Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2026:190

2026-02-17 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 24/237 PW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2026-02-17
Publicatiedatum
2026-02-25
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
24/237 PW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

De Raad verklaart zich onbevoegd. De rechtbank heeft het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.646 tekens)
24/237 PW


Datum uitspraak: 17 februari 2026


Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer


Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 december 2023, 23/7024 (aangevallen uitspraak)


Partijen:



[appellant] te [woonplaats] (appellant)


het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal



PROCESVERLOOP



Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.


OVERWEGINGEN


Met de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter het verzoek van appellant tot herziening van de uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 juni 2022 niet-ontvankelijk verklaard.



Uit vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 15 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2804) volgt dat de Raad niet bevoegd is kennis te nemen van een hoger beroep dat zich richt tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank van een verzoek om herziening als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een dergelijke uitspraak, inhoudende het niet-ontvankelijk verklaren van een verzoek om herziening, is immers geen uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Awb, noch een uitspraak als bedoeld in artikel 8:86 van de Awb, of een daarmee op één lijn te stellen uitspraak ten gronde die volgt na een toewijzing van een verzoek om herziening, maar een uitspraak als bedoeld in titel 8.6 van de Awb.



De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.



Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.



Deze uitspraak is gedaan door M. Wolfrat, in tegenwoordigheid van A.H. Hagendoorn-Huls als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2026.





(getekend) M. Wolfrat





(getekend) A.H. Hagendoorn-Huls





Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.