Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Gerechtshof Amsterdam

ECLI:NL:GHAMS:2014:1684

2014-05-06 Civiel recht 200.142.146-01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Uitspraakdatum
2014-05-06
Publicatiedatum
2014-05-09
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
200.142.146-01
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Tussenarrest. Zie ECLI:NL:GHAMS:2017:819 en ECLI:NL:GHAMS:2018:2580.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.701 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM


afdeling civiel recht en belastingrecht, team II



zaaknummer : 200.142.146/01



zaaknummer rechtbank Midden-Nederland : C/16/286565/HA ZA 10-1092




arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 mei 2014




inzake


1. de naamloze vennootschap


ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,
handelend onder de naam ALLIANZ GLOBAL RISKS NEDERLAND,
gevestigd te Rotterdam,

2. de rechtspersoon naar het recht van Duitsland


AXA ART VERSICHERING A.G.,
gevestigd te Keulen (Duitsland),

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid



[appellant sub 3]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid



[appellant sub 4]
,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,

5. de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk


HISCOX EUROPE UNDERWRITING LIMITED,
rechtsopvolgster van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HISCOX B.V.,
gevestigd te Londen (Verenigd Koninkrijk),

6. de naamloze vennootschap HDI-GERLING VERZEKERINGSN N.V.,

rechtsopvolgster van Nassau Verzekering Maatschappij N.V.,
gevestigd te Rottersdam,

7. de rechtspersoon naar het recht van het Verenigd Koninkrijk


XL INSURANCE COMPANY PLC.,
voorheen handelend onder de naam XL INSURANCE COMPANY LIMITED,
gevestigd te Amsterdam,
appellanten in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
advocaat: mr. Chr.H. van Dijk te Amsterdam,



tegen


1. de naamloze vennootschap


N.V. SPORT, RECREATIE EN ONDERWIJSVOORZIENINGEN,
gevestigd te Amersfoort,
advocaat: mr. H.K.P Ex te Amsterdam,

2. [geïntimeerde sub 2]

wonend te [woonplaats] ,
advocaat: mr. A. van Hees te Amsterdam,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
verweerders in het incident.



Appellanten worden hierna gezamenlijk de verzekeraars genoemd en ieder afzonderlijk Allianz, Axa, [appellant sub 3] , [appellant sub 4] , Hiscox, HDI-Gerling en XL Insurance. Geïntimeerden worden hierna SRO en [geïntimeerde sub 2] .






1Het geding in hoger beroep


De verzekeraars zijn bij dagvaarding van 11 september 2013 in hoger beroep gekomen van de vonnissen die onder bovengenoemd zaaknummer door - thans - de rechtbank Midden-Nederland, zitting houdend te Utrecht, zijn gewezen op 15 september 2010, 10 november 2010 en 12 juni 2013 tussen de verzekeraars en Delta Lloyd Schadeverzekering N.V. (hierna: Delta Lloyd) als eiseressen en SRO, [geïntimeerde sub 2] en D.I. Dak-, Zink- en Loodgieterswerk als gedaagden.



Bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem, van 29 oktober 2013 met zaaknummer 200.135.780, is de zaak tussen de verzekeraars en SRO en [geïntimeerde sub 2] ter verdere behandeling verwezen naar dit hof.



Partijen hebben de zaak gezamenlijk aangebracht op de rol van dit hof van 11 maart 2014.



De verzekeraars hebben vervolgens op de voet van artikel 222 Rv juncto artikel 353 lid 1 Rv voeging gevorderd van de onderhavige zaak met de tussen SRO als appellante en Delta Lloyd als geïntimeerde bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.143.314/01. Daarnaast hebben de verzekeraars voeging gevorderd van de onderhavige zaak met de tussen [geïntimeerde sub 2] als appellant en Delta Lloyd als geïntimeerde bij dit hof aanhangige zaak met zaaknummer 200.142.140/01, een en ander met veroordeling van SRO en [geïntimeerde sub 2] in de kosten van het incident.



SRO heeft daarop geantwoord en geconcludeerd tot referte, met veroordeling van de verzekeraars in de kosten van het incident.




[geïntimeerde sub 2] heeft tevens geantwoord en geconcludeerd tot referte.



Vervolgens is arrest gevraagd in het incident.










2Beoordeling



in het incident tot voeging




2.1
De verzekeraars hebben voeging gevorderd op de grond dat genoemde zaken verknocht zijn. SRO en [geïntimeerde sub 2] hebben geen bezwaar gemaakt tegen voeging.



2.2
Uit hetgeen de verzekeraars hebben aangevoerd volgt dat aan de eisen van artikel 222 lid 1 Rv wordt voldaan. De zaken zullen derhalve worden gevoegd.



2.3
De beslissing over de kosten zal worden aangehouden. De hoofdzaak zal naar de rol worden verwezen voor memorie van grieven door de verzekeraars.






3Beslissing


Het hof:




in het incident tot voeging:




voegt de onderhavige zaak met de zaken met zaaknummers 200.143.314/01 en 200.142.140/01;



houdt de beslissing over de proceskosten aan tot het eindarrest in de hoofdzaak;




in de hoofdzaak:



verwijst de zaak naar de rol van 17 juni 2014 voor het nemen van een memorie van grieven door de verzekeraars;



houdt iedere verdere beslissing aan.




Dit arrest is gewezen door mrs. W.J. van den Bergh, J.C. Toorman en J.W. Hoekzema en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 mei 2014.