Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2026:134

2026-02-05 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 25/775 ZW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2026-02-05
Publicatiedatum
2026-02-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
25/775 ZW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.455 tekens)
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer



25/775 ZW












Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 maart 2025, 23/9571 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (appellant)



de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)








Datum uitspraak: 5 februari 2026




PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. F.E.R.M. Verhagen, advocaat, hoger beroep ingesteld.



Het Uwv heeft gewijzigde beslissingen op bezwaar genomen.



Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.



De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.





OVERWEGINGEN


Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.



Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken nadat het Uwv heeft besloten tot intrekking van het bestreden besluit.



De rechtbank heeft het Uwv al veroordeeld tot vergoeding van de kosten in beroep. In de gewijzigde beslissing op bezwaar van 3 juni 2025 zijn de kosten in bezwaar al vergoed. Dat betekent dat de Raad alleen nog moet oordelen over de in hoger beroep gemaakte kosten.



Het Uwv wordt veroordeeld in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 934,- (1 punt voor het indienen van het hogerberoepschrift, met een waarde per punt van € 934,-).



Ook dient het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht te vergoeden. Bij de aangevallen uitspraak is al bepaald dat het Uwv het in beroep betaalde griffierecht diende te vergoeden.






BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep



- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 934,-;
- bepaalt dat het Uwv het door appellant in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 143,- vergoedt.



Deze uitspraak is gedaan door E.J.J.M. Weyers, in tegenwoordigheid van S.P.A. Elzer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 februari 2026.




(getekend) E.J.J.M. Weyers





(getekend) S.P.A. Elzer