Gerechtshof Amsterdam
ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1770
2013-04-09
Civiel recht
200.111.498/01
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1770 → ECLI:NL:GHAMS:2012:4194
Inhoudsindicatie
Spoedkortgeding. In tussenarrest worden al diverse beslissingen genomen. Op één punt wordt partijen gelegenheid geboden zich uit te laten. Voordat het hof opnieuw arrest wijst blijkt (in eerste aanleg) in de bodemzaak intussen een tussenvonnis uitgesproken te zijn. het hof wijst de zaak naar de rol, opdat partijen zich erover kunnen uitlaten welke gevolgen dat vonnis volgens hen moet hebben voor de kortgedingprocedure.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.692 tekens)
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel en belastingrecht
zaaknummer hof: 200.111.498/01 SKG
zaaknummer/rolnummer rechtbank: 519508/KG ZA 112-836
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 april 2013 (bij vervroeging)
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEMEEY III B.V.,
gevestigd te Voorthuizen,
APPELLANTE,
advocaat: mr. T.S. Jansen te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROMA BEHEER B.V.,
GEÏNTIMEERDE,
advocaat: mr. J. Hagers te Amsterdam.
Partijen zullen hierna wederom Lemeey en Roma worden genoemd.
1Het verdere geding in hoger beroep
1.1
Het hof heeft op 6 november 2012 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop
van de zaak tot die datum wordt naar dat tussenarrest verwezen.
1.2
Ten vervolge op voornoemd tussenarrest heeft Lemeey een akte, met productie, genomen. Roma heeft daarop met een antwoordakte gereageerd.
1.3
Daarop is wederom arrest gevraagd.
2De verdere beoordeling van het geschil
2.1
Het hof is ambtshalve op de hoogte gekomen van het feit dat in de tussen partijen aanhangige bodemzaak onlangs een tussenvonnis is gewezen. Het hof ziet daarin aanleiding de zaak naar de rol te verwijzen voor uitlating - eerst Lemeey en vervolgens Roma - opdat zij het hof kunnen laten weten welke gevolgen dat tussenvonnis volgens hen moet hebben voor de onderhavige kortgedingprocedure.
2.2
Lemeey wordt verzocht het bewuste tussenvonnis in het geding te brengen.
2.3
In het geval het (een van) partijen wenselijk voorkomt dat het hof een comparitie van partijen gelast, zal een zodanige comparitie kunnen plaatsvinden. In dat geval wordt de desbetreffende partij verzocht de verhinderdata van beide partijen in de maanden mei tot en met juli 2013 in haar akte op te nemen.
3Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 23 april 2013 voor uitlating als hiervoor aangeduid;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A. Goslings, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en J.W. Hoekzema en is in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 9 april 2013.
afdeling civiel en belastingrecht
zaaknummer hof: 200.111.498/01 SKG
zaaknummer/rolnummer rechtbank: 519508/KG ZA 112-836
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 9 april 2013 (bij vervroeging)
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LEMEEY III B.V.,
gevestigd te Voorthuizen,
APPELLANTE,
advocaat: mr. T.S. Jansen te Amsterdam,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ROMA BEHEER B.V.,
GEÏNTIMEERDE,
advocaat: mr. J. Hagers te Amsterdam.
Partijen zullen hierna wederom Lemeey en Roma worden genoemd.
1Het verdere geding in hoger beroep
1.1
Het hof heeft op 6 november 2012 een tussenarrest gewezen. Voor het verloop
van de zaak tot die datum wordt naar dat tussenarrest verwezen.
1.2
Ten vervolge op voornoemd tussenarrest heeft Lemeey een akte, met productie, genomen. Roma heeft daarop met een antwoordakte gereageerd.
1.3
Daarop is wederom arrest gevraagd.
2De verdere beoordeling van het geschil
2.1
Het hof is ambtshalve op de hoogte gekomen van het feit dat in de tussen partijen aanhangige bodemzaak onlangs een tussenvonnis is gewezen. Het hof ziet daarin aanleiding de zaak naar de rol te verwijzen voor uitlating - eerst Lemeey en vervolgens Roma - opdat zij het hof kunnen laten weten welke gevolgen dat tussenvonnis volgens hen moet hebben voor de onderhavige kortgedingprocedure.
2.2
Lemeey wordt verzocht het bewuste tussenvonnis in het geding te brengen.
2.3
In het geval het (een van) partijen wenselijk voorkomt dat het hof een comparitie van partijen gelast, zal een zodanige comparitie kunnen plaatsvinden. In dat geval wordt de desbetreffende partij verzocht de verhinderdata van beide partijen in de maanden mei tot en met juli 2013 in haar akte op te nemen.
3Beslissing
Het hof:
verwijst de zaak naar de rol van 23 april 2013 voor uitlating als hiervoor aangeduid;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.A. Goslings, E.E. van Tuyll van Serooskerken-Röell en J.W. Hoekzema en is in het openbaar door de rolraadsheer uitgesproken op 9 april 2013.