelling was dat S1 nog steeds aan boord was. KNRM wist immers dat S1 geen partij was bij Addendum 2018, omdat op 8 oktober 2018 uitsluitend tussen KNRM en Poseidon was gecontracteerd. KNRM wist in ieder geval vanaf 10 mei 2019 dat S1 niet meer aan boord was; Poseidon heeft geprobeerd daarover met KNRM in gesprek te komen, maar dat heeft KNRM afgehouden, aldus het betoog van Poseidon.
4.2.3
Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten (art. 6:228 lid 1 aanhef en sub b BW). Of een partij haar wederpartij moet informeren, wordt (mede) bepaald door de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen.
4.2.4
Het hof stelt vast dat uit het betoog van Poseidon (zie onder 4.2.2 hiervoor) volgt dat Poseidon op zichzelf niet betwist dat S1 ten tijde van de ondertekening van Addendum 2018 niet meer (volledig) aan boord was, en evenmin dat die omstandigheid voor KNRM een reden was geweest om, indien zij die had gekend, Addendum 2018 niet (op deze wijze) te ondertekenen. Uit haar betoog volgt ook dat Poseidon zelf (wel) wist dat er problemen waren in de relatie met S1. Dat zij dat wist, wordt bovendien bevestigd door haar uitlating tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg dat S1 ten tijde van die ondertekening wilde stoppen met de distributie en “moeilijk deed”. Naar het oordeel van het hof wist Poseidon, althans behoorde zij te begrijpen, dat deze informatie voor KNRM van doorslaggevend belang was bij het aangaan van Addendum 2018. S1 fabriceerde en onderhield immers ingevolge de Verkoopovereenkomst, waarvan het Addendum een verlenging beoogde, de overlevingspakken die voldeden aan de norm van KNRM en uit niets blijkt dat andere fabrikanten deze op dat moment al met instemming van KNRM beschikbaar hadden of deze konden onderhouden.
Dat KNRM, zoals Poseidon aanvoert, vanaf 10 mei 2019 wist dat S1 niet meer aan boord was (en dat Poseidon betoogt dat zij herhaaldelijk heeft geprobeerd daarover met KNRM in gesprek te komen) kan Poseidon niet baten, omdat beslissend is of KNRM die wetenschap al bezat ten tijde van het ondertekenen van Addendum 2018 op 8 oktober 2018. Dat laatste is door Poseidon niet (voldoende onderbouwd) naar voren gebracht. Zij heeft niet geconcretiseerd dat KNRM op dat tijdstip, uit een mededeling van Poseidon of uit andere bron, wist of had kunnen weten dat S1 wilde stoppen met de distributie; in Addendum 2018 wordt S1 ook nog gewoon als fabrikant genoemd. De enkele stelling dat KNRM “nimmer in de veronderstelling was” dat S1 nog steeds aan boord was, is niet voldoende. Ook de stelling dat KNRM wist dat S1 geen partij was bij Addendum 2018 baat Poseidon niet, aangezien KNRM juist stelt dat zij die overeenkomst tekende in het vertrouwen dat S1 betrokken zou blijven.
4.2.5
Voor zover uit de stellingen van Poseidon omtrent onrechtmatige daad (namelijk samenspanning van KNRM met S1 om Poseidon buiten spel te zetten) moet worden afgeleid dat Poseidon aanvoert dat daaruit volgt dat KNRM al vóór de ondertekening van Addendum 2018 wist dat S1 niet meer aan boord was, althans uit het driepartijenverband zou stappen, overweegt het hof als volgt.
Het bedoelde samenspannen heeft er volgens Poseidon uit bestaan dat KNRM openstaande facturen van Poseidon niet tijdig betaalde, waardoor Poseidon niet in staat was S1 tijdig te betalen en S1 de overeenkomst met Poseidon (uiteindelijk) in 2019 kon opzeggen. KNRM heeft betwist dat zij vóór de opzegging door S1 in mei 2019 (hiervoor genoemd onder 3.16) rechtstreeks inhoudelijk contact met S1 hierover heeft gehad. In het kader van dit betoog verwijst Poseidon naar producties. Daaruit blijkt dat Poseidon en KNRM sinds februari 2015 correspondeerden over trage betaling door KNRM. Uit de correspondentie, voor zover die dateert van vóór 8 oktober 2018 (de dag waarop Addendum 2018 is ondertekend), blijkt slechts dat Poseidon aan KNRM facturen verzond en verzocht om betaling althans om uitleg waarom betaling uitbleef, maar blijkt op geen enkele wijze van een (verwijt van) samenspannen met, of betrokkenheid van, S1 inzake het betaalgedrag van KNRM. Ook uit de door Poseidon in dit verband aangehaalde e-mail van Poseidon aan KNRM van 17 september 2018 blijkt niet meer, ook niet in samenhang met de overige correspondentie, dan dat KNRM aan Poseidon berichtte met welke KNRM-medewerkers over welke aspecten van (orders voor) de Survitec overlevingspakken kon worden gecommuniceerd. Enige wetenschap van KNRM op 8 oktober 2018 omtrent een niet meer betrokken (willen) zijn van S1 kan hieruit niet worden afgeleid. Ook overigens heeft Poseidon het bestaan van deze wetenschap bij KNRM niet voldoende toegelicht.
4.2.6
In een geval als dit brengen de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen mee dat Poseidon KNRM vóór het ondertekenen van Addendum 2018 had moeten inlichten over de omstandigheid dat S1 toentertijd al, zoals Poseidon dit zelf heeft omschreven, wilde stoppen met de distributie. Dit wordt niet anders indien, zoals Poseidon betoogt, een andere leverancier dan S1 de aan KNRM te leveren overlevingspakken had kunnen fabriceren. KNRM heeft dit betwist. Maar ook indien zou vaststaan dat een derde leverancier dezelfde pakken had kunnen leveren als S1 maakte, volgt daaruit niet dat Poseidon ervan uit mocht gaan dat KNRM ook dan Addendum 2018 (op deze wijze) zou hebben getekend of dat Poseidon KNRM omtrent de (toekomstige) inzet van een andere leverancier niet had behoeven te informeren. Zij had KNRM ook dan moeten inlichten. Het voorgaande wordt bevestigd door haar eigen uitlating ter zitting in eerste aanleg dat zij een alternatief had gevonden voor de productie van de pakken (Viking) en kon blijven voldoen aan de overeenkomst met KNRM, maar dat zij daar wel de toestemming van KNRM voor nodig had.
4.2.7
De vereiste inlichtingen zijn achterwege gebleven. Uit het voorgaande volgt dat KNRM bevoegd was de in Addendum 2018 belichaamde overeenkomst op 2 juli 2019 wegens dwaling te vernietigen. Daarom kan die overeenkomst, in het bijzonder ook het niet-voortzetten daarvan of de daarin opgenomen bepalingen omtrent terugverdienen van (ontwikkel)kosten op grond van de ‘cancellation clause’ (zie hiervoor onder 3.12), geen grondslag vormen voor de toewijzing van enige vordering van Poseidon.
Verkoopovereenkomst en Addendum 2014
4.3
Zoals hiervoor onder 4.1.4 is overwogen, neemt Poseidon in haar memorie van grieven (nr. 4) uitdrukkelijk tot uitgangspunt dat de Verkoopovereenkomst met Addendum 2014 van rechtswege zijn geëindigd op 23 september 2018. “Aansluitend hebben Poseidon en KNRM hun afspraken voortgezet op basis van de op 8 oktober 2018 getekende overeenkomst”, aldus Poseidon.
4.3.1
Gezien dit uitgangspunt, in samenhang met de rechtsgeldige vernietiging van de op 8 oktober 2018 getekende overeenkomst (Addendum 2018), heeft Poseidon onvoldoende toegelicht waarom KNRM gehouden was om na september 2018, althans na de opzegging door S1, zaken te blijven doen met haar. Poseidon heeft onvoldoende toegelicht waarom zij er in de gegeven omstandigheden op mocht rekenen dat de relatie met KNRM zonder meer zou worden voortgezet en/of dat zij daarmee eerder gemaakte kosten of gedane investeringen nadien zou kunnen terugverdienen; voor zover die voortzetting en/of een dergelijk terugverdienen niet hebben plaatsgehad, is dat ook los daarvan niet te beschouwen als (een gevolg van) een tekortkoming van KNRM. Voor zover de vorderingen van Poseidon zijn gebaseerd op een dergelijke tekortkoming, zijn zij niet toewijsbaar. Dit geldt in ieder geval voor Poseidons primaire vordering onder 1 alsmede voor de primaire vordering onder 2, de onderdelen 2 tot en met 9 en onderdeel 11 (voor de primaire vordering onder 2, onderdelen 1, 10 en 12, zie hierna onder 4.4 e.v.).
4.3.2
Poseidon heeft haar subsidiaire vorderingen onder 1, 2 en 3 erop gericht dat KNRM c.s. worden veroordeeld tot het verder nakomen en blijven nakomen van de overeenkomsten “zolang die overeenkomst en afspraken gelden” en, kort gezegd, op het respecteren van de daarbij volgens Poseidon geldende exclusiviteit, een en ander op straffe van dwangsommen. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.3 is overwogen met betrekking tot het door Poseidon zelf gehanteerde uitgangspunt dat de Verkoopovereenkomst en Addendum 2014 van rechtswege zijn geëindigd op 23 september 2018, en op het oordeel dat Addendum 2018 rechtsgeldig is vernietigd, kan een bevel tot het in de toekomst blijven nakomen van deze overeenkomsten zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet worden toegewezen.
