Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2016:3376

2016-08-22 Civiel recht; Ondernemingsrecht 200.168.542/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2016-08-22
Publicatiedatum
2016-08-22
Rechtsgebied
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
200.168.542/01 OK
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | AR 2016/2471 | ARO 2016/183 | OR-Updates.nl 2016-0224

Inhoudsindicatie

OK; enquêterecht; niet-ontvankelijk in het tweedefaseverzoek; opheffing van de getroffen onmiddellijke voorziening

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.985 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________




GERECHTSHOF AMSTERDAM


ONDERNEMINGSKAMER





zaaknummer: 200.168.542/01 OK



beschikking van de Ondernemingskamer van 22 augustus 2016



inzake



1. [VERZOEKER 1],
(...)

23. [VERZOEKER 23],

VERZOEKERS

advocaten: en, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,

mr. P. Haas
mr. B. Verkerk



t e g e n


1. de naamloze vennootschap

ROTTERDAMSE TAXI CENTRALE RTC N.V.,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


RTC FRANCHISE B.V.,
beide gevestigd te Rotterdam,

VERWEERSTERS,
advocaten: mr. J.G. Princen en mr. J.P.D. van de Klift, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,



e n t e g e n





1. [BELANGHEBBENDE 1],

(...)

60. [BELANGHEBBENDE 60],


BELANGHEBBENDEN,
advocaten: voorheen mr. M.E.C. Lok en mr. B. Kemp, beiden kantoorhoudende te Den Haag.





1Het verloop van het geding


1.1
Partijen worden hierna verzoekers, RTC, RTC Franchise en belanghebbenden genoemd.



1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 11 september 2015, 18 september 2015, 2 december 2015, 24 maart 2016, 14 april 2016 en 13 juni 2016.



1.3
Bij de beschikking van 11 september 2015 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van RTC en RTC Franchise over de periode vanaf 1 januari 2009 en bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot commissaris van RTC en RTC Franchise met beslissende stem binnen de raad van commissarissen van RTC en bepaald dat alle voorstellen die het bestuur aan de algemene vergadering van aandeelhouders van RTC voorlegt zijn onderworpen aan voorafgaande goedkeuring door de raad van commissarissen.



1.4
Bij de beschikking van 18 september 2015 heeft de Ondernemingskamer mr. P.D. Olden te Amsterdam (hierna: Olden) aangewezen als onderzoeker en W.R. Küh te Soest (hierna: Küh) aangewezen als commissaris.



1.5
Bij de beschikking van 14 april 2016 heeft de Ondernemingskamer bepaald dat het door Olden toegezonden verslag met bijlagen van het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van RTC en RTC Franchise ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.



1.6
Bij op 13 juni 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties hebben de verzoekers 1, 2, 3, 20 en 22 de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, vast te stellen dat het onderzoeksverslag blijk geeft van wanbeleid van RTC en RTC Franchise ten aanzien van bepaalde onderwerpen, op de voet van artikel 2:356 BW zodanige voorzieningen te treffen als de Ondernemingskamer nodig zal achten teneinde aan het wanbeleid zo spoedig mogelijk een einde te maken, en RTC en RTC Franchise hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding.



1.7
Bij brief van 4 augustus 2016, ingekomen ter griffie van de Ondernemingskamer op 11 augustus 2016, hebben voormelde vijf verzoekers hun verzoekschrift ingetrokken.






2De gronden van de beslissing


Nu de in 1.6 en 1.7 bedoelde vijf verzoekers hun verzoek hebben ingetrokken, behoeft dat verzoek geen verdere behandeling en beslissing meer en dienen zij in dat verzoek niet-ontvankelijk te worden verklaard. Het voorgaande brengt mee dat de bij voormelde beschikking van 11 september 2015 getroffen onmiddellijke voorziening (zie 1.3 hiervoor) moet worden beëindigd. Gelet hierop zal de Ondernemingskamer deze onmiddellijke voorziening met ingang van heden en uitvoerbaar bij voorraad opheffen.






3De beslissing


De Ondernemingskamer:



verklaart de verzoekers 1, 2, 3, 20 en 22 niet-ontvankelijk in hun in 1.6 hiervoor weergegeven verzoek;



heft op, met ingang van heden, de bij beschikking van 11 september 2015 getroffen onmiddellijke voorziening;



verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.




Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.M.L Broekhuijsen-Molenaar en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en H. de Munnik en mr. J.B.M. Streppel, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 22 augustus 2016.