Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2020:2827

2020-11-13 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 19/2350 AOW-V
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2020-11-13
Publicatiedatum
2020-11-16
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
19/2350 AOW-V
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. Geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellente niet in verzuim is geweest.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.824 tekens)
Datum uitspraak: 13 november 2020
19/2350 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 april 2019, 18/4187 (aangevallen uitspraak)








Partijen:




[appellante] te [woonplaats] (appellante)



de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)




PROCESVERLOOP


Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 15 januari 2020 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.



Appellante heeft verzet gedaan.



Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 2 oktober 2020. Partijen zijn niet verschenen.





OVERWEGINGEN


De uitspraak van de Raad van 15 januari 2020 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.



In het verzetschrift heeft appellante - voor zover hier van belang - te kennen gegeven dat zij het griffierecht heeft betaald en tijdig hoger beroep heeft ingesteld.



Appellante heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat zij niet in verzuim is geweest. In de financiële administratie van de Raad is geen door of namens appellante gedane betaling aangetroffen. Appellante heeft de gestelde betaling van het griffierecht niet met bewijsstukken onderbouwd.



Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.



Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van R.H. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 november 2020.





(getekend) C.H. Bangma





(getekend) R.H. Koopman



GdJ
DÉCISION



La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) déclare le recours non fondé.



Par conséquent, décidée par C.H. Bangma, en présence de R.H. Koopman en qualité de greffier. Ainsi que prononcée en public, 13 novembre 2020