Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2019:4331
2019-11-25
Civiel recht; Ondernemingsrecht
200.209.821/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
OK, enquêterecht, ontheffing van de door de Ondernemingskamer aangewezen beheerder van aandelen en aanwijzing van een nieuwe beheerder van aandelen
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.486 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.209.821/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 25 november 2019
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A]
,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. H.B. de Regt, kantoorhoudende te Alkmaar,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B]
,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. R.J. Bakker, kantoorhoudende te Naarden,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C]
,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.C. Schepel, kantoorhoudende te Den Haag.
1. Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zullen de hierna te vermelden rechtspersonen als volgt worden aangeduid:
verzoekster als [A] ;
verweerster als [B] ;
belanghebbende als [C] .
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 12 juli 2017 en 21 juli 2017 in deze zaak.
1.3 Bij de beschikking van 12 juli 2017 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – vastgesteld dat zich bij [B] in de periode vanaf 1 januari 2012 tot 3 december 2013 wanbeleid heeft voorgedaan, alsmede – bij wijze van voorziening – de door [C] in [B] gehouden aandelen met onmiddellijke ingang ten titel van beheer overgedragen aan een door de Ondernemingskamer nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon, voor een periode van drie jaar.
1.4 Bij de beschikking van 21 juli 2017 heeft de Ondernemingskamer W.R. Küh te Soest (hierna: Küh) aangewezen als beheerder van aandelen zoals bedoeld in de beschikking van 12 juli 2017.
1.5 [C] heeft bij op 27 augustus 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, – kort gezegd – bepaalde voorzieningen in de zin van artikel 2:356 BW te treffen, althans een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van [B] en bepaalde onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding te treffen. Dit verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 10 oktober 2019.
1.6 Küh heeft bij brief van 7 november 2019 de Ondernemingskamer verzocht hem met onmiddellijke ingang te ontheffen uit zijn functie van beheerder van aandelen.
1.7 Van de door de Ondernemingskamer geboden gelegenheid zich over dit verzoek uit te laten, hebben mr. De Regt namens [A] , mr. Bakker namens [B] en mr. Schepel namens [C] gebruik gemaakt.
2De gronden van de beslissing
2.1
Nu Küh de Ondernemingskamer heeft verzocht uit zijn functie van beheerder van aandelen te worden ontheven, zal de Ondernemingskamer daartoe overgaan.
2.2
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als (opvolgend) beheerder van aandelen zoals bedoeld in de beschikking van 12 juli 2017.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
ontheft W.R. Küh te Soest uit de functie van beheerder van de door [C] in [B] gehouden aandelen, als bedoeld in de beschikking van 12 juli 2017;
wijst mr. Y. Borrius aan tot (opvolgend) beheerder van de door [C] in [B] gehouden aandelen, als bedoeld in de beschikking van 12 juli 2017;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en mr. D.E.M. Aleman, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2019.
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.209.821/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 25 november 2019
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A]
,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. H.B. de Regt, kantoorhoudende te Alkmaar,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B]
,
gevestigd te [....] ,
VERWEERSTER,
advocaat: mr. R.J. Bakker, kantoorhoudende te Naarden,
e n t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C]
,
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat: mr. M.C. Schepel, kantoorhoudende te Den Haag.
1. Het verloop van het geding
1.1 In het vervolg zullen de hierna te vermelden rechtspersonen als volgt worden aangeduid:
verzoekster als [A] ;
verweerster als [B] ;
belanghebbende als [C] .
1.2 Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 12 juli 2017 en 21 juli 2017 in deze zaak.
1.3 Bij de beschikking van 12 juli 2017 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – vastgesteld dat zich bij [B] in de periode vanaf 1 januari 2012 tot 3 december 2013 wanbeleid heeft voorgedaan, alsmede – bij wijze van voorziening – de door [C] in [B] gehouden aandelen met onmiddellijke ingang ten titel van beheer overgedragen aan een door de Ondernemingskamer nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon, voor een periode van drie jaar.
1.4 Bij de beschikking van 21 juli 2017 heeft de Ondernemingskamer W.R. Küh te Soest (hierna: Küh) aangewezen als beheerder van aandelen zoals bedoeld in de beschikking van 12 juli 2017.
1.5 [C] heeft bij op 27 augustus 2019 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, – kort gezegd – bepaalde voorzieningen in de zin van artikel 2:356 BW te treffen, althans een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van [B] en bepaalde onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding te treffen. Dit verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 10 oktober 2019.
1.6 Küh heeft bij brief van 7 november 2019 de Ondernemingskamer verzocht hem met onmiddellijke ingang te ontheffen uit zijn functie van beheerder van aandelen.
1.7 Van de door de Ondernemingskamer geboden gelegenheid zich over dit verzoek uit te laten, hebben mr. De Regt namens [A] , mr. Bakker namens [B] en mr. Schepel namens [C] gebruik gemaakt.
2De gronden van de beslissing
2.1
Nu Küh de Ondernemingskamer heeft verzocht uit zijn functie van beheerder van aandelen te worden ontheven, zal de Ondernemingskamer daartoe overgaan.
2.2
De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als (opvolgend) beheerder van aandelen zoals bedoeld in de beschikking van 12 juli 2017.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
ontheft W.R. Küh te Soest uit de functie van beheerder van de door [C] in [B] gehouden aandelen, als bedoeld in de beschikking van 12 juli 2017;
wijst mr. Y. Borrius aan tot (opvolgend) beheerder van de door [C] in [B] gehouden aandelen, als bedoeld in de beschikking van 12 juli 2017;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en mr. D.E.M. Aleman, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2019.