Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2022:59

2022-01-11 Civiel recht 200.292.963/01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2022-01-11
Publicatiedatum
2022-01-12
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.292.963/01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

indicatie volgt t.z.t.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.765 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM


afdeling civiel recht en belastingrecht



zaaknummer : 200.292.963/01



zaak-/rolnummer rechtbank : C/13/676923/ HA ZA 19-1355




arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 januari 2022




inzake





[appellant]
,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. J. Faas te Assen,



tegen




BOUW SERVICE MIDDEN NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Alphen aan den Rijn,
geïntimeerde,
advocaat: mr. R.P.L.H. Burger te Rotterdam.






1Het geding in hoger beroep


Bij dagvaarding van 16 maart 2021 is appellant in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam, dat onder bovengenoemd zaak-/rolnummer tussen partijen is gewezen op 3 maart 2021.
De zaak is aangebracht op de rol van 20 april 2021.
Bij arrest van 4 mei 2021 is een mondelinge behandeling na aanbrengen gelast, die heeft
plaatsgevonden op 8 september 2021. De mondelinge behandeling na aanbrengen heeft niet tot een minnelijke regeling tussen partijen geleid.
De zaak is naar de rol van 19 oktober 2021 verwezen voor het nemen van een memorie van grieven. Omdat appellant op die datum nog niet van grieven had gediend, is de termijn voor het nemen van een memorie van grieven met vier weken verlengd.
Voor het verdere procesverloop verwijst het hof naar de rolbeslissing van 30 november 2021. In die rolbeslissing heeft de rolraadsheer het verzoek afgewezen om terug te komen van de beslissing van 16 november 2021, waarbij verval verleend is van het recht van appellant op het nemen van een memorie van grieven.
Arrest is bepaald op heden.






2Beoordeling


Niet is gebleken dat de in de appeldagvaarding aangevallen beslissing berust op een oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13.



Bij gebreke van grieven kan appellant niet worden ontvangen in het hoger beroep.
De kosten van het hoger beroep komen voor rekening van appellant.





3Beslissing


Het hof:



verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep;



veroordeelt appellant in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van geïntimeerde begroot op € 5.689,- aan verschotten en op € 4.851,- aan salaris advocaat.





Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en A.R. Sturhoofd en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 11 januari 2022.