Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2023:933

2023-05-16 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 23 / 253 WAO-PV
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2023-05-16
Publicatiedatum
2023-05-17
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Herziening
Zaaknummer
23 / 253 WAO-PV
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek om herziening. Geen nieuwe feiten en omstandigheden.

Citeert (1)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (4.945 tekens)
23253 WAO-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 12 januari 2023, 21/5869 (aangevallen uitspraak) en het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 28 mei 2021, 20/990 WAO







Partijen:




[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)



de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)



Datum uitspraak: 24 april 2023



Zitting heeft: M.A.H. van Dalen-van Bekkum
Griffier: E.P.J.M. Claerhoudt



De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 24 april 2023. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep




bevestigt de aangevallen uitspraak;


wijst het verzoek om herziening af.





Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.




Wat aan het verzoek om herziening vooraf ging.




1.1.
De Raad heeft op 28 mei 2021, ECLI:NL:CRVB:2021:1259, uitspraak gedaan in een zaak van verzoeker. In die uitspraak is de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 maart 2020, 19/5713 bevestigd. Inhoudelijk ging het over een besluit van het Uwv waarin het bezwaar van verzoeker niet-ontvankelijk was verklaard, omdat het bezwaarschrift niet was gericht tegen een door het Uwv genomen besluit.



1.2.
Verzoeker heeft tegen de uitspraak van de Raad van 28 mei 2021 een verzoek om herziening ingediend bij de rechtbank Den Haag. Die rechtbank heeft zich bij uitspraak van 12 januari 2023 onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwezen naar de Raad. Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld. Hij is het niet eens met de onbevoegdverklaring van de rechtbank. Hij wil dat zijn argumenten inhoudelijk worden beoordeeld.



1.3.
Volgens de Raad heeft de rechtbank zich terecht onbevoegd verklaard om van het verzoek om herziening kennis te nemen. Een verzoek om herziening van een uitspraak van de Raad moet bij de Raad worden ingediend. De Raad heeft het verzoek om herziening van de uitspraak van 28 mei 2021 in behandeling genomen.



De gronden van het herzieningsverzoek



2. Ter onderbouwing van zijn herzieningsverzoek heeft verzoeker erop gewezen dat het dagloon dat in 1986 is vastgesteld ten behoeve van zijn WAO-uitkering onjuist is vastgesteld en dat hij gegevens nodig heeft vanuit de Antillen om dit te bewijzen. Ook wil verzoeker zijn belastingaangifte over 1985 laten herzien.



Hoe moet een verzoek om herziening worden getoetst?





3.1.
Het bijzondere rechtsmiddel van herziening is niet bedoeld om een hernieuwde discussie over de desbetreffende uitspraak te voeren of te openen, maar om een rechterlijke uitspraak die berust op een naderhand onjuist gebleken feitelijk uitgangspunt te herstellen.



3.2.
Dit kan alleen indien is voldaan aan de strikte, cumulatieve voorwaarden van artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Herziening van een uitspraak op grond van dat artikel is alleen mogelijk op grond van feiten en omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden als zij bij de bestuursrechter eerder bekend waren geweest.



Wat verzoeker aanvoert kan niet leiden tot herziening





4.1.
Zoals ter zitting besproken, heeft verzoeker geen feiten en omstandigheden als hiervoor bedoeld aangevoerd. Verzoeker wil in feite een hernieuwde discussie over de uitspraak van de Raad van 28 mei 2021. Verder wil hij over 1985 een nieuwe belastingaangifte doen. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het middel van herziening daar niet toe kan strekken.



Conclusie





4.2.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Het verzoek om herziening wordt afgewezen.



Waarvan proces-verbaal.



De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer







(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt (getekend) M.A.H. van Dalen-van Bekkum