Rechtspersonenrecht. Geschil tussen drie bestuurders van een stichting over het door één van hen op grond van art. 2:298 lid 1, aanhef en onder a, BW verzochte ontslag van de andere bestuurders die hij diezelfde dag als bestuurder hebben ontslagen; ontvankelijkheid verzoek, belan
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:356 BW
Genoemd in 135 uitspraken · Officiële wettekst
135 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Enquêterecht. Ontvankelijkheid. Belang. Doeleinden enquête. Vaststelling wanbeleid zonder definitieve voorzieningen te treffen. Vaststelling wanbeleid voor partijen bindend behoudens cassatie. Begrip wanbeleid. Werkwijze onderzoeker. Art. 6 EVRM.
8 april 2005 Eerste Kamer Nr. R04/005HR (OK 109) JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. LAURUS N.V., gevestigd te 's-Hertogenbosch, 2. [Verzoeker 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verzoeker 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verzoeker 4], wonende te [woonplaats
-
Ondernemingsrecht. Enquête en het functioneren van commissarissen. Ondernemingskamer mag daarover oordelen i.v.m. de voorzieningen ex art. 2:354 en 356 BW. Geen bevoegdheid Ondernemingskamer t.a.v. hun persoonlijke aansprakelijkheid voor gevolgen wanbeleid. Veroordeling in kosten
Enquêterecht. Onmiddellijke voorzieningen. Art. 2:349a lid 2 BW. Onderzoek naar wanbeleid vooralsnog niet aangevangen. Geen strijd met stelsel van de wet (vgl. HR 27 september 2000, LJN AA7245, NJ 2000/653(Gucci)). Onmiddelijke voorziening inhoudend dat bestuur bevoegd is tot het
Ondernemingsrecht; cassatie in het belang der wet. Voorgenomen statutenwijziging tot invoering van loyaliteitsdividend (DSM). Gelijke aandeelhoudersrechten; art. 2:92 lid 1 BW verzet zich niet tegen regeling tot toekenning van financiële uitkering aan geregistreerde aandeelhouder
Ondernemingsrecht. Recht van enquête. Klachten m.b.t. toepassing door OK van art. 2:349a leden 2 en 3 BW bij coöperatie met drie leden in meerdere beschikkingen i.v.m. (handhaving van) benoeming van tijdelijke bestuurder, benoeming van tijdelijke commissaris (met een doorslaggeve
Enquêteprocedure; onmiddellijke voorziening, reikwijdte. Bevoegdheid van Ondernemingskamer tot treffen van onmiddellijke voorzieningen in strijd met dwingend recht; corporate governance, code-Tabaksblat.
Enquêterecht. Vervolg HR 25 juni 2010, LJN BM0710, NJ 2010/370. Certificering van aandelen die ex art. 2:356 BW tijdelijk ten titel van beheer waren overgedragen. Verzoek om onmiddellijke voorziening tot vernietiging besluit tot certificering. Verzoek als bedoeld in art. 2:349a l
OK. Hoger beroep vonnis voorzieningenrechter. Verplichting tot het verstrekken aan de wederpartij van afschrift van in het kader van procedure tot uitstoting aan de deskundige verstrekte stukken? Partijen bij de procedure. Overdracht van aandelen ten titel van beheer in het kader
Enquêterecht. Wanbeleid. Tijdelijke overdracht ex art. 2:356 BW van aandelen van in buitenland gevestigde aandeelhouder in vennootschap die onderwerp is van enquête. Bevoegdheid bestuurder om namens die buitenlandse aandeelhouder op te treden, te beoordelen o.g.v. Wet conflictenr
Rechtspersonenrecht. Bevoegdheden van tijdelijk, door de rechter benoemde bestuurder stichting; geen nietigheid op grond van art. 2:14 BW van besluiten tijdelijk bestuurder stichting die verder gaan dan past bij de rol van tijdelijk bestuurder.
OK; enquêterecht; tweede fase; er wordt verstaan dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid en wie daarvoor verantwoordelijk zijn; de bestuurder wordt ontslagen en er wordt voor bepaalde duur een bestuurder benoemd; er wordt bepaald dat de in beheer overgedragen aandelen
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Eerste fase. Ondernemingskamer treft, op verzoek vennootschap en OK-bestuurder, nadere onmiddellijke voorzieningen (ge- en verboden, versterkt met dwangsom) ter waarborging volle werking eerder getroffen onmiddellijke voorzieningen o.v.v. art. 2:3
Rechtspersonenrecht. Geschil tussen drie bestuurders van een stichting over het door één van hen op grond van art. 2:298 lid 1, aanhef en onder a, BW verzochte ontslag van de andere bestuurders die hij diezelfde dag als bestuurder hebben ontslagen; ontvankelijkheid verzoek, belan
13 mei 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/149HR (OK 108) JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. AANNEMINGSMAATSCHAPPIJ ZEELANDIA CURAÇAO B.V., gevestigd te Hilversum, 2. [Verzoekster 2], gevestigd te [vestigingsplaats], VERZOEKSTERS tot cassatie, advocaat: mr.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht; onderzoek naar wanbeleid; ondernemingskamer kan indien uit het debat van partijen na deponering van het verslag van onderzoekers ter griffie, of ambtshalve, blijkt dat het onderzoek niet volledig is geweest, partijen vragen op de zaak betrekking h
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Procesrecht. Ondernemingskamer stelt wanbeleid vast van naamloze vennootschap en stelt vast wie daarvoor verantwoordelijk zijn. Klachten dat een niet-verschenen belanghebbende niet deugdelijk is opgeroepen en dat de ondernemingskamer bij verbeteri
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op bestuurders (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid bestuurder vereist? Samenhang met zaak 16/005
OK; Enquête; wanbeleid vastgesteld, voorzieningen op de voet van art. 2:356 getroffen, maar ook aanvullend onderzoek bevolen; art. 2:350, 355, 356, 357 lid 2 BW.
-
-
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Conclusie in samenhangende zaken 23/03186 en 23/03233. Klachten met betrekking tot OK-oordeel inzake wanbeleid (art. 2:355 BW), vernietiging déchargebesluiten (art. 2:356 BW) en veroordeling in onderzoekskosten (art. 2:354 B
Benoeming tijdelijke bestuurder in incident (art. 223 Rv). Bevoegdheid civiele rechter (voorzieningenrechter) tot benoeming tijdelijke bestuurder laat gepaste terughoudendheid civiele rechter onverlet. Bevestiging bestaande werkafspraken (vgl. ECLI:NL:GHAMS:1996:AH7018). Maatstaf