Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2017:5251

2017-11-27 Civiel recht; Ondernemingsrecht 200.200.490/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2017-11-27
Publicatiedatum
2017-12-19
Rechtsgebied
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
200.200.490/01 OK
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | ARO 2018/20

Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; het onderzoeksverslag met bijlagen ligt ter inzage voor belanghebbenden; partijen worden in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker, onder aanhouding van iedere beslissing daarover

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.765 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________




GERECHTSHOF AMSTERDAM


ONDERNEMINGSKAMER





zaaknummer: 200.200.490/01 OK



beschikking van de Ondernemingskamer van 27 november 2017



inzake






[A]
,
wonende te [....] ,

VERZOEKER,
advocaat: mr. M.C. Schepel, kantoorhoudende te Den Haag,




t e g e n




de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[B]
,
gevestigd te [....] ,

VERWEERSTER,
advocaat: voorheen mr. H.J.M. van Schie, kantoorhoudende te Haarlem, thans geen,




e n t e g e n






1 [C] ,
2. [D],
beiden wonende te [....] ,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[E]
,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid



[F]
,
beide gevestigd te [....] ,

BELANGHEBBENDEN,
verschenen in persoon.





1Het verloop van het geding


1.1
In het vervolg zal verweerster met DPB worden aangeduid.



1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 16 en 18 mei 2017 in de zaak met zaaknummer 200.200.490/01 OK en de beschikking van de raadsheer-commissaris van 25 oktober 2017 in de zaak met zaaknummer 200.200.490/02 OK.



1.3

Bij de beschikking van 16 mei 2017 heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van DPB over de periode vanaf 1 januari 2014, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 35.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen, en bepaald dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van DPB.
Bij de beschikking van 18 mei 2017 is mr. F.D. Stibbe te Amsterdam (hierna: de onderzoeker) aangewezen als onderzoeker zoals bedoeld in de beschikking van 16 mei 2017.




1.4
Op 22 november 2017 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.



1.5
Met het oog op de vaststelling van diens vergoeding heeft de onderzoeker in de begeleidende brief bij het onderzoeksverslag, met specificatie van de aan het onderzoek bestede uren, de Ondernemingskamer verzocht de kosten voor het onderzoek te bepalen op € 35.000, vermeerderen met BTW.



1.6
De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.






2De gronden van de beslissing


2.1
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag met bijlagen van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.



2.2
Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de op de voet van artikel 2:350 lid 3 BW door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker.






3De beslissing


De Ondernemingskamer:



bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij de beschikking van 16 mei 2017 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van [B] , gevestigd te [....] , ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;



verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;



stelt partijen in de gelegenheid zich uiterlijk op 7 december 2017 uit te laten over de door de Ondernemingskamer te bepalen vergoeding van de onderzoeker als bedoeld in 1.5 en 2.2 hiervoor en houdt met het oog hierop iedere beslissing over de vergoeding van de onderzoeker aan.




Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.R. Baart en W. Wind, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 27 november 2017.