4.3.3
Poseidon stelt verder dat KNRM zich al vóór het eindigen van de overeenkomsten herhaaldelijk niet aan haar verplichtingen heeft gehouden. De in dit verband door Poseidon bedoelde ‘inbreuken’ van KNRM op de overeenkomsten zouden er, samengevat, uit hebben bestaan dat KNRM het onderhoud van reddingsvesten heeft uitbesteed aan een derde, dat zij zomeroveralls en reddingsvesten alsmede niet-originele (onder)delen heeft aangeschaft bij derden en dat KNRM in strijd met de overeenkomst probeerde rechtstreeks met S1 te overleggen. Met betrekking tot deze ‘inbreuken’ heeft Poseidon echter niet duidelijk gemaakt met welke beslissingen van de rechtbank zij zich niet kan verenigen. Zij heeft ook niet concreet gesteld dat, en in welke omvang, zij als gevolg van deze ‘inbreuken’ schade heeft geleden, en ook overigens heeft zij niet – althans niet op een voor het hof kenbare wijze – een verband gelegd tussen deze gestelde tekortkomingen en één of meer posten van haar schadevordering en de berekening daarvan. Toekenning van schadevergoeding wegens deze ‘inbreuken’ kan reeds daarom niet aan de orde zijn.
Betaling voor geleverde prestaties
4.4
Voor zover de vorderingen van Poseidon zien op nakoming van de Verkoopovereenkomst of andere afspraken ter zake van reeds door Poseidon geleverde goederen of diensten, overweegt het hof als volgt.
4.4.1
Poseidons vordering tot betaling van € 82.752,30 wegens openstaande facturen (primaire vordering onder 2, onderdeel 1) strekt tot nakoming door KNRM van contractuele verplichtingen. Volgens Poseidon is KNRM gehouden tot betaling omdat KNRM de door Poseidon gefactureerde goederen waarop deze vordering ziet heeft besteld en deze aan KNRM zijn geleverd. Haar grief 2 ziet hierop.
KNRM c.s. hebben de vordering van Poseidon bestreden en in dit verband onder meer aangevoerd dat alle door Poseidon uitgeleverde orders door KNRM zijn betaald (van welke gestelde betalingen zij in hoger beroep diverse voorbeelden hebben genoemd met verwijzing naar overgelegde producties) en dat, voor zover facturen onbetaald zijn gebleven, Poseidon niet aan haar heeft geleverd. In hoger beroep hebben KNRM c.s. met betrekking tot een aantal facturen bewijsstukken overgelegd waaruit volgens hen volgt dat de gefactureerde goederen niet door Poseidon maar door S1 zijn geleverd (en door KNRM aan deze zijn betaald).
4.4.2
Op het gemotiveerde betoog van KNRM c.s. in hoger beroep heeft Poseidon nog niet kunnen reageren. Het hof overweegt verder als volgt. Op basis van de nu beschikbare stukken is het hof nog onvoldoende voorgelicht om tot een eindbeslissing op dit onderdeel van de vordering te komen. Het hof zal partijen daarom in de gelegenheid stellen hun stellingen toe te lichten en om in dat kader nadere informatie te verschaffen op de wijze zoals hierna wordt overwogen onder 4.7.
4.4.3
Mogelijk moet ook Poseidons vordering tot betaling van € 23.789,81 wegens “in 2018 geleverde Tri-Sirius LED Strobes” (primaire vordering onder 2, onderdeel 10) worden beschouwd als vordering tot nakoming in verband met reeds geleverde prestaties. Het hof is echter van oordeel dat deze vordering ook bij deze uitleg van de vordering niet toewijsbaar is. Hiervoor is redengevend dat Poseidon deze vordering niet voldoende (begrijpelijk) heeft onderbouwd. Poseidon heeft in verband met deze vordering gesteld dat die strekt ten laste van Exploitatiestichting en betrekking heeft op geleverde en nog niet gefactureerde onderdelen (Tri-Sirius LED Strobes), waarvan Poseidon nu de “brutomarge” vordert, waarbij Poseidon verwijst naar twee producties. Uit die stellingen en de bedoelde producties volgt echter niet dat en waarom KNRM c.s. en/of Exploitatiestichting gehouden zouden zijn die – kennelijk nooit aan KNRM c.s. en/of Exploitatiestichting gefactureerde – bedragen aan Poseidon te betalen. De post ‘kosten facturen’ ad € 7.773,04 (primaire vordering onder 2, onderdeel 12) is, voor zover al gegrond op nakoming van een afspraak, niet nader toegelicht zodat ook deze niet toewijsbaar is.
Onrechtmatige daad
4.5
Poseidon legt aan haar vorderingen ook ten grondslag dat KNRM jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld. De kern van dit betoog van Poseidon luidt als volgt. KNRM betaalde openstaande facturen van Poseidon niet tijdig, Poseidon was daardoor niet in staat S1 tijdig te betalen en S1 heeft de overeenkomst met Poseidon als gevolg daarvan in 2019 opgezegd. Het opzeggen van de overeenkomst, althans de vernietiging op grond van dwaling blijkt een opzet tussen KNRM en S1 te zijn geweest om Poseidon buiten spel te zetten. KNRM profiteert daarmee op onrechtmatige wijze van de jarenlange inspanningen van Poseidon, aldus Poseidon. De zesde grief van Poseidon strekt er (mede) toe te betogen dat de rechtbank dit heeft miskend.
4.5.1
Zoals het hof ook hiervoor onder 4.2.5 heeft overwogen, heeft Poseidon geen concrete feiten gesteld of door verwijzing naar producties aannemelijk gemaakt waaruit de door haar gestelde samenspanning blijkt. Weliswaar heeft Poseidon e-mails overgelegd, maar uit de gevoerde correspondentie (zowel vóór als na de datum van 8 oktober 2018) blijkt slechts dat Poseidon aan KNRM facturen verzond en aandrong op, dan wel verzocht om betaling althans om uitleg waarom betaling uitbleef. Er blijkt echter niet uit dat KNRM haar betaalgedrag heeft bepaald door samen te spannen met S1. Van feiten waaruit zulk handelen volgt heeft KNRM ook niet (voldoende) concreet bewijs aangeboden.
4.5.2
Voor zover Poseidon bedoeld heeft ook de hiervoor onder 4.3.3 bedoelde ‘inbreuken’ op contractuele afspraken ten grondslag te leggen aan haar vorderingen wegens onrechtmatige daad, gaat het hof daaraan voorbij, reeds omdat Poseidon niet concreet heeft gesteld dat, en waarom, deze gestelde contractuele ‘inbreuken’ onrechtmatig waren, noch in welke omvang zij als gevolg daarvan schade heeft geleden.
4.5.3
De slotsom is dat de vorderingen van Poseidon niet toewijsbaar zijn op grond van onrechtmatige daad.
Contractspartijen
4.6
Met haar eerste grief keert Poseidon zich tegen het oordeel van de rechtbank dat Poseidon in haar vorderingen tegen KNRM B.V. en Exploitatiestichting nietontvankelijk is, omdat volgens de rechtbank deze entiteiten niet als wederpartij van Poseidon bij de betrokken overeenkomsten kunnen worden beschouwd.
4.6.1
Ten aanzien van KNRM B.V. faalt deze grief. Voor dit oordeel verwijst het hof naar het onder 3.24 genoemde vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 april 2020. KNRM c.s. hebben zich erop beroepen dat de rechtbank in genoemd vonnis heeft beslist dat KNRM B.V. niet als de contractuele wederpartij van Poseidon kan worden aangemerkt en dat deze beslissing in onderhavig geding bindende kracht heeft. Dat vonnis, waarvan geen hoger beroep is ingesteld, betrof de rechtsbetrekking tussen KNRM B.V. en Poseidon die ook in de onderhavige zaak in geschil is. Op grond van art. 236 Rv is het hof gebonden aan de beslissing van de rechtbank voor zover die deze rechtsbetrekking betreft. Het gevolg hiervan is dat KNRM B.V. – ook in onderhavig geding – niet als de contractuele wederpartij van Poseidon kan worden aangemerkt.
4.6.2
Tussen partijen is niet in geschil dat Stichting KNRM gold als wederpartij van Poseidon bij de betrokken overeenkomsten.
4.6.3
Over de vraag of daarnaast ook Exploitatiestichting als wederpartij van Poseidon bij de betrokken overeenkomsten moet worden beschouwd, en hetgeen Poseidon in dat verband bij grief 1 naar voren heeft gebracht, zal het hof beslissen nadat partijen nadere informatie hebben verschaft over de openstaande facturen, waarbij ook nader duidelijk kan worden in hoeverre Exploitatiestichting daarbij optrad als partij die bestellingen deed, facturen en/of leveringen ontving en/of betalingen deed.
Informatie in verband met facturen
4.7
Zoals hiervoor overwogen onder 4.4.2, zal het hof partijen in de gelegenheid stellen nadere informatie te verschaffen omtrent de facturen waarvan Poseidon betaling vordert en de daarmee samenhangende bestellingen en betalingen. Daarbij kan door partijen ook nader worden ingegaan op de rol van Exploitatiestichting daarbij.
4.7.1
Poseidon vordert betaling van in totaal 29 geheel of gedeeltelijk openstaande facturen, gedateerd tussen 4 januari 2019 en 25 juli 2019. Het gevorderde bedrag van € 82.752,30 bestaat uit de hoofdsom, 21% btw, incassokosten, en rente tot 1 november 2020. Een overzicht van deze facturen heeft Poseidon overgelegd als (onder meer) productie 53, de facturen zelf als onderdeel van productie 75.
De facturen bevatten telkens een aanduiding van de gefactureerde goederen of diensten en van een bestelling, die soms is aangeduid met een “KNRM order nummer” (steeds aanvangend met de letters KLOG) en soms met een “Ordernummer” (steeds aanvangend met de letters EVRD). Sommige van de facturen zijn geadresseerd aan Stichting KNRM, de overige aan Exploitatiestichting.
