Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2020:1250
2020-04-28
Civiel recht
200.246.355/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- Inachtnemingherstelarrest ECLI:NL:GHAMS:2020:1250 → ECLI:NL:GHAMS:2020:1157
Inhoudsindicatie
Collectieve actie in verband met in Ivoorkust gestorte (afval)stoffen. Vervolg op ECLI:NL:GHAMS:2020:1157. Herstelarrest.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (2)
- ECLI:NL:RBMNE:2024:241 Rechtbank Midden-Nederland 31-01-2024
- ECLI:NL:PHR:2021:834 Parket bij de Hoge Raad 17-09-2021
Volledige tekst
Volledige tekst (2.435 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.246.355/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/603301 / HA ZA 16-219
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 april 2020
inzake
STICHTING VICTIMES DES DECHETS TOXIQUES COTE D'IVOIRE,
gevestigd te Papendrecht,
appellante,
tevens (voorwaardelijk) incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. B.P. Dekker te Amsterdam,
tegen
1TRAFIGURA BEHEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de rechtspersoon naar Engels recht
TRAFIGURA LIMITED,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
geïntimeerden,
tevens (voorwaardelijk) incidenteel appellanten,
advocaat: mr. A. Knigge te Amsterdam.
1Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna de Stichting en Trafigura c.s. genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 14 april 2020 een arrest uitgesproken. Bij e-mailbericht van 21 april 2020 heeft mr. Knigge vragen gesteld over het dictum van dat arrest.
2Beoordeling
Het arrest bevat in het dictum een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het e-mailbericht van mr. Knigge geeft het hof aanleiding om ambtshalve over te gaan tot verbetering daarvan.
3Beslissing
Het hof:
verbetert het in deze zaak op 14 april 2020 uitgesproken arrest aldus dat in plaats van:
"verwijst het geding, voor zover het de vorderingen tegen Trafigura Beheer betreft,
naar de rol van dinsdag 26 mei 2020 voor memorie van grieven van Trafigura c.s. (tweede fase);"
wordt gelezen:
"verwijst het geding, voor zover het de vorderingen tegen Trafigura Beheer betreft,
naar de rol van dinsdag 26 mei 2020 voor memorie van grieven van de Stichting (tweede fase);"
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, G.C.C. Lewin en J.W.M. Tromp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 april 2020.
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.246.355/01
zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/603301 / HA ZA 16-219
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 28 april 2020
inzake
STICHTING VICTIMES DES DECHETS TOXIQUES COTE D'IVOIRE,
gevestigd te Papendrecht,
appellante,
tevens (voorwaardelijk) incidenteel geïntimeerde,
advocaat: mr. B.P. Dekker te Amsterdam,
tegen
1TRAFIGURA BEHEER B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
2. de rechtspersoon naar Engels recht
TRAFIGURA LIMITED,
gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,
geïntimeerden,
tevens (voorwaardelijk) incidenteel appellanten,
advocaat: mr. A. Knigge te Amsterdam.
1Het geding in hoger beroep
Partijen worden hierna de Stichting en Trafigura c.s. genoemd.
Het hof heeft in deze zaak op 14 april 2020 een arrest uitgesproken. Bij e-mailbericht van 21 april 2020 heeft mr. Knigge vragen gesteld over het dictum van dat arrest.
2Beoordeling
Het arrest bevat in het dictum een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Het e-mailbericht van mr. Knigge geeft het hof aanleiding om ambtshalve over te gaan tot verbetering daarvan.
3Beslissing
Het hof:
verbetert het in deze zaak op 14 april 2020 uitgesproken arrest aldus dat in plaats van:
"verwijst het geding, voor zover het de vorderingen tegen Trafigura Beheer betreft,
naar de rol van dinsdag 26 mei 2020 voor memorie van grieven van Trafigura c.s. (tweede fase);"
wordt gelezen:
"verwijst het geding, voor zover het de vorderingen tegen Trafigura Beheer betreft,
naar de rol van dinsdag 26 mei 2020 voor memorie van grieven van de Stichting (tweede fase);"
stelt de verbetering op de minuut van dat arrest.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, G.C.C. Lewin en J.W.M. Tromp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 28 april 2020.