Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2025:1181

2025-08-06 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 24/713 WIA
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2025-08-06
Publicatiedatum
2025-08-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
24/713 WIA
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.782 tekens)
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer












Uitspraak als bedoeld in artikel 8:118 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 16 februari 2024, 23/960 (aangevallen uitspraak)







Partijen:



de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)




[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)








Datum uitspraak: 6 augustus 2025




PROCESVERLOOP


Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld.



Namens betrokkene heeft mr. B.G. Smouter, advocaat, een verweerschrift ingediend.



Het Uwv heeft het hoger beroep ingetrokken.



Betrokkene heeft vervolgens verzocht om veroordeling van het Uwv in de proceskosten.



Het Uwv heeft hiertegen geen verweer gevoerd.



De Raad heeft partijen laten weten dat hij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. Daarom heeft de Raad de zaak niet op een zitting behandeld en het onderzoek gesloten.





OVERWEGINGEN


Artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van de Awb kan worden veroordeeld in de proceskosten.



De Raad stelt vast dat het Uwv het hoger beroep heeft ingetrokken en dat betrokkene in verband met de behandeling van dit hoger beroep redelijkerwijs proceskosten heeft moeten maken.



De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 907,- voor verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van een verweerschrift, met een waarde per punt van € 907,-).





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 907,-.




Deze uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 augustus 2025.





(getekend) S.B. Smit-Colenbrander




(getekend) J.A. Achterberg