4.7.2
Het hof zal eerst Poseidon in de gelegenheid stellen om bij akte voor elke factuur van de 29 facturen waarvan zij betaling vordert, per factuur de volgende gegevens te verschaffen, ordentelijk weergegeven in één overzicht of tabel en waar nodig met eenduidige en exacte verwijzing naar bijbehorende (reeds overgelegde of alsnog over te leggen) bewijsstukken:
factuurnummer, factuurdatum, factuurbedrag, geadresseerde van de factuur, omschrijving van de gefactureerde goederen of diensten, openstaand bedrag en (hoogte van de) btw;
datum van de bestelling, ordernummer(s), naam van de bestellende entiteit en bewijs van de bestelling(en);
datum en bewijs van de levering van de gefactureerde goederen of diensten en aanduiding van de entiteit door wie en de entiteit aan wie de levering is geschied;
de grondslag en de berekening (inclusief vermelding van de aanvangsdatum) van gevorderde vertragingsrente.
Poseidon zal daarbij een korte toelichting op de verschafte informatie kunnen geven, en daarnaast ook kunnen reageren op de stellingen en producties van KNRM c.s. in de memorie van antwoord (nrs. 44-63) naar aanleiding van grief 2 van Poseidon.
4.7.3
Vervolgens zullen KNRM c.s. in de gelegenheid zijn om bij akte de volgende gegevens te verschaffen, ordentelijk weergegeven per door Poseidon behandelde factuur en waar nodig met eenduidige en exacte verwijzing naar bijbehorende (reeds overgelegde of alsnog over te leggen) bewijsstukken:
aanduiding of de volgens Poseidon gefactureerde goederen of diensten aan KNRM c.s. zijn geleverd en zo ja, van de entiteit door wie en de entiteit aan wie de levering is geschied;
indien en voor zover de gefactureerde goederen of diensten niet zijn geleverd: zo mogelijk aanduiding en bijvoeging van gegevens waaruit dit blijkt;
indien en voor zover hetgeen is gefactureerd wel is geleverd:
datum en bewijs van betaling van de factuur, althans van de gefactureerde goederen en diensten;
de entiteit door wie en de entiteit aan wie de betaling heeft plaatsgehad.
KNRM c.s. zullen daarbij een korte toelichting op de verschafte informatie kunnen geven, en daarnaast ook kunnen reageren op de inhoud van de akte van Poseidon. Voor zover KNRM c.s. stellen dat de gefactureerde goederen of diensten aan hen zijn geleverd door S1 en door hen aan S1 zijn betaald, zijn zij in de gelegenheid om in die toelichting ook feiten te stellen waaruit volgt dat door die betaling de (eventuele) verbintenis tot betaling jegens Poseidon is tenietgegaan.
4.7.4
Afhankelijk van de inhoud van de akte (en eventueel daarbij gevoegde producties) van KNRM c.s. kan het hof aan Poseidon desverzocht gelegenheid bieden daarop nog te reageren.
Slotoverweging
4.8
Uit wat hiervoor is overwogen, volgt dat het hof geen gronden ziet voor het alsnog toewijzen van Poseidons primaire vordering onder 1, haar primaire vordering onder 2, onderdelen 2 tot en met 12 en haar subsidiaire vorderingen. De grieven 3 tot en met 7 slagen niet. Grief 1 (contractuele wederpartij) is niet van belang voor Stichting KNRM (zie onder 4.6.2), faalt voor zover zij ziet op KNRM B.V. en voor zover zij ziet op Exploitatiestichting zal daarover worden beslist na afronding van de aktewisseling. Ook over grief 2 (openstaande facturen, Poseidons primaire vordering onder 2, onderdeel 1) zal worden beslist na de aktewisseling.
Gelet op een en ander, en nu hiermee enerzijds het bedrag in geschil aanzienlijk kleiner is dan hetgeen Poseidon vordert en anderzijds mogelijk nog substantiële tijd en kosten gemoeid zullen zijn met de aktewisseling, geeft het hof partijen in overweging om te trachten (al of niet na het delen van informatie als hiervoor bedoeld onder 4.7.2 en 4.7.3) de zaak onderling te regelen.
5Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van het hof van dinsdag 3 oktober 2023 voor het nemen van een akte aan de zijde van Poseidon met de hiervoor onder 4.7.2 bedoelde inhoud;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. D. Kingma, M.M. Korsten-Krijnen en H. Struik en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023.
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.308.547/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/312740 / HA ZA 21-60
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 augustus 2023
inzake
POSEIDON B.V.,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
appellante,
advocaat: mr. P.A. de Lange te Barendrecht,
tegen
1STICHTING KONINKLIJKE NEDERLANDSE REDDING MAATSCHAPPIJ,
2. KNRM B.V.,
3. EXPLOITATIESTICHTING TEN BEHOEVE VAN DE KONINKLIJKE NEDERLANDSE REDDING MAATSCHAPPIJ,
alle gevestigd te IJmuiden,
geïntimeerden,
advocaat: mr. T.A. Bruins te Overveen.
Partijen worden hierna Poseidon en KNRM c.s. genoemd, en geïntimeerden afzonderlijk Stichting KNRM, KNRM B.V. en Exploitatiestichting. De aanduiding ‘KNRM’ wordt gebruikt (in enkelvoud) waar gedoeld is op een of meer van de tot KNRM c.s. behorende rechtspersonen.
1De zaak in het kort
Partijen hebben langere tijd met elkaar zaken gedaan in verband met door Poseidon aan KNRM geleverde overlevingspakken voor reddingswerkers. Poseidon vordert onder meer schadevergoeding vanwege de wijze waarop de contractuele relatie is beëindigd.
2Het geding in hoger beroep
Poseidon is bij dagvaarding van 12 januari 2022 in hoger beroep gekomen van de vonnissen van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 9 juni en 13 oktober 2021, onder bovenvermeld zaak-/rolnummer gewezen tussen Poseidon als eiseres en KNRM c.s. als gedaagden.
Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:
memorie van grieven, met producties;
memorie van antwoord, met producties.
Ten slotte is arrest gevraagd.
Poseidon heeft geconcludeerd dat het hof de bestreden vonnissen zal vernietigen en – uitvoerbaar bij voorraad – alsnog de vorderingen van Poseidon zal toewijzen, met beslissing over de proceskosten.
KNRM c.s. hebben geconcludeerd tot bekrachtiging van de bestreden vonnissen, met – uitvoerbaar bij voorraad – beslissing over de proceskosten.
Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.
3Feiten
De rechtbank heeft de feiten tot uitgangspunt genomen die zijn vermeld in haar vonnis van 13 oktober 2021 (hierna: het bestreden vonnis) onder 2.1 tot en met 2.31. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof tot uitgangspunt. Poseidon heeft in hoger beroep aangevoerd dat de feitenvaststelling door de rechtbank niet volledig is; de in dat verband door Poseidon genoemde feiten komen hierna aan de orde, doch alleen voor zover nodig om aan te duiden (gelet op art. 230 lid 1 Rv) waarop de in dit arrest gegeven beslissing rust. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
3.1
Poseidon exploiteert een handelsonderneming die zich bezig houdt met de aankoop, verkoop en het onderhoud van producten ten behoeve van de maritieme en luchtvaart veiligheidsmarkten.
3.2
Stichting KNRM houdt zich bezig met de dienstverlening voor vervoer over water en het verrichten van reddingswerkzaamheden. Stichting KNRM is statutair gevestigd te IJmuiden. KNRM B.V. houdt zich bezig met het uitoefenen van activiteiten die gerelateerd zijn aan die van Stichting KNRM. De (enige) handelsnaam van KNRM B.V. is ‘KNRM’. Stichting KNRM is enig aandeelhouder van KNRM B.V. KNRM B.V. is statutair gevestigd te Velsen. Stichting KNRM en KNRM B.V. delen een e-mailadres, te weten [email protected], alsmede een bezoekadres, te weten Haringkade 2 te (1976 CP) IJmuiden. Het adres van de website van Stichting KNRM is www.knrm.nl. KNRM B.V. heeft geen aparte (eigen) website. Stichting KNRM en KNRM B.V. hadden in de periode 2009 t/m 2015 beide als bestuurder [naam 1] (hierna: [naam 1] ). In 2018 was [naam 2] (hierna: [naam 2] ) bestuurder van zowel Stichting KNRM als KNRM B.V.
Exploitatiestichting is opgericht in 1992 en houdt zich bezig met het exploiteren van reddingsmaterieel en het verzorgen van promotionele activiteiten ten behoeve van het Nederlandse reddingswezen. In de periode 2009-2015 waren [naam 3] en [naam 4] bestuurders van Exploitatiestichting.
3.3
Op 30 september 2008 is tussen Poseidon en Survival One Limited, ook genaamd Survitec (hierna: S1), een distributieovereenkomst tot stand gekomen (hierna: de distributieovereenkomst).
3.4
In november 2009 heeft Poseidon aan KNRM “in partnership with Survival-One” een indicatief voorstel gedaan voor de “supply & support of survival equipment KNRM” aan KNRM. Voor zover hier van belang, vermeldt dit voorstel onder meer het volgende:
“Survival-One Limited is the worlds leading provider of survival equipment contractor logistic support (CLS). (…)
Survival-One Limited, in partnership with their Dutch Representative Poseidon BV has been invited to provide KNRM with a proposal to design and develop a marine immersion dry suit for their rescue crews. In addition to the design, SurvivalOne would manufacture the products and provide in service support and maintenance.
This proposal is indicative based on the current design of suit on trial with the KNRM. (…)This proposal is based on a 7 year contract with the opportunity to extend if required. These options to extend would be subject to written agreement from all parties.”
3.5
Bij e-mailbericht van 30 november 2010 zendt S1 aan Poseidon een voorstel met, voor zover hier van belang, de volgende inhoud en (bijgevoegd) de ‘conditions of sale’ van S1:
“Survival-One
Proposal for the supply & Support of Survival Equipment November 2010
Survival-One
Background
Survival-One Limited is the worlds leading provider of survival equipment contractor logistic support (CLS). (…)
Survival-One Limited has been invited to provide their distributor Poseidon BV with a proposal to design and develop a marine immersion dry suit for their customer the KNRM. In addition to the design, SurvivalOne would manufacture the products and provide in service support and maintenance.
