Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2022:1918

2022-05-03 Civiel recht; Ondernemingsrecht 200.295.925/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2022-05-03
Publicatiedatum
2022-07-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
200.295.925/01 OK
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | ARO 2022/127

Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; de vergoeding van de onderzoeker wordt bepaald

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.021 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________




GERECHTSHOF AMSTERDAM


ONDERNEMINGSKAMER





zaaknummer: 200.295.925/01 OK



beschikking van de Ondernemingskamer van 3 mei 2022



inzake




de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[A]
,
gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,
advocaat: mr. J.A. van de Hel, kantoorhoudende te Amsterdam,




t e g e n



1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PT GREEN SOLUTIONS HOLDING B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PT GREEN SOLUTIONS B.V.,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PT GREEN ENERGY B.V.,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid



[B]
,
gevestigd te [....] ,

VERWEERSTERS,
advocaten: voorheen mrs. A.V. Paardekooper en D.A.Q. Willemse, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, thans geen,




e n t e g e n



1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid



[C]
,
gevestigd te [....] ,

2. [D],

wonend te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: voorheen mrs. A.V. Paardekooper en D.A.Q. Willemse, beiden kantoorhoudende te Amsterdam, thans mrs. J.A.I. Verheul en L.M. Linskens, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.




Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:



verzoekster als [A] ;


verweersters gezamenlijk als PT Green.






1Het verloop van het geding


1.1
Voor het eerdere verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 26 en 31 augustus 2021, 28 oktober 2021 en 4 april 2022 in deze zaak.



1.2
Bij de beschikkingen van 26 en 31 augustus 2021 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van PT Green over de periode vanaf 1 januari 2020 en mr. E. Hammerstein te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten.



1.3
Bij de beschikking van 28 oktober 2021 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 42.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen.



1.4
Op 30 maart 2022 heeft de onderzoeker het verslag, met drie annexen, van het in 1.2 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Ook heeft de Ondernemingskamer twee declaraties met specificatie ter verantwoording van de door hem aan het onderzoek bestede uren met specificatie aan de Ondernemingskamer doen toekomen. Daaruit blijkt dat in totaal 122,2 uren aan het onderzoek zijn besteed tegen een uurtarief van € 350 exclusief btw. De declaraties eindigen, inclusief een door de onderzoeker toegepaste korting, op een totaalbedrag van € 42.000 exclusief btw.



1.5
Bij de beschikking van 4 april 2022 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegde onderzoeksverslag aldaar ter inzage ligt voor belanghebbenden.



1.6
De Ondernemingskamer heeft, na gelegenheid tot uitlating op de in 1.4 genoemde declaraties van de onderzoeker te hebben geboden, een e-mail ontvangen van mr. Van de Hel van 13 april 2022 namens [A] . [A] heeft geen opmerkingen over de declaraties. PT Green en belanghebbenden hebben de geboden gelegenheid tot uitlating niet benut.






2De gronden van de beslissing


De onderzoeker heeft, zo overweegt de Ondernemingskamer, de in verband met het onderzoek gemaakte kosten voldoende toegelicht door middel van de in 1.4 genoemde stukken. Daartegen zijn geen bezwaren aangevoerd. Het bedrag aan onderzoekskosten komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.






3De beslissing


De Ondernemingskamer:



bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 42.000, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;



verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.




Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. W.A.H. Melissen, raadsheren, en mr. D.E.M. Aleman MBA en drs. V.G. Moolenaar, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 mei 2022.