Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2020:2861

2020-11-17 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 20/889 PW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2020-11-17
Publicatiedatum
2020-11-18
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
20/889 PW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Appellante heeft geen griffierecht betaald. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.093 tekens)
Datum uitspraak: 17 november 2020
20/889 PW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 januari 2020, 19/1547 (aangevallen uitspraak)








Partijen:




[appellante] te [woonplaats] (appellante)



het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam




PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. E. Kafa, advocaat, hoger beroep ingesteld.





OVERWEGINGEN


In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.



Bij brief van 14 maart 2020 is de gemachtigde van appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 131,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.



Bij aangetekende brief van 14 april 2020 is de gemachtigde van appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief dient te zijn bijgeschreven op de in die brief genoemde bankrekening dan wel contant moet zijn betaald op het bezoekadres van de Raad. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellante er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.



Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.



Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.



Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 november 2020.





(getekend) E.C.R. Schut




(getekend) P.A.M. Hulsdouw





Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.