Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2018:1639

2018-05-17 Civiel recht; Ondernemingsrecht 200.168.115/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2018-05-17
Publicatiedatum
2018-05-22
Rechtsgebied
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
200.168.115/01 OK
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | ARO 2018/120

Inhoudsindicatie

OK; Enquête; verhoging en vaststelling van de onderzoekskosten; artikel 2:350 lid 3 BW.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.771 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________




GERECHTSHOF AMSTERDAM


ONDERNEMINGSKAMER





zaaknummer: 200.168.115/01 OK



beschikking van de Ondernemingskamer van 17 mei 2018



inzake




de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[A]
,
gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,
advocaten: mrs. H.P. Plas en C.R. Huiskes, beiden kantoorhoudende te Enschede,




t e g e n




de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ESHUIS HOLDING B.V.,
gevestigd te Dalfsen,

VERWEERSTER,
niet verschenen,




e n t e g e n




de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PERSPEKTIEF B.V.,
gevestigd te Dalfsen,

BELANGHEBBENDE,
advocaten: mrs. P. Haas en B. Verkerk, beiden kantoorhoudende te Rotterdam.





1Het verloop van het geding


1.1
Partijen worden hierna aangeduid als [A] , Eshuis Holding en Perspektief. Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 7 en 14 juli 2015, 14 december 2016, 19 januari 2017 en 18 april 2018, alsmede naar de beschikking van de raadsheer-commissaris van 8 februari 2018 in deze zaak.



1.2
Bij de beschikkingen van 7 en 14 juli 2015 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Eshuis Holding over de periode vanaf 9 juli 2013, bepaald dat het onderzoek ten hoogste € 25.000 (exclusief btw) mag kosten, mr. H.M. de Mol van Otterloo (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede – bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding – drs. P.N. Lincklaen Arriëns benoemd tot bestuurder van Eshuis Holding.



1.3
Bij de beschikking van 19 januari 2017 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, verhoogd tot € 55.000 (exclusief btw).



1.4
Bij brief (met bijlage) van 18 februari 2018 heeft de onderzoeker verzocht het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, te verhogen naar € 70.000 (exclusief btw).



1.5
Bij de beschikking van 18 april 2018 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het op die dag ter griffie neergelegde verslag met de bijlagen van het bij de beschikking van 7 juli 2015 door de Ondernemingskamer bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Eshuis Holding ter inzage ligt voor belanghebbenden. Voorts heeft zij bij die beschikking partijen tot uiterlijk dinsdag 8 mei 2018 te 16:00 uur in de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over het in 1.4 vermelde verzoek van de onderzoeker.



1.6
Bij brief van 24 april 2018 heeft de onderzoeker op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW verzocht om het bedrag van de onderzoekskosten vast te stellen op € 70.000 (exclusief btw). Partijen zijn bij brief van 24 april 2018 door de secretaris van de Ondernemingskamer in de gelegenheid gesteld om zich uiterlijk dinsdag 8 mei 2018 te 16:00 uur ook over dat verzoek uit te laten.



1.7
Van partijen is daarop niet vernomen.








2De gronden van de beslissing


Het verzoek van de onderzoeker tot verhoging van de onderzoekskosten tot € 70.000 (exclusief btw) en zijn verzoek de onderzoekskosten op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW op dat bedrag te bepalen zijn adequaat toegelicht en voorzien van urenspecificaties. Nu geen bezwaren zijn aangevoerd en de verzoeken de Ondernemingskamer niet onredelijk voorkomen, zal zij de verzoeken van de onderzoeker toewijzen als hierna te vermelden.






3De beslissing


De Ondernemingskamer:



verhoogt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, tot € 70.000 (exclusief btw) en stelt de onderzoekskosten op dat bedrag vast;



verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.




Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. R.A.H. van der Meer RA en drs. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 17 mei 2018.