Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2025:369
2025-03-12
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
23/2066 ZW-R
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- rectificatieBesluit ECLI:NL:CRVB:2025:369 → ECLI:NL:CRVB:2024:2423
Inhoudsindicatie
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 13 december 2024, 23/2066 ZW, ECLI:NL:CRVB:2024:2423. Zie ECLI:NL:CRVB:2024:2464 voor de gerectificeerde tekst.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.069 tekens)
23/2066 ZW-R
Datum uitspraak: 12 maart 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 13 december 2024, 23/2066 ZW
Partijen:
Sligro Food Group Nederland B.V. te Veghel (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft, na hier door mr. C.A. van der Steen, gemachtigde van appellante, op te zijn gewezen, geconstateerd dat zijn uitspraak van 13 december 2024 met het registratienummer 23/2066 ZW onjuistheden bevat. In overweging 6.2 van deze uitspraak staat dat de redelijke termijn met bijna vier maanden is overschreden. Dit moet een jaar en ruim drie maanden zijn. De schadevergoeding als gevolg van de overschrijding van de redelijke termijn is dan niet € 500,- maar € 1.500,-.
De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 25 januari 2025 aan partijen meegedeeld.
Appellante en het Uwv hebben niet gereageerd binnen de in de brief van 25 januari 2025 gestelde termijn van vier weken.
OVERWEGINGEN
De Raad wijzigt in de uitspraak 23/2066 ZW de rechtsoverweging 6.2 en de beslissing als volgt:
Voor het voorliggende geval betekent dit het volgende. Vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift door het Uwv op 2 oktober 2019 tot de datum van deze uitspraak is een periode van vijf jaar en bijna vier maanden verstreken. In dit geval bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de totale lengte van de procedure meer dan vier jaar mag bedragen. De redelijke termijn is dus met een jaar en bijna vier maanden overschreden.
Van een te lange behandelingsduur in de rechterlijke fase is geen sprake (geweest), aangezien de behandeling door de rechtbank en de Raad tezamen steeds minder dan drie en een half jaar heeft geduurd. De overschrijding komt dan ook in haar geheel voor rekening van het Uwv. De door appellante geleden immateriële schade wordt vastgesteld op een bedrag van € 1.500,-. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan appellante tot een bedrag van € 1.500,-.
BESLISSING
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt het Uwv tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 1.500,-;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 437,50.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 13 december 2024 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2025.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) M.D.F. de Moor
Datum uitspraak: 12 maart 2025
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 13 december 2024, 23/2066 ZW
Partijen:
Sligro Food Group Nederland B.V. te Veghel (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
PROCESVERLOOP
De Raad heeft, na hier door mr. C.A. van der Steen, gemachtigde van appellante, op te zijn gewezen, geconstateerd dat zijn uitspraak van 13 december 2024 met het registratienummer 23/2066 ZW onjuistheden bevat. In overweging 6.2 van deze uitspraak staat dat de redelijke termijn met bijna vier maanden is overschreden. Dit moet een jaar en ruim drie maanden zijn. De schadevergoeding als gevolg van de overschrijding van de redelijke termijn is dan niet € 500,- maar € 1.500,-.
De Raad heeft daarom aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is bij brief van 25 januari 2025 aan partijen meegedeeld.
Appellante en het Uwv hebben niet gereageerd binnen de in de brief van 25 januari 2025 gestelde termijn van vier weken.
OVERWEGINGEN
De Raad wijzigt in de uitspraak 23/2066 ZW de rechtsoverweging 6.2 en de beslissing als volgt:
Voor het voorliggende geval betekent dit het volgende. Vanaf de ontvangst van het bezwaarschrift door het Uwv op 2 oktober 2019 tot de datum van deze uitspraak is een periode van vijf jaar en bijna vier maanden verstreken. In dit geval bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de totale lengte van de procedure meer dan vier jaar mag bedragen. De redelijke termijn is dus met een jaar en bijna vier maanden overschreden.
Van een te lange behandelingsduur in de rechterlijke fase is geen sprake (geweest), aangezien de behandeling door de rechtbank en de Raad tezamen steeds minder dan drie en een half jaar heeft geduurd. De overschrijding komt dan ook in haar geheel voor rekening van het Uwv. De door appellante geleden immateriële schade wordt vastgesteld op een bedrag van € 1.500,-. Het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade aan appellante tot een bedrag van € 1.500,-.
BESLISSING
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt het Uwv tot betaling aan appellante van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 1.500,-;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 437,50.
BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 13 december 2024 als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gedaan door F.M. Rijnbeek, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2025.
(getekend) F.M. Rijnbeek
(getekend) M.D.F. de Moor