Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2026:916
2026-06-30
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
22/2621 PW-R
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- rectificatieBesluit ECLI:NL:CRVB:2026:916 → ECLI:NL:CRVB:2024:1870
Inhoudsindicatie
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 24 september 2024, 22/2621 PW, zie ECLI:NL:CRVB:2024:2466 voor de gerectificeerde tekst.
Citeert (2)
- ECLI:NL:CRVB:2002:AF3855 Centrale Raad van Beroep 27-02-2002
- ECLI:NL:CRVB:2024:1944 Centrale Raad van Beroep 16-10-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.101 tekens)
22/2621 PW-R
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 24 september 2024, 22/2621 PW
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf KempenPlus (bestuur)
Datum uitspraak: 30 juni 2026
PROCESVERLOOP
De Raad heeft, na hier door appellante op te zijn gewezen, vastgesteld dat de uitspraak van 24 september 2024 een kennelijke fout bevat. Het betreft de vergoeding voor de reiskosten die de gemachtigde van appellante heeft gemaakt.
De Raad heeft partijen daarom bij brief van 12 mei 2026 in de gelegenheid gesteld zich binnen vier weken schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak.
Appellante heeft niet gereageerd binnen de in de brief van 12 mei 2026 gestelde termijn van vier weken, in verband waarmee de Raad, naar in die brief is vermeld, ervan uitgaat dat er geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen rectificatie. Het bestuur heeft wel gereageerd en te kennen gegeven bezwaar te hebben tegen de voorgenomen rectificatie.
OVERWEGINGEN
Appellante krijgt een vergoeding voor de door haar gemachtigde in beroep en hoger beroep gemaakte reiskosten tot een bedrag van € 68,-. Anders dan waar het dagelijks bestuur kennelijk van uitgaat, krijgt appellante deze vergoeding niet omdat haar gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend. Zij krijgt namelijk een vergoeding voor de gemaakte reiskosten omdat appellante zelf niet ter zitting is verschenen, maar wel haar (niet beroepsmatig rechtsbijstand verlenende) procesgemachtigde. De Raad wijzigt de uitspraak van 24 september 2024 daarom als volgt.
De eerste zin van onderdeel 5 (“Appellante was niet ter zitting aanwezig, zodat de door haar opgevoerde reiskosten niet voor vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) in aanmerking komen.”) zal worden vervangen door:
Appellante krijgt een vergoeding voor de door haar gemachtigde in beroep en hoger beroep gemaakte reiskosten tot een bedrag van in totaal € 68,-. In een situatie als hier aan de orde, waarin appellante zelf niet is verschenen, maar wel haar (niet beroepsmatig rechtsbijstand verlenende) procesgemachtigde, worden onder reis- en verletkosten van een partij in de zin van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht namelijk ook begrepen de reis- en verletkosten van een procesgemachtigde die niet beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Dit is vaste rechtspraak3.
In de beslissing zal na “- wijst het verzoek om schadevergoeding af;” een extra regel worden toegevoegd met de tekst:
- veroordeelt het bestuur in de kosten van appellante tot een bedrag van € 68,-;
Aan de voetnoten wordt een derde voetnoot toegevoegd waarin staat:
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 27 februari 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF3855, en van 16 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1944.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 24 september 2024 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens als voorzitter en E.C.G. Okhuizen en
W.A. Timmer als leden, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2026.
(getekend) W.F. Claessens
(getekend) M. Zwart
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 24 september 2024, 22/2621 PW
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Gemeenschappelijke Regeling Bedrijfsvoeringsorganisatie Participatiebedrijf KempenPlus (bestuur)
Datum uitspraak: 30 juni 2026
PROCESVERLOOP
De Raad heeft, na hier door appellante op te zijn gewezen, vastgesteld dat de uitspraak van 24 september 2024 een kennelijke fout bevat. Het betreft de vergoeding voor de reiskosten die de gemachtigde van appellante heeft gemaakt.
De Raad heeft partijen daarom bij brief van 12 mei 2026 in de gelegenheid gesteld zich binnen vier weken schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak.
Appellante heeft niet gereageerd binnen de in de brief van 12 mei 2026 gestelde termijn van vier weken, in verband waarmee de Raad, naar in die brief is vermeld, ervan uitgaat dat er geen bezwaar bestaat tegen de voorgenomen rectificatie. Het bestuur heeft wel gereageerd en te kennen gegeven bezwaar te hebben tegen de voorgenomen rectificatie.
OVERWEGINGEN
Appellante krijgt een vergoeding voor de door haar gemachtigde in beroep en hoger beroep gemaakte reiskosten tot een bedrag van € 68,-. Anders dan waar het dagelijks bestuur kennelijk van uitgaat, krijgt appellante deze vergoeding niet omdat haar gemachtigde beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend. Zij krijgt namelijk een vergoeding voor de gemaakte reiskosten omdat appellante zelf niet ter zitting is verschenen, maar wel haar (niet beroepsmatig rechtsbijstand verlenende) procesgemachtigde. De Raad wijzigt de uitspraak van 24 september 2024 daarom als volgt.
De eerste zin van onderdeel 5 (“Appellante was niet ter zitting aanwezig, zodat de door haar opgevoerde reiskosten niet voor vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) in aanmerking komen.”) zal worden vervangen door:
Appellante krijgt een vergoeding voor de door haar gemachtigde in beroep en hoger beroep gemaakte reiskosten tot een bedrag van in totaal € 68,-. In een situatie als hier aan de orde, waarin appellante zelf niet is verschenen, maar wel haar (niet beroepsmatig rechtsbijstand verlenende) procesgemachtigde, worden onder reis- en verletkosten van een partij in de zin van artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht namelijk ook begrepen de reis- en verletkosten van een procesgemachtigde die niet beroepsmatig rechtsbijstand verleent. Dit is vaste rechtspraak3.
In de beslissing zal na “- wijst het verzoek om schadevergoeding af;” een extra regel worden toegevoegd met de tekst:
- veroordeelt het bestuur in de kosten van appellante tot een bedrag van € 68,-;
Aan de voetnoten wordt een derde voetnoot toegevoegd waarin staat:
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 27 februari 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF3855, en van 16 oktober 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1944.
Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 24 september 2024 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door W.F. Claessens als voorzitter en E.C.G. Okhuizen en
W.A. Timmer als leden, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2026.
(getekend) W.F. Claessens
(getekend) M. Zwart