This proposal is indicative based on the current design of suit on trial with the KNRM. There are a number of options available to Poseidon BV all detailed within Scope of Work. This proposal is based on a 7-year contract with the opportunity to extend if required.
(…)”
3.6
Bij e-mailbericht van 15 december 2010 stuurt Poseidon KNRM een voorstel voor de mogelijke levering van “de nieuwe generatie beschermende kleding”. In het voorstel wordt verwezen naar de algemene voorwaarden van Poseidon van maart 2009 en is verder onder meer het volgende opgenomen:
“(…)
Poseidon BV in partnership with their supplier Survival-One herewith provides the KNRM with a proposal for the design, development, supply and maintenance of an integrated marine dry suit, and all ancillary products, for their rescue crews.
This proposal is based on the current design of suit on trial with the KNRM. There are a number of options available to the KNRM all detailed within the Scope of Work. This proposal is based on a 7 year contract with the opportunity to extend if required.
(…)
3.7
Op 23 september 2011 is een overeenkomst tot stand gekomen, getiteld “Contract for the supply and support of Survival Equipment between Poseidon BV in partnership with Survival-One Limited and the Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij”. Deze overeenkomst is namens Poseidon ondertekend door haar bestuurder [naam 5] (hierna: [naam 5] ), namens S1 door [naam 6] en namens “Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij” door [naam 1] (hierna: de Verkoopovereenkomst). Poseidon en S1 worden in deze overeenkomst gezamenlijk aangeduid als ‘Poseidon/Survival-One’. Het betreft een contract voor de levering en het onderhoud/de ondersteuning van door KNRM in samenwerking met “Poseidon/Survival-One” te ontwikkelen reddingsuitrustingen (integrated suits and lifejackets), te leveren door S1 via Poseidon aan ‘Koninklijke Nederlands Redding Maatschappij’. Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard, en er zijn algemene voorwaarden van toepassing die zijn aangehecht en geparafeerd. In de overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen:
“Scope of Service and Maintenance
(…)
2.1
On demand Servicing
On demand servicing will be the preferred maintenance regime to be adopted by the KNRM. Poseidon/Survival-One is committed to establish a service repair facility in the Netherlands to meet the demand servicing requirements of the KNRM. We will continue to look at the feasibility of locating such a facility in Ijmuiden should this be economically viable.
(…)
» Suits will be assessed for repair or replacement based on economic or pre-agreed conditions.
2.3
Communications
All communications, procurement, local support, deliveries, service activities and invoicing will be through Poseidon BV
(…)
Survival-One agrees to complete all maintenance and repair activities and return each suit within 10 working days from collection. If repairs are not completed within this period, Survival-One agrees to a 10% reduction in the total repair cost.
(…)”
3.8
Op 16 januari 2014 is vervolgens een “addendum to contract dated 23rd of september 2011 for the supply & support of Survival Equipment” tot stand gekomen (hierna: Addendum 2014). Onder meer staan daarin aangepaste prijzen voor de door S1 te fabriceren en door KNRM via Poseidon af te nemen overlevingspakken. Dit betreft vaste prijzen tot 31 december 2014, die daarna onderhevig zijn aan een jaarlijkse prijsaanpassing op basis van een overeengekomen ‘index tarief’. Poseidon heeft van Addendum 2014 een exemplaar overgelegd dat is ondertekend door [naam 1] namens “Koninklijke Nederlands Redding Maatschappij” en namens Poseidon door [naam 5] . KNRM heeft daarvan een exemplaar overgelegd dat ook is ondertekend door S1. In Addendum 2014 is - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:
“This Agreement shall remain in force for the duration of the Contract and beyond its expiry date on the 22nd of September 2018 until the extension of the Contract has been negotiated and accepted by all three parties but has not yet entered into force either definitively or provisionally.
All other conditions are deemed to be in compliance with contract signed on September 23rd 2011.”
3.9
Vanaf 2016 heeft Poseidon concepten opgesteld voor een door Poseidon en KNRM te tekenen tweede addendum op de Verkoopovereenkomst.
3.10
Vanaf begin 2018 hebben Poseidon en KNRM gesproken over een zogenaamde ‘Block buy – constructie’ (hierna: block buy) om de levertijden van overlevingspakken te verkorten. Hierover is voor het eerst iets opgenomen in het door Poseidon overgelegde concept voor een door Poseidon en KNRM te ondertekenen “addendum for the supply and support of survival equipment” van 5 februari 2018. In dit concept is onder meer het volgende opgenomen:
“The Survival Suit rate is fixed until the 31st of December 2018: thereafter it is subject to annual escalation using an agreed index (normally the retail price index) and based on a minimum block order quantity of 100 suits and the pre-agreed sizing details.
The block order will be quarterly assessed or earlier if so required in order to maintain a sufficient amount of suits/sizes available for soonest delivery.
Poseidon agrees to accept the order(s) and subsequently deliver based in the individual procurement order and invoice upon delivery,
KNRM agrees to accept delivery of the block ordered suits not later than one after pre-production.
(…)
This agreement shall remain in force for the duration of the contract and will be automatically renewed.
Parties have agreed to sign a formal letter covering the design, supply and maintenance of the GEN2 suit for the purpose of ensuring both continuity and investments funding..
(…)”
3.11
Bij e-mailbericht van 12 september 2018 bericht Poseidon KNRM over de voorgenomen invoering van de block buy ten aanzien van de verwachten levertijden het volgende:
“Ik heb vanochtend met verschillende mensen binnen S1 gesproken en kan je bevestigen dat de veronderstelde levertijd voor ‘Block’ order pakken ongeveer 4 weken is.
Dit is absoluut aan de veilige kant en nog niet gebaseerd om ervaringsgegevens, de verwachting is dan ook dat dit in praktijk minder zal zijn en gelijk aan een reguliere service interval.”
3.12
Uiteindelijk is op 8 oktober 2018 een tweede “addendum to contract dated 23rd of september 2011 for the supply & support of Survival Equipment” ondertekend namens “Koninklijke Nederlands Redding Maatschappij” door [naam 2] en namens Poseidon door [naam 5] (hierna te noemen: Addendum 2018). Daarin is onder meer het volgende opgenomen:
“(…)
KNRM to purchase suits, consumables and on demand service from Poseidon on an exclusive basis, at the agreed terms and below amended rates applicable with immediate effect as from January 1st, 2018;
Present suits are manufactured and maintained by Survival-One, part of the Survitec Group Companies.
(…)
The Survival Suit rate is fixed until the 31st of December 2018; thereafter it is subject to annual escalation using an agreed index (normally the UK retail price index) and based on a, mutually accepted, continuous maximum block order quantity of 100 suits based on pre-agreed sizing details.
(…)
The cancellation clause ** applicable to the ‘Block’ buy concept will be that on termination of the contract Poseidon will be entitled to immediate and full payment/compensation of all suits manufactured in part or in full delivered or not including all additional cost.
(…)
Parties herewith confirm having agreed on the intent of covering the cost of design, development, duration of supply and maintenance of the CE marked suit(s) for the purpose of ensuring both continuity and investment funding as part of this agreement.
The cancellation clause ** will be that on termination prior to the agreed contract term Poseidon will be entitled to full compensation of the cost incurred and income lost.
Terms are herewith negotiated and accepted they shall remain in force for the duration of the contract.
(…)
Note: ** “ontbindende voorwaarden”
3.13
Bij brief van 25 april 2019 heeft S1 de distributieovereenkomst met Poseidon opgezegd per 31 juli 2019, met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn van drie maanden.
3.14
Bij brief van 25 april 2019 aan Poseidon, heeft S1 ook de Verkoopovereenkomst met Poseidon opgezegd, eveneens per 31 juli 2019. In die brief schreef S1 onder meer:
“Re: Expiry and subsequent termination of the Supply and Support Agreement dated 23 September 2011 as amended by the 16 January 2014 Addendum (“the Sales Agreement”) between Poseidon B.V. (“Poseidon”), Survival One Limited (“Survitec”) and Koninklijke Nederlandse Redding Masstschappij (“KNRM”)
I write to inform you that the Sales Agreement referred to above, which had been amended by an addendum, signed on 16 January 2014, had officially expired on 22 September 2018. I enclose a copy of the addendum, which contains the relevant wording regarding expiration, for your convenience.
Survitec shall cease to continue any commercial relations with Poseidon, that have been carried on in relation the Sales Agreement, since the expiry of this Sales Agreement, subject to the below notice period.
In addition, Survitec wish to terminate the Sales Agreement and we hereby provide three (3) months’ written notice to Poseidon. This notice is to run in parallel to the notice of termination for the 2008 Distribution Agreement, served on Poseidon separately.”
3.15
Op 9 mei 2019 plaatst KNRM nog enkele orders bij Poseidon voor de levering van nieuwe pakken en het onderhoud van pakken.
3.16
Bij brief van 10 mei 2019 heeft S1 aan KNRM onder meer het volgende geschreven:
“Re: Termination of the Supply and Support Agreement dated 23 September 2011 as amended by the 16 January 2014 Addendum (“the Agreement”) between Poseidon B.V. (“Poseidon”), Survival One Limited (“Survitec”) and Koninklijke Nederlandse Redding Masstschappij (“KNRM”)
1 write to inform you that Survitec wishes to terminate the Agreement, referred to above. Accordingly, we wish to provide KNRM with three (3) months’ written notice.
This notice is deemed served on 15 May 2019 (“Deemed Service”), and therefore, the Agreement will terminate by 20 August 2019, which is more than the three (3) months, from the date of Deemed Service.”
