Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2015:3054
2015-07-24
Civiel recht; Ondernemingsrecht
200.158.426/01 OK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
OK. Enquete. Deponering onderzoeksverslag. Partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over declaratie van de onderzoeker.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.263 tekens)
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.158.426/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 juli 2015
inzake
[A]
,
wonende te [....] ,
VERZOEKER,
advocaat: mr. E.F. Renes, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
H.R.C. HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: voorheen mr. J. van Embden, kantoorhoudende te Amstelveen, thans zonder advocaat.
1Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoeker met [A] ;
verweerster met HRC.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 25 november 2014, 3 december 2014 en 25 maart 2015 in deze zaak.
1.3
Bij deze beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van HRC bevolen, het bedrag dat het onderzoek mag kosten – na een kostenverhoging – vastgesteld op € 23.500 (exclusief btw), mr. E. Hammerstein aangewezen als onderzoeker, en – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – [B] geschorst als bestuurder van HRC, mr. O.J. Smit benoemd als bestuurder van HRC alsmede bepaald dat de aandelen in HRC minus één aandeel dat wordt gehouden door [A] en één aandeel dat wordt gehouden door [B] ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. O.J. Smit.
1.4
Bij brief van 23 juli 2013 heeft de onderzoeker het verslag van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. De griffier heeft het verslag heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
1.5
De onderzoeker heeft bij e-mail van 24 juli 2013 een urenspecificatie van alle in deze zaak verrichtte werkzaamheden met betrekking tot het onderzoek en de einddeclaratie overgelegd.
2De gronden van de beslissing
2.1
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek. Lettend op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
2.2
De Ondernemingskamer zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:350 lid 3 BW uitdrukkelijk de vergoeding van de onderzoeker bepalen. De onderzoeker heeft daartoe de 1.5 genoemde bescheiden overgelegd. Alvorens de vergoeding te bepalen, zal de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag van het bij beschikking van 25 november 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van H.R.C. Holding B.V., gevestigd te Amsterdam,
ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
stelt partijen in de gelegenheid uiterlijk op maandag 3 augustus 2015 te 12:00 ’s middags schriftelijk uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema raadsheren, en E.R. Bunt en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 juli 2015.
De voorzitter is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.158.426/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 24 juli 2015
inzake
[A]
,
wonende te [....] ,
VERZOEKER,
advocaat: mr. E.F. Renes, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
H.R.C. HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaat: voorheen mr. J. van Embden, kantoorhoudende te Amstelveen, thans zonder advocaat.
1Het verloop van het geding
1.1
In het vervolg zullen partijen (ook) als volgt worden aangeduid:
verzoeker met [A] ;
verweerster met HRC.
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 25 november 2014, 3 december 2014 en 25 maart 2015 in deze zaak.
1.3
Bij deze beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van HRC bevolen, het bedrag dat het onderzoek mag kosten – na een kostenverhoging – vastgesteld op € 23.500 (exclusief btw), mr. E. Hammerstein aangewezen als onderzoeker, en – bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – [B] geschorst als bestuurder van HRC, mr. O.J. Smit benoemd als bestuurder van HRC alsmede bepaald dat de aandelen in HRC minus één aandeel dat wordt gehouden door [A] en één aandeel dat wordt gehouden door [B] ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. O.J. Smit.
1.4
Bij brief van 23 juli 2013 heeft de onderzoeker het verslag van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen. De griffier heeft het verslag heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.
1.5
De onderzoeker heeft bij e-mail van 24 juli 2013 een urenspecificatie van alle in deze zaak verrichtte werkzaamheden met betrekking tot het onderzoek en de einddeclaratie overgelegd.
2De gronden van de beslissing
2.1
De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag van het onderzoek. Lettend op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.
2.2
De Ondernemingskamer zal overeenkomstig het bepaalde in artikel 2:350 lid 3 BW uitdrukkelijk de vergoeding van de onderzoeker bepalen. De onderzoeker heeft daartoe de 1.5 genoemde bescheiden overgelegd. Alvorens de vergoeding te bepalen, zal de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid stellen zich hierover uit te laten.
3De beslissing
De Ondernemingskamer:
bepaalt dat het verslag van het bij beschikking van 25 november 2014 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van H.R.C. Holding B.V., gevestigd te Amsterdam,
ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;
stelt partijen in de gelegenheid uiterlijk op maandag 3 augustus 2015 te 12:00 ’s middags schriftelijk uit te laten over de vergoeding van de onderzoeker;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. M.M.M. Tillema raadsheren, en E.R. Bunt en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 juli 2015.
De voorzitter is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.