Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2018:1464

2018-05-01 Civiel recht; Ondernemingsrecht 200.208.715/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2018-05-01
Publicatiedatum
2018-05-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
200.208.715/01 OK
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | ARO 2018/121 | ARO 2018/123

Inhoudsindicatie

Ok; enquête; bepalen vergoeding onderzoeker; artikel 2:350 lid 3 BW

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.943 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________




GERECHTSHOF AMSTERDAM


ONDERNEMINGSKAMER





zaaknummer: 200.208.715/01 OK



beschikking van de Ondernemingskamer van 1 mei 2018



inzake



1. de vennootschap naar het recht van Turkije


BIMAŞ BISIKLET MOTOSIKLET SANAYI VE TICARET ANONIM ŞIRKETI,
gevestigd te Izmir, Turkije,

2. de naamloze vennootschap


ECC-BIMAŞ N.V.,
gevestigd te Zaandam,

VERZOEKSTERS,
advocaten: mr. S.W. van den Berg en mr. N.W.A. Tollenaar, kantoorhoudende te Amsterdam,




t e g e n




de naamloze vennootschap

ECC-BIMAŞ N.V.,
gevestigd te Zaandam,

VERWEERSTER,
niet verschenen,




e n t e g e n



1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CEEM HOLDING B.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


EUROPE CYCLE COMPANY B.V.,
beide gevestigd te Zaandam,

BELANGHEBBENDEN,
advocaat: mr. R. Willemsen, kantoorhoudende te Den Haag.





1Het verloop van het geding


1.1
In het vervolg wordt verweerster aangeduid als ECC-Bimas.



1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 23 februari 2017, 1 maart 2017 en 30 maart 2018 en de beschikking van haar voorzitter in deze zaak van 13 februari 2018.



1.3
Bij de beschikkingen van 23 februari en 1 maart 2017 heeft de Ondernemingskamer – voor zover van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van ECC-Bimas over de periode vanaf 5 juni 2014, mr. A.C. van Campen (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 40.000 (exclusief btw) en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van ECC-Bimas en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen.



1.4
Op 28 maart 2018 is ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen een brief van de onderzoeker van 27 maart 2018 met daarbij het door de onderzoeker ondertekende verslag (met bijlagen) van voormeld onderzoek, gedateerd 27 maart 2018.



1.5
Bij beschikking van 30 maart 2018 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het hiervoor genoemde onderzoeksverslag (tezamen met de bijlagen) ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.



1.6
De onderzoeker heeft bij brief aan de Ondernemingskamer van 5 april 2018 een specificatie verstrekt van de aan het onderzoek bestede uren en de in verband daarmee aan ECC-Bimas in rekening gebrachte kosten ten bedrage van € 40.000 exclusief btw.



1.7
Bij brief van 10 april 2018 heeft de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker.



1.8
Geen van partijen heeft gebruik gemaakt van de door de Ondernemingskamer geboden gelegenheid zich uit te laten over de in 1.6 bedoelde specificatie.








2De gronden van de beslissing


Het door de onderzoeker gedeclareerde bedrag aan onderzoekskosten bedraagt blijkens de door hem opgestelde specificatie € 40.000 exclusief btw. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich over deze specificatie uit te laten. Tegen het bedrag aan onderzoekskosten zijn geen bezwaren aangevoerd. Dit bedrag komt de Ondernemingskamer ook niet onredelijk voor. De Ondernemingskamer zal de vergoeding van de onderzoeker overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW dan ook bepalen als hierna te vermelden.






3De beslissing


De Ondernemingskamer:



bepaalt de vergoeding van de onderzoeker op € 40.000, de daarover verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;



verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.




Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. M.M.M. Tillema, raadsheren, en prof. dr. mr. F. van der Wel RA en drs. M.A. Scheltema, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.M. Govers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 1 mei 2018.



De beschikking is ondertekend door mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar omdat de voorzitter buiten staat is.