3.17
Op 15 mei 2019 bericht [naam 7] , projectmedewerker Technische dienst bij KNRM (hierna: [naam 7] ) per e-mail aan Poseidon ( [naam 5] ), met kopie aan S1, dat de opzegging door S1 van de Verkoopovereenkomst als een verrassing kwam. Zij vraagt om opheldering, en daarnaast om informatie over in hoeverre de uitvoering van reparaties, orders en leveringen van nieuwe overlevingspakken in de (nabije) toekomst is gewaarborgd. Ook vraagt zij om informatie aangaande onder meer de block buy, die Poseidon had genoemd als reden voor het tekenen van Addendum 2018.
3.18
In antwoord daarop bericht [naam 5] namens Poseidon bij e-mailbericht van diezelfde dag dat hij al geruime tijd in onderhandeling is met S1 over de verlenging van “onze overeenkomst” en dat hij S1 onder druk heeft gezet ten aanzien van een aantal problemen, zoals die worden ervaren door partijen. [naam 5] meldt verder dat hij de week daarop naar S1 zal gaan en [naam 7] op de hoogte zal houden en dat alle lopende en nieuwe orders worden gehonoreerd.
3.19
Op 16 mei 2019 reageert [naam 7] namens KNRM als volgt:
“Ik verzoek je met klem per ommegaande te antwoorden op de vragen die ik in onderstaande mail aan jou heb gesteld naar aanleiding van het bericht dat Survitec de overeenkomst met Poseidon en KNRM heeft opgezegd.
Wachten en achterover leunen is voor ons geen optie.”
3.20
Bij e-mailbericht van 20 mei 2019 aan Poseidon gaat KNRM in op de gevolgen die de opzegging door S1 heeft op de Verkoopovereenkomst. In dat e-mailbericht heeft [naam 2] namens KNRM onder meer het volgende geschreven:
“Following the sudden and unexpected termination by Survitec of the Supply and Support Agreement (“the agreement”) KNRM has evaluated the new situation as well as the cooperation between KNRM and Poseidon and the necessary trust for such a further cooperation.
The KNRM is of the opinion that the termination of the agreement by Survitec as of August 20th, 2019 also means that the cooperation between KNRM and Poseidon will end on that date. Needless to say current affairs will be settled correctly. However for the continuity of the process with regard to new orders and repairs the KNRM from now on will approach Survitec directly in order to manage this in the right direction.
Apart from the termination of the agreement by Survitec, resulting in new (mutual) relationships between the parties, the KNRM momentarily lacks a necessary basis of trust for further cooperation with Poseidon as a result of various issues that have taken place in the past period. This is partly due to the recurring dissatisfaction of the KNRM with regard to Poseidon as a result of inaccuracies/uncertainties with regard to goods to be delivered, repeated miscommunications, insufficient and/or inadequate response to justified questions from the KNRM. The KNRM has expressed its concerns and dissatisfaction about this before but she has come to the believe that she is not being taken seriously by Poseidon on these matters.
Also the sudden changes in the last addendum, dated 8 October 2018 (see appendix), that were not discussed with the KNRM as well as the way Poseidon (not) handled the objections of KNRM in this regard, are partly to blame for the loss of the necessary confidence for further cooperation. The way Poseidon subsequently has (not) dealt with the unexpected termination of the agreement by Survitec is further more a reason for the loss of confidence in Poseidon. The fact that Poseidon now suddenly claims to be working on an extension of the agreement, while since November 2018 Poseidon has indicated in all its communications to KNRM that the agreement with Survitec has already been extended, further diminishes the KNRM’s confidence in Poseidon.
Finally, the KNRM hereby holds Poseidon liable for the (possible) damage that KNRM will suffer as a result of the termination of the current agreement by Survitec. This includes the costs for CE certification and the Block Buy. If the KNRM is unable to reach a proper arrangement with Survitec on this point, It reserves all rights with regard to claim compensation/damages from Poseidon.“
3.21
Bij e-mail van 14 juni 2019 van KNRM aan Poseidon heeft [naam 2] namens KNRM het volgende geschreven:
“Uit de mail van 22 mei jl. van Poseidon begrijpt de KNRM overigens dat de verlening van de overeenkomst in 2018 (tussen Poseidon en de KNRM) zou zijn afgesproken “in afwachting van en in overeenstemming met een zelfde beoogde uitbreiding van de distributieovereenkomst met Survitec”. Ook dit is nieuw voor de KNRM. Zij is er altijd vanuit gegaan dat er tussen Poseidon en Survitec, tegen de achtergrond van de meerpartijenovereenkomst van 2011 en het addendum van 2014, al overeenstemming bestond, hetgeen – naar de KNRM nu begrijpt – dus niet het geval was.”
3.22
Bij brief van de advocaat van KNRM van 2 juli 2019 aan de advocaat van Poseidon heeft KNRM zich, kort gezegd, op het standpunt gesteld dat Addendum 2018 niet op een geldige wijze tot stand is gekomen. KNRM heeft Addendum 2018 – voor zover nodig – vernietigd op grond van dwaling aangezien KNRM op het moment van ondertekening daarvan ten aanzien van diverse essentiële onderwerpen uitging van een – door Poseidon gecreëerde – onjuiste voorstelling van zaken.
3.23
Bij brief van 5 juli 2019 heeft S1 aan KNRM bericht dat de correcte einddatum van de Verkoopovereenkomst 31 juli 2019 is (en dus niet 20 augustus 2019, zoals in de brief van 10 mei 2019 is vermeld).
3.24
De rechtbank Noord-Holland heeft bij vonnis van 8 april 2020 in een procedure tussen Poseidon als eiseres en KNRM B.V. als gedaagde, waarin een gelijke vordering van Poseidon aan de orde was als thans subsidiair door Poseidon ingesteld, geoordeeld – samengevat – dat KNRM B.V. niet kan worden beschouwd als de contractuele wederpartij van Poseidon en dat Poseidon daarom niet-ontvankelijk is in haar vorderingen tegen KNRM B.V.
4Beoordeling
4.1
Het gaat in dit geding om het volgende.
4.1.1
Poseidon vordert, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
“PRIMAIR:
te verklaren voor recht dat de overeenkomsten tussen Poseidon en KNRM zijn ontbonden, althans deze ontbonden te verklaren;
KNRM, althans stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of exploitatiestichting KNRM te veroordelen aan Poseidon te betalen (alle bedragen luiden inclusief btw):
ad 1. aan openstaande facturen € 82.752,30
ad 2. de block order 160.930,00
ad 3. ontwerp- en ontwikkelkosten 50.067,38
ad 4. ontwerp- en ontwikkelkosten 163.654,92
ad 5. verkoop pakken en onderhoud 974.603,00
ad 6. LPU-onderhoud 289.030,28
ad 7. LPU-onderhoud 535.155,17
ad 8. overalls en onderhoud 89.492,81
ad 9. overalls en onderhoud 169.594,81
ad 10. onderdelen 23.789,81
ad 11. onderdelen 142.725,55
ad 12. kosten factureren 7.773,04
genoemde bedragen telkens te vermeerderen met de contractuele rente, althans met de wettelijke rente, vanaf de datum van het onrechtmatig handelen, respectievelijk vanaf de vervaldata van de facturen, althans vanaf de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
SUBSIDIAIR:
KNRM, althans de stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of exploitatiestichting KNRM te veroordelen de met Poseidon gesloten overeenkomst van 23 september 2011 en de addenda van 16 januari 2014 en van 18 oktober 2018 na te komen en na te blijven komen zolang die overeenkomst en afspraken gelden, dit op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of deel daarvan dat KNRM weigert aan de inhoud van die overeenkomsten en gemaakte afspraken te voldoen;
KNRM, althans de stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of exploitatiestichting KNRM te verbieden buiten Poseidon om zaken te doen met S1 of een op enigerlei met of aan S1 verbonden entiteit, dit op straffe van een dwangsom van € 10.000,-- per inbreuk en overtreding op dat verbod;
KNRM, althans de stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of Exploitatiestichting KNRM te veroordelen binnen 5 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis inzage, afschrift en uittreksel van alle bestellingen, leveringen en betalingen tussen KNRM en S1 of een op enigerlei wijze aan S1 gelieerde partij, dit over de periode vanaf 22 september 2018 tot aan de datum van de ten deze te wijzen uitspraak, dit op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag of deel daarvan, zolang KNRM weigert aan die veroordeling te voldoen;
KNRM, althans de stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of exploitatiestichting KNRM te veroordelen tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding voor een bedrag van € 500.000,-- en voor het overige KNRM, althans de stichting KNRM en/of KNRM B.V. en/of exploitatiestichting KNRM te veroordelen tot een bedrag aan schadevergoeding, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
Primair en subsidiair:
KNRM te veroordelen tot betaling van de proceskosten in beide instanties, een bedrag aan advocaatkosten daaronder begrepen, met veroordeling van KNRM in de na de uitspraak vallende kosten (nakosten) voor wat betreft het salaris van de advocaat forfaitair berekend op € 131,-- zonder betekening en verhoogd met € 68,-- in geval van betekening, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het arrest, en indien voldoening niet binnen deze termijn plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente, te rekenen vanaf de datum van het arrest, althans van de veertiende dag van het arrest tot aan de dag van de algehele voldoening.”
