Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2018:501
2018-02-14
Strafrecht
23-004061-16
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verwijzing op grond van artikel 62b RO i.v.m. betrokkenheid benadeelde partij die regelmatig bij het gerechtshof Amsterdam als advocaat optreedt.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:PHR:2024:227 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:227 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:227 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2024
- ECLI:NL:PHR:2024:227 Parket bij de Hoge Raad 27-02-2024
Volledige tekst
Volledige tekst (2.214 tekens)
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004061-16
datum beslissing: 14 februari 2018
Verwijzingsbeslissing van het gerechtshof Amsterdam, meervoudige kamer, genomen in het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland op 20 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15/233739-15 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
wonende te [adres].
Beoordeling
Op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie kan het gerechtshof een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een ander gerechtshof, indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is. Blijkens de toelichting van de wetgever op deze bepaling ziet deze niet alleen op gevallen waarin een medewerker van het gerechtshof partij of betrokkene is bij de zaak, maar is verwijzing ook mogelijk als bijvoorbeeld sprake is van een geschil van een advocaat die regelmatig bij het bevoegde gerechtshof pleit voor zijn cliënten en nu een privégeschil heeft (vgl. Kamerstukken II, 2010-2011, 32 891, nr. 3, p. 52-53).
In het licht van het vorenstaande en erop gelet dat in de onderhavige zaak als benadeelde partij [benadeelde], advocaat te Amsterdam, betrokken is, die regelmatig in strafzaken bij het gerechtshof Amsterdam als advocaat optreedt, is naar het oordeel van het hof behandeling van de zaak door een ander gerechtshof gewenst. Het hof verwijst de zaak daarom op voet van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie en gelet op het Zaaksverdelingsreglement gerechtshof Amsterdam (Stcrt. 2014/9046) ter verdere behandeling naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
BESLISSING
Het hof:
Verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Deze beslissing is genomen op 14 februari 2018 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. G. Oldekamp, J.J.I. de Jong en R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier.
parketnummer: 23-004061-16
datum beslissing: 14 februari 2018
Verwijzingsbeslissing van het gerechtshof Amsterdam, meervoudige kamer, genomen in het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland op 20 oktober 2016 in de strafzaak onder parketnummer 15/233739-15 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1976,
wonende te [adres].
Beoordeling
Op grond van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie kan het gerechtshof een zaak ter verdere behandeling verwijzen naar een ander gerechtshof, indien naar zijn oordeel door betrokkenheid van het gerechtshof behandeling van die zaak door een ander gerechtshof gewenst is. Blijkens de toelichting van de wetgever op deze bepaling ziet deze niet alleen op gevallen waarin een medewerker van het gerechtshof partij of betrokkene is bij de zaak, maar is verwijzing ook mogelijk als bijvoorbeeld sprake is van een geschil van een advocaat die regelmatig bij het bevoegde gerechtshof pleit voor zijn cliënten en nu een privégeschil heeft (vgl. Kamerstukken II, 2010-2011, 32 891, nr. 3, p. 52-53).
In het licht van het vorenstaande en erop gelet dat in de onderhavige zaak als benadeelde partij [benadeelde], advocaat te Amsterdam, betrokken is, die regelmatig in strafzaken bij het gerechtshof Amsterdam als advocaat optreedt, is naar het oordeel van het hof behandeling van de zaak door een ander gerechtshof gewenst. Het hof verwijst de zaak daarom op voet van artikel 62b van de Wet op de rechterlijke organisatie en gelet op het Zaaksverdelingsreglement gerechtshof Amsterdam (Stcrt. 2014/9046) ter verdere behandeling naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
BESLISSING
Het hof:
Verwijst de zaak ter verdere behandeling naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Deze beslissing is genomen op 14 februari 2018 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. G. Oldekamp, J.J.I. de Jong en R. Kuiper, in tegenwoordigheid van mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier.