Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2015:365

2015-02-10 Civiel recht 200.156.859-01

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2015-02-10
Publicatiedatum
2015-02-12
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.156.859-01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:5051.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.020 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM


afdeling civiel recht en belastingrecht, team II



zaaknummer : 200.156.859/01



zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : 437587 \ CV EXPL 13-1184




arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 10 februari 2015




inzake





[appellant]
,
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. A.G.M. Haase te Den Haag,



tegen



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WEBPOORT B.V., h.o.d.n. Cees en Co,
gevestigd te Oosterblokker,
geïntimeerde,
advocaat: mr. J.J. de Boer te Hoorn.






1Het geding in hoger beroep


Bij dagvaarding van 28 juli 2014 is appellant in hoger beroep gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland, locatie Hoorn, dat onder bovengenoemd zaak-/rolnummer tussen partijen is gewezen op 28 april 2014.
De zaak is aangebracht op de rol van 7 oktober 2014.
Tegen geïntimeerde is op diezelfde roldatum verstek verleend.
Bij H5-formulier van 13 november 2014 heeft appellant het hof verzocht een uitstel van zes weken te verlenen voor het nemen van grieven.
Dit uitstelverzoek is op 14 november 2014 door de rolgriffier afgewezen, omdat het verzoek niet voldoet aan artikel 2.28 van het Pilot Reglement (PR).
Bij H16-formulier van 17 november 2014 heeft appellant met instemming van de wederpartij om uitstel verzocht.
Daarop is uitstel verleend voor het nemen van een memorie van grieven door appellant tot 13 januari 2015.
Op de rol van 13 januari 2015 heeft appellant geen memorie van grieven genomen.
De op 9 januari 2015 per telefax ter griffie van het hof binnengekomen memorie van grieven is, gelet op het bepaalde in artikel 2.1 PR, niet in behandeling genomen.
Het verstek is door geïntimeerde gezuiverd op 13 januari 2015.
Arrest is bepaald op heden.





2Beoordeling


Niet is gebleken dat ten aanzien van de in de appeldagvaarding aangevallen beslissing sprake is van een oneerlijk beding in de zin van Richtlijn 93/13.



Bij gebreke van grieven kan appellant niet worden ontvangen in het hoger beroep.
De kosten van het hoger beroep komen voor rekening van appellant.






3Beslissing


Het hof:



verklaart appellant niet-ontvankelijk in het hoger beroep;



veroordeelt appellant in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van geïntimeerde begroot op € 704,- aan verschotten en € 447,- aan salaris advocaat.




Dit arrest is gewezen door mrs. J.W. Hoekzema, J.C.W. Rang en C.C. Meijer en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2015.