4.1.2
Poseidon legt aan haar vorderingen onder meer ten grondslag – samengevat – dat KNRM c.s. zijn tekortgeschoten in de nakoming van de met Poseidon gesloten overeenkomsten. Poseidon licht dat als volgt toe. KNRM c.s. gaan er ten onrechte vanuit dat de Verkoopovereenkomst is geëindigd als gevolg van de opzegging van de distributieovereenkomst door S1. De tekortkoming van KNRM c.s. bestaat er (daarnaast) onder meer uit dat KNRM c.s. diensten of producten elders hebben betrokken, rechtstreeks overleg hebben gepleegd en zaken doen met S1 en hebben nagelaten facturen van Poseidon tijdig te betalen. Daarnaast hebben KNRM c.s. jegens Poseidon onrechtmatig gehandeld doordat zij met S1 hebben samengespannen om Poseidon buiten spel te zetten. Op grond van dit een en ander heeft Poseidon er recht op dat de overeenkomsten tussen partijen worden ontbonden, dat haar onbetaald gebleven facturen worden voldaan en dat de schade die zij lijdt als gevolg van de tekortkoming en de ontbinding respectievelijk van het onrechtmatig handelen, aan haar wordt vergoed. Die schade bestaat voor het grootste deel uit door Poseidon voor uitvoering van de overeenkomsten gemaakte kosten die zij niet meer vergoed krijgt en/of opbrengsten die zij misloopt, als gevolg van het per mei 2019 opzeggen althans niet meer voortzetten van de overeenkomsten door KNRM c.s., aldus Poseidon.
4.1.3
De rechtbank heeft de vorderingen van Poseidon afgewezen, en heeft daartoe – samengevat weergegeven – het volgende overwogen. Poseidon is niet-ontvankelijk in haar vorderingen jegens KNRM B.V. en Exploitatiestichting, omdat deze entiteiten niet zijn aan te merken als contractspartij bij de met Poseidon gesloten overeenkomsten. De Verkoopovereenkomst was een driepartijenovereenkomst tussen Poseidon, Stichting KNRM en S1; dat de addenda aparte (losse) overeenkomsten zouden betreffen, volgt de rechtbank niet. De opzegging door S1 leverde voor KNRM een geldige grond op om de Verkoopovereenkomst en daarbij behorende addenda op te zeggen. KNRM heeft dit ook gedaan, zodat (reeds) op die grond de op ontbinding gerichte vorderingen van Poseidon niet toewijsbaar zijn. Deze vorderingen zijn temeer niet toewijsbaar omdat Addendum 2018 door KNRM op goede gronden is vernietigd wegens dwaling. Nakoming is niet meer aan de orde. De vorderingen tot schadevergoeding zijn niet toewijsbaar omdat van een toerekenbare tekortkoming dan wel van onrechtmatig handelen van KNRM niet is gebleken. Deze vorderingen zijn bovendien niet toewijsbaar omdat Poseidon deze niet voldoende heeft onderbouwd. De vordering tot voldoening van onbetaalde facturen is niet toewijsbaar omdat Poseidon, tegenover de gemotiveerde betwisting door KNRM, onvoldoende heeft onderbouwd dat KNRM de betrokken bestellingen heeft gedaan en dat die bestellingen door Poseidon zijn uitgeleverd.
4.1.4
Tegen deze beslissing en de daaraan ten grondslag gelegde motivering komt Poseidon met zeven grieven op.
Het hof gaat bij de behandeling van deze grieven uit van het volgende. Uit de stellingen van beide partijen volgt dat zij het er op zichzelf over eens zijn dat de Verkoopovereenkomst was aangegaan voor bepaalde tijd, die is verstreken op 22 september 2018. Poseidon neemt in haar memorie van grieven onder nr. 4 uitdrukkelijk tot uitgangspunt dat de Verkoopovereenkomst met Addendum 2014 “van rechtswege geëindigd [zijn, hof] op 23 september 2018. Aansluitend hebben Poseidon en KNRM hun afspraken voortgezet op basis van de op 8 oktober 2018 getekende overeenkomst”, aldus het standpunt van Poseidon. Het hof bespreekt daarom eerst de vraag of de laatstbedoelde overeenkomst (Addendum 2018) rechtsgeldig is vernietigd wegens dwaling (4.2). Daarna komt aan de orde in hoeverre de vorderingen van Poseidon toewijsbaar zijn wegens een toerekenbare tekortkoming of nakoming (4.3 en 4.4), dan wel of de vorderingen toewijsbaar zijn op grond van onrechtmatige daad (4.5), wie de betrokken contractspartijen zijn (4.6) en welke informatie partijen kunnen inbrengen aangaande openstaande facturen van Poseidon (4.7).
Dwaling, vernietiging Addendum 2018
4.2
Poseidon bestrijdt tevergeefs het oordeel van de rechtbank dat Addendum 2018 door KNRM op goede gronden is vernietigd wegens dwaling. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.2.1
Aan het beroep op dwaling wordt door KNRM ten grondslag gelegd dat zij er bij het sluiten van Addendum 2018 van uitging dat partijen (dat wil zeggen: Poseidon, KNRM én S1) nog steeds gezamenlijk optrokken en dat S1 in deze contractuele relatie dus nog steeds ‘aan boord’ was. Daarbij wijst KNRM er onder meer op dat de laatstelijk geldende overeenkomst tussen deze drie partijen (blijkens Addendum 2014, pagina 2) na afloop van de bepaalde duur van de Verkoopovereenkomst op 22 september 2018 van kracht zou blijven totdat een verlenging zou zijn onderhandeld en overeengekomen door alle drie de partijen (“until the extension of the Contract has been negotiated and accepted by all three parties”). Poseidon moest volgens KNRM begrijpen dat KNRM, in overeenstemming met de daaruit sprekende intentie van ‘samen optrekken’, niet zonder meer tot ondertekening van Addendum 2018 zou zijn overgegaan als zij had geweten dat in oktober 2018 geen overeenstemming bestond tussen Poseidon en S1. KNRM verwijt Poseidon dat het optreden van Poseidon bij het sluiten van Addendum 2018 niet transparant is geweest.
4.2.2
Poseidon heeft het beroep op dwaling bestreden met het argument dat KNRM nimmer in de veronderstelling was dat S1 nog steeds aan boord was. KNRM wist immers dat S1 geen partij was bij Addendum 2018, omdat op 8 oktober 2018 uitsluitend tussen KNRM en Poseidon was gecontracteerd. KNRM wist in ieder geval vanaf 10 mei 2019 dat S1 niet meer aan boord was; Poseidon heeft geprobeerd daarover met KNRM in gesprek te komen, maar dat heeft KNRM afgehouden, aldus het betoog van Poseidon.
4.2.3
Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten (art. 6:228 lid 1 aanhef en sub b BW). Of een partij haar wederpartij moet informeren, wordt (mede) bepaald door de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen.
4.2.4
Het hof stelt vast dat uit het betoog van Poseidon (zie onder 4.2.2 hiervoor) volgt dat Poseidon op zichzelf niet betwist dat S1 ten tijde van de ondertekening van Addendum 2018 niet meer (volledig) aan boord was, en evenmin dat die omstandigheid voor KNRM een reden was geweest om, indien zij die had gekend, Addendum 2018 niet (op deze wijze) te ondertekenen. Uit haar betoog volgt ook dat Poseidon zelf (wel) wist dat er problemen waren in de relatie met S1. Dat zij dat wist, wordt bovendien bevestigd door haar uitlating tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg dat S1 ten tijde van die ondertekening wilde stoppen met de distributie en “moeilijk deed”. Naar het oordeel van het hof wist Poseidon, althans behoorde zij te begrijpen, dat deze informatie voor KNRM van doorslaggevend belang was bij het aangaan van Addendum 2018. S1 fabriceerde en onderhield immers ingevolge de Verkoopovereenkomst, waarvan het Addendum een verlenging beoogde, de overlevingspakken die voldeden aan de norm van KNRM en uit niets blijkt dat andere fabrikanten deze op dat moment al met instemming van KNRM beschikbaar hadden of deze konden onderhouden.
Dat KNRM, zoals Poseidon aanvoert, vanaf 10 mei 2019 wist dat S1 niet meer aan boord was (en dat Poseidon betoogt dat zij herhaaldelijk heeft geprobeerd daarover met KNRM in gesprek te komen) kan Poseidon niet baten, omdat beslissend is of KNRM die wetenschap al bezat ten tijde van het ondertekenen van Addendum 2018 op 8 oktober 2018. Dat laatste is door Poseidon niet (voldoende onderbouwd) naar voren gebracht. Zij heeft niet geconcretiseerd dat KNRM op dat tijdstip, uit een mededeling van Poseidon of uit andere bron, wist of had kunnen weten dat S1 wilde stoppen met de distributie; in Addendum 2018 wordt S1 ook nog gewoon als fabrikant genoemd. De enkele stelling dat KNRM “nimmer in de veronderstelling was” dat S1 nog steeds aan boord was, is niet voldoende. Ook de stelling dat KNRM wist dat S1 geen partij was bij Addendum 2018 baat Poseidon niet, aangezien KNRM juist stelt dat zij die overeenkomst tekende in het vertrouwen dat S1 betrokken zou blijven.
4.2.5
Voor zover uit de stellingen van Poseidon omtrent onrechtmatige daad (namelijk samenspanning van KNRM met S1 om Poseidon buiten spel te zetten) moet worden afgeleid dat Poseidon aanvoert dat daaruit volgt dat KNRM al vóór de ondertekening van Addendum 2018 wist dat S1 niet meer aan boord was, althans uit het driepartijenverband zou stappen, overweegt het hof als volgt.
