Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2025:579

2025-04-01 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 23/1218 PW-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2025-04-01
Publicatiedatum
2025-04-16
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
23/1218 PW-PV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Intrekking bijstand na opschorting en herziening en terugvordering. Geen procesbelang. Het college heeft de Raad laten weten dat een schikking is bereikt met betrekking tot het geschil. Daarom heeft appellante geen procesbelang meer bij een behandeling van het hoger beroep.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.467 tekens)
231218 PW-PV, 23/1219 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 maart 2023, 22/2593 en 22/3594 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (appellant)



het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom (college)




Datum uitspraak: 1 april 2025



Zitting heeft: O.L.H.W.I. Korte
Griffier: A.M.J. van Erkel



De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 1 april 2025. Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.



Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.



Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet. Na een eerdere opschorting van het recht op bijstand heeft het college met een besluit van 6 oktober 2021 (besluit 1) de algemene en bijzondere bijstand ingetrokken met ingang van 16 augustus 2021 omdat appellant het verzuim na de opschorting niet heeft hersteld. Met een ander besluit van 6 oktober 2021 (besluit 2) heeft het college de bijstand van appellant over de periode van 12 januari 2021 tot en met 31 juli 2021 herzien. Met een besluit van 21 oktober 2021 (besluit 3) heeft het college de gemaakte kosten van bijstand van appellant over de periode van 12 januari 2021 tot en met 31 juli 2021 teruggevorderd tot een bedrag van € 1.057,38.



Met een besluit van 6 april 2022 (bestreden besluit 1) heeft het college het bezwaar tegen besluit 1 ongegrond verklaard. Met een ander besluit van 6 april 2022 (bestreden besluit 2) heeft het college het bezwaar tegen besluiten 2 en 3 gedeeltelijk gegrond verklaard en de periode van herziening aangepast naar 1 maart 2021 tot en met 31 juli 2021 en de terugvordering verlaagd naar € 586,68.



De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak de beroepen tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard.



De Raad heeft partijen schriftelijk voorgehouden hoe hij het geschil vooralsnog ziet en partijen in overweging gegeven om in onderling overleg een oplossing te vinden voor hun geschil.



Het college heeft de Raad met een brief van 12 september 2024 ingelicht dat er een schikking is bereikt met appellant met betrekking tot het geschil.



De gemachtigde van appellant heeft de Raad op 28 maart 2025 ingelicht dat wat het college naar voren heeft gebracht juist is en zij de Raad heeft verzocht de zaken schriftelijk af te handelen. Op 31 maart 2025 heeft de gemachtigde van appellant gemeld dat appellant geen procesbelang meer heeft bij de behandeling van het hoger beroep.



Gelet op wat appellant heeft meegedeeld komt de Raad tot de conclusie dat appellant geen procesbelang heeft bij een oordeel over het hoger beroep.




Waarvan proces-verbaal.



De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer



(getekend) A.M.J. van Erkel (getekend) O.L.H.W.I. Korte