Het bedoelde samenspannen heeft er volgens Poseidon uit bestaan dat KNRM openstaande facturen van Poseidon niet tijdig betaalde, waardoor Poseidon niet in staat was S1 tijdig te betalen en S1 de overeenkomst met Poseidon (uiteindelijk) in 2019 kon opzeggen. KNRM heeft betwist dat zij vóór de opzegging door S1 in mei 2019 (hiervoor genoemd onder 3.16) rechtstreeks inhoudelijk contact met S1 hierover heeft gehad. In het kader van dit betoog verwijst Poseidon naar producties. Daaruit blijkt dat Poseidon en KNRM sinds februari 2015 correspondeerden over trage betaling door KNRM. Uit de correspondentie, voor zover die dateert van vóór 8 oktober 2018 (de dag waarop Addendum 2018 is ondertekend), blijkt slechts dat Poseidon aan KNRM facturen verzond en verzocht om betaling althans om uitleg waarom betaling uitbleef, maar blijkt op geen enkele wijze van een (verwijt van) samenspannen met, of betrokkenheid van, S1 inzake het betaalgedrag van KNRM. Ook uit de door Poseidon in dit verband aangehaalde e-mail van Poseidon aan KNRM van 17 september 2018 blijkt niet meer, ook niet in samenhang met de overige correspondentie, dan dat KNRM aan Poseidon berichtte met welke KNRM-medewerkers over welke aspecten van (orders voor) de Survitec overlevingspakken kon worden gecommuniceerd. Enige wetenschap van KNRM op 8 oktober 2018 omtrent een niet meer betrokken (willen) zijn van S1 kan hieruit niet worden afgeleid. Ook overigens heeft Poseidon het bestaan van deze wetenschap bij KNRM niet voldoende toegelicht.
4.2.6
In een geval als dit brengen de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen mee dat Poseidon KNRM vóór het ondertekenen van Addendum 2018 had moeten inlichten over de omstandigheid dat S1 toentertijd al, zoals Poseidon dit zelf heeft omschreven, wilde stoppen met de distributie. Dit wordt niet anders indien, zoals Poseidon betoogt, een andere leverancier dan S1 de aan KNRM te leveren overlevingspakken had kunnen fabriceren. KNRM heeft dit betwist. Maar ook indien zou vaststaan dat een derde leverancier dezelfde pakken had kunnen leveren als S1 maakte, volgt daaruit niet dat Poseidon ervan uit mocht gaan dat KNRM ook dan Addendum 2018 (op deze wijze) zou hebben getekend of dat Poseidon KNRM omtrent de (toekomstige) inzet van een andere leverancier niet had behoeven te informeren. Zij had KNRM ook dan moeten inlichten. Het voorgaande wordt bevestigd door haar eigen uitlating ter zitting in eerste aanleg dat zij een alternatief had gevonden voor de productie van de pakken (Viking) en kon blijven voldoen aan de overeenkomst met KNRM, maar dat zij daar wel de toestemming van KNRM voor nodig had.
4.2.7
De vereiste inlichtingen zijn achterwege gebleven. Uit het voorgaande volgt dat KNRM bevoegd was de in Addendum 2018 belichaamde overeenkomst op 2 juli 2019 wegens dwaling te vernietigen. Daarom kan die overeenkomst, in het bijzonder ook het niet-voortzetten daarvan of de daarin opgenomen bepalingen omtrent terugverdienen van (ontwikkel)kosten op grond van de ‘cancellation clause’ (zie hiervoor onder 3.12), geen grondslag vormen voor de toewijzing van enige vordering van Poseidon.
Verkoopovereenkomst en Addendum 2014
4.3
Zoals hiervoor onder 4.1.4 is overwogen, neemt Poseidon in haar memorie van grieven (nr. 4) uitdrukkelijk tot uitgangspunt dat de Verkoopovereenkomst met Addendum 2014 van rechtswege zijn geëindigd op 23 september 2018. “Aansluitend hebben Poseidon en KNRM hun afspraken voortgezet op basis van de op 8 oktober 2018 getekende overeenkomst”, aldus Poseidon.
4.3.1
Gezien dit uitgangspunt, in samenhang met de rechtsgeldige vernietiging van de op 8 oktober 2018 getekende overeenkomst (Addendum 2018), heeft Poseidon onvoldoende toegelicht waarom KNRM gehouden was om na september 2018, althans na de opzegging door S1, zaken te blijven doen met haar. Poseidon heeft onvoldoende toegelicht waarom zij er in de gegeven omstandigheden op mocht rekenen dat de relatie met KNRM zonder meer zou worden voortgezet en/of dat zij daarmee eerder gemaakte kosten of gedane investeringen nadien zou kunnen terugverdienen; voor zover die voortzetting en/of een dergelijk terugverdienen niet hebben plaatsgehad, is dat ook los daarvan niet te beschouwen als (een gevolg van) een tekortkoming van KNRM. Voor zover de vorderingen van Poseidon zijn gebaseerd op een dergelijke tekortkoming, zijn zij niet toewijsbaar. Dit geldt in ieder geval voor Poseidons primaire vordering onder 1 alsmede voor de primaire vordering onder 2, de onderdelen 2 tot en met 9 en onderdeel 11 (voor de primaire vordering onder 2, onderdelen 1, 10 en 12, zie hierna onder 4.4 e.v.).
4.3.2
Poseidon heeft haar subsidiaire vorderingen onder 1, 2 en 3 erop gericht dat KNRM c.s. worden veroordeeld tot het verder nakomen en blijven nakomen van de overeenkomsten “zolang die overeenkomst en afspraken gelden” en, kort gezegd, op het respecteren van de daarbij volgens Poseidon geldende exclusiviteit, een en ander op straffe van dwangsommen. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.3 is overwogen met betrekking tot het door Poseidon zelf gehanteerde uitgangspunt dat de Verkoopovereenkomst en Addendum 2014 van rechtswege zijn geëindigd op 23 september 2018, en op het oordeel dat Addendum 2018 rechtsgeldig is vernietigd, kan een bevel tot het in de toekomst blijven nakomen van deze overeenkomsten zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet worden toegewezen.
4.3.3
Poseidon stelt verder dat KNRM zich al vóór het eindigen van de overeenkomsten herhaaldelijk niet aan haar verplichtingen heeft gehouden. De in dit verband door Poseidon bedoelde ‘inbreuken’ van KNRM op de overeenkomsten zouden er, samengevat, uit hebben bestaan dat KNRM het onderhoud van reddingsvesten heeft uitbesteed aan een derde, dat zij zomeroveralls en reddingsvesten alsmede niet-originele (onder)delen heeft aangeschaft bij derden en dat KNRM in strijd met de overeenkomst probeerde rechtstreeks met S1 te overleggen. Met betrekking tot deze ‘inbreuken’ heeft Poseidon echter niet duidelijk gemaakt met welke beslissingen van de rechtbank zij zich niet kan verenigen. Zij heeft ook niet concreet gesteld dat, en in welke omvang, zij als gevolg van deze ‘inbreuken’ schade heeft geleden, en ook overigens heeft zij niet – althans niet op een voor het hof kenbare wijze – een verband gelegd tussen deze gestelde tekortkomingen en één of meer posten van haar schadevordering en de berekening daarvan. Toekenning van schadevergoeding wegens deze ‘inbreuken’ kan reeds daarom niet aan de orde zijn.
Betaling voor geleverde prestaties
4.4
Voor zover de vorderingen van Poseidon zien op nakoming van de Verkoopovereenkomst of andere afspraken ter zake van reeds door Poseidon geleverde goederen of diensten, overweegt het hof als volgt.
4.4.1
Poseidons vordering tot betaling van € 82.752,30 wegens openstaande facturen (primaire vordering onder 2, onderdeel 1) strekt tot nakoming door KNRM van contractuele verplichtingen. Volgens Poseidon is KNRM gehouden tot betaling omdat KNRM de door Poseidon gefactureerde goederen waarop deze vordering ziet heeft besteld en deze aan KNRM zijn geleverd. Haar grief 2 ziet hierop.
KNRM c.s. hebben de vordering van Poseidon bestreden en in dit verband onder meer aangevoerd dat alle door Poseidon uitgeleverde orders door KNRM zijn betaald (van welke gestelde betalingen zij in hoger beroep diverse voorbeelden hebben genoemd met verwijzing naar overgelegde producties) en dat, voor zover facturen onbetaald zijn gebleven, Poseidon niet aan haar heeft geleverd. In hoger beroep hebben KNRM c.s. met betrekking tot een aantal facturen bewijsstukken overgelegd waaruit volgens hen volgt dat de gefactureerde goederen niet door Poseidon maar door S1 zijn geleverd (en door KNRM aan deze zijn betaald).
4.4.2
Op het gemotiveerde betoog van KNRM c.s. in hoger beroep heeft Poseidon nog niet kunnen reageren. Het hof overweegt verder als volgt. Op basis van de nu beschikbare stukken is het hof nog onvoldoende voorgelicht om tot een eindbeslissing op dit onderdeel van de vordering te komen. Het hof zal partijen daarom in de gelegenheid stellen hun stellingen toe te lichten en om in dat kader nadere informatie te verschaffen op de wijze zoals hierna wordt overwogen onder 4.7.
4.4.3
Mogelijk moet ook Poseidons vordering tot betaling van € 23.789,81 wegens “in 2018 geleverde Tri-Sirius LED Strobes” (primaire vordering onder 2, onderdeel 10) worden beschouwd als vordering tot nakoming in verband met reeds geleverde prestaties. Het hof is echter van oordeel dat deze vordering ook bij deze uitleg van de vordering niet toewijsbaar is. Hiervoor is redengevend dat Poseidon deze vordering niet voldoende (begrijpelijk) heeft onderbouwd. Poseidon heeft in verband met deze vordering gesteld dat die strekt ten laste van Exploitatiestichting en betrekking heeft op geleverde en nog niet gefactureerde onderdelen (Tri-Sirius LED Strobes), waarvan Poseidon nu de “brutomarge” vordert, waarbij Poseidon verwijst naar twee producties. Uit die stellingen en de bedoelde producties volgt echter niet dat en waarom KNRM c.s. en/of Exploitatiestichting gehouden zouden zijn die – kennelijk nooit aan KNRM c.s. en/of Exploitatiestichting gefactureerde – bedragen aan Poseidon te betalen. De post ‘kosten facturen’ ad € 7.773,04 (primaire vordering onder 2, onderdeel 12) is, voor zover al gegrond op nakoming van een afspraak, niet nader toegelicht zodat ook deze niet toewijsbaar is.
Onrechtmatige daad
4.5
Poseidon legt aan haar vorderingen ook ten grondslag dat KNRM jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld. De kern van dit betoog van Poseidon luidt als volgt. KNRM betaalde openstaande facturen van Poseidon niet tijdig, Poseidon was daardoor niet in staat S1 tijdig te betalen en S1 heeft de overeenkomst met Poseidon als gevolg daarvan in 2019 opgezegd. Het opzeggen van de overeenkomst, althans de vernietiging op grond van dwaling blijkt een opzet tussen KNRM en S1 te zijn geweest om Poseidon buiten spel te zetten. KNRM profiteert daarmee op onrechtmatige wijze van de jarenlange inspanningen van Poseidon, aldus Poseidon. De zesde grief van Poseidon strekt er (mede) toe te betogen dat de rechtbank dit heeft miskend.
4.5.1
Zoals het hof ook hiervoor onder 4.2.5 heeft overwogen, heeft Poseidon geen concrete feiten gesteld of door verwijzing naar producties aannemelijk gemaakt waaruit de door haar gestelde samenspanning blijkt. Weliswaar heeft Poseidon e-mails overgelegd, maar uit de gevoerde correspondentie (zowel vóór als na de datum van 8 oktober 2018) blijkt slechts dat Poseidon aan KNRM facturen verzond en aandrong op, dan wel verzocht om betaling althans om uitleg waarom betaling uitbleef. Er blijkt echter niet uit dat KNRM haar betaalgedrag heeft bepaald door samen te spannen met S1. Van feiten waaruit zulk handelen volgt heeft KNRM ook niet (voldoende) concreet bewijs aangeboden.
4.5.2
Voor zover Poseidon bedoeld heeft ook de hiervoor onder 4.3.3 bedoelde ‘inbreuken’ op contractuele afspraken ten grondslag te leggen aan haar vorderingen wegens onrechtmatige daad, gaat het hof daaraan voorbij, reeds omdat Poseidon niet concreet heeft gesteld dat, en waarom, deze gestelde contractuele ‘inbreuken’ onrechtmatig waren, noch in welke omvang zij als gevolg daarvan schade heeft geleden.
4.5.3
De slotsom is dat de vorderingen van Poseidon niet toewijsbaar zijn op grond van onrechtmatige daad.
Contractspartijen
4.6
Met haar eerste grief keert Poseidon zich tegen het oordeel van de rechtbank dat Poseidon in haar vorderingen tegen KNRM B.V. en Exploitatiestichting nietontvankelijk is, omdat volgens de rechtbank deze entiteiten niet als wederpartij van Poseidon bij de betrokken overeenkomsten kunnen worden beschouwd.
4.6.1
Ten aanzien van KNRM B.V. faalt deze grief. Voor dit oordeel verwijst het hof naar het onder 3.24 genoemde vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 april 2020. KNRM c.s. hebben zich erop beroepen dat de rechtbank in genoemd vonnis heeft beslist dat KNRM B.V. niet als de contractuele wederpartij van Poseidon kan worden aangemerkt en dat deze beslissing in onderhavig geding bindende kracht heeft. Dat vonnis, waarvan geen hoger beroep is ingesteld, betrof de rechtsbetrekking tussen KNRM B.V. en Poseidon die ook in de onderhavige zaak in geschil is. Op grond van art. 236 Rv is het hof gebonden aan de beslissing van de rechtbank voor zover die deze rechtsbetrekking betreft. Het gevolg hiervan is dat KNRM B.V. – ook in onderhavig geding – niet als de contractuele wederpartij van Poseidon kan worden aangemerkt.
4.6.2
Tussen partijen is niet in geschil dat Stichting KNRM gold als wederpartij van Poseidon bij de betrokken overeenkomsten.
4.6.3
Over de vraag of daarnaast ook Exploitatiestichting als wederpartij van Poseidon bij de betrokken overeenkomsten moet worden beschouwd, en hetgeen Poseidon in dat verband bij grief 1 naar voren heeft gebracht, zal het hof beslissen nadat partijen nadere informatie hebben verschaft over de openstaande facturen, waarbij ook nader duidelijk kan worden in hoeverre Exploitatiestichting daarbij optrad als partij die bestellingen deed, facturen en/of leveringen ontving en/of betalingen deed.
Informatie in verband met facturen
4.7
Zoals hiervoor overwogen onder 4.4.2, zal het hof partijen in de gelegenheid stellen nadere informatie te verschaffen omtrent de facturen waarvan Poseidon betaling vordert en de daarmee samenhangende bestellingen en betalingen. Daarbij kan door partijen ook nader worden ingegaan op de rol van Exploitatiestichting daarbij.
4.7.1
Poseidon vordert betaling van in totaal 29 geheel of gedeeltelijk openstaande facturen, gedateerd tussen 4 januari 2019 en 25 juli 2019. Het gevorderde bedrag van € 82.752,30 bestaat uit de hoofdsom, 21% btw, incassokosten, en rente tot 1 november 2020. Een overzicht van deze facturen heeft Poseidon overgelegd als (onder meer) productie 53, de facturen zelf als onderdeel van productie 75.
De facturen bevatten telkens een aanduiding van de gefactureerde goederen of diensten en van een bestelling, die soms is aangeduid met een “KNRM order nummer” (steeds aanvangend met de letters KLOG) en soms met een “Ordernummer” (steeds aanvangend met de letters EVRD). Sommige van de facturen zijn geadresseerd aan Stichting KNRM, de overige aan Exploitatiestichting.
4.7.2
Het hof zal eerst Poseidon in de gelegenheid stellen om bij akte voor elke factuur van de 29 facturen waarvan zij betaling vordert, per factuur de volgende gegevens te verschaffen, ordentelijk weergegeven in één overzicht of tabel en waar nodig met eenduidige en exacte verwijzing naar bijbehorende (reeds overgelegde of alsnog over te leggen) bewijsstukken:
factuurnummer, factuurdatum, factuurbedrag, geadresseerde van de factuur, omschrijving van de gefactureerde goederen of diensten, openstaand bedrag en (hoogte van de) btw;
datum van de bestelling, ordernummer(s), naam van de bestellende entiteit en bewijs van de bestelling(en);
datum en bewijs van de levering van de gefactureerde goederen of diensten en aanduiding van de entiteit door wie en de entiteit aan wie de levering is geschied;
de grondslag en de berekening (inclusief vermelding van de aanvangsdatum) van gevorderde vertragingsrente.
Poseidon zal daarbij een korte toelichting op de verschafte informatie kunnen geven, en daarnaast ook kunnen reageren op de stellingen en producties van KNRM c.s. in de memorie van antwoord (nrs. 44-63) naar aanleiding van grief 2 van Poseidon.
4.7.3
Vervolgens zullen KNRM c.s. in de gelegenheid zijn om bij akte de volgende gegevens te verschaffen, ordentelijk weergegeven per door Poseidon behandelde factuur en waar nodig met eenduidige en exacte verwijzing naar bijbehorende (reeds overgelegde of alsnog over te leggen) bewijsstukken:
aanduiding of de volgens Poseidon gefactureerde goederen of diensten aan KNRM c.s. zijn geleverd en zo ja, van de entiteit door wie en de entiteit aan wie de levering is geschied;
indien en voor zover de gefactureerde goederen of diensten niet zijn geleverd: zo mogelijk aanduiding en bijvoeging van gegevens waaruit dit blijkt;
indien en voor zover hetgeen is gefactureerd wel is geleverd:
datum en bewijs van betaling van de factuur, althans van de gefactureerde goederen en diensten;
de entiteit door wie en de entiteit aan wie de betaling heeft plaatsgehad.
KNRM c.s. zullen daarbij een korte toelichting op de verschafte informatie kunnen geven, en daarnaast ook kunnen reageren op de inhoud van de akte van Poseidon. Voor zover KNRM c.s. stellen dat de gefactureerde goederen of diensten aan hen zijn geleverd door S1 en door hen aan S1 zijn betaald, zijn zij in de gelegenheid om in die toelichting ook feiten te stellen waaruit volgt dat door die betaling de (eventuele) verbintenis tot betaling jegens Poseidon is tenietgegaan.
4.7.4
Afhankelijk van de inhoud van de akte (en eventueel daarbij gevoegde producties) van KNRM c.s. kan het hof aan Poseidon desverzocht gelegenheid bieden daarop nog te reageren.
Slotoverweging
4.8
Uit wat hiervoor is overwogen, volgt dat het hof geen gronden ziet voor het alsnog toewijzen van Poseidons primaire vordering onder 1, haar primaire vordering onder 2, onderdelen 2 tot en met 12 en haar subsidiaire vorderingen. De grieven 3 tot en met 7 slagen niet. Grief 1 (contractuele wederpartij) is niet van belang voor Stichting KNRM (zie onder 4.6.2), faalt voor zover zij ziet op KNRM B.V. en voor zover zij ziet op Exploitatiestichting zal daarover worden beslist na afronding van de aktewisseling. Ook over grief 2 (openstaande facturen, Poseidons primaire vordering onder 2, onderdeel 1) zal worden beslist na de aktewisseling.
Gelet op een en ander, en nu hiermee enerzijds het bedrag in geschil aanzienlijk kleiner is dan hetgeen Poseidon vordert en anderzijds mogelijk nog substantiële tijd en kosten gemoeid zullen zijn met de aktewisseling, geeft het hof partijen in overweging om te trachten (al of niet na het delen van informatie als hiervoor bedoeld onder 4.7.2 en 4.7.3) de zaak onderling te regelen.
5Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van het hof van dinsdag 3 oktober 2023 voor het nemen van een akte aan de zijde van Poseidon met de hiervoor onder 4.7.2 bedoelde inhoud;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. D. Kingma, M.M. Korsten-Krijnen en H. Struik en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023.