Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2020:2446

2020-09-29 Bestuursrecht 20/1269 PW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2020-09-29
Publicatiedatum
2020-10-12
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
20/1269 PW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Geen bijzondere omstandigheden voor bijstand met terugwerkende kracht.

Citeert (2)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.764 tekens)
201269 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer



Datum uitspraak: 29 september 2020











Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 februari 2020, 19/5011 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[Appellant 1] en [Appellant 2] te [woonplaats] (appellanten)



het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)




Zitting heeft: J.N.A. Bootsma
Griffier: T. Ali



De zaak is behandeld op de zitting van 29 september 2020. Appellant is verschenen bijgestaan door mr. M. el Idrissi. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.E. van Dijk.





BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Dit betekent dat er geen reden is om de aanvraag van 18 februari 2019 met een verdere terugwerkende kracht dan tot 1 januari 2019 toe te kennen.



Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar en gebaseerd op de volgende overwegingen.



Bij besluit van 21 maart 2019, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 21 augustus 2019, heeft het college de aanvraag om bijstand van 18 februari 2019 met ingang van die datum toegewezen.



Nadat het college zelf had geconcludeerd dat er bijzondere omstandigheden waren om de bijstand vanaf 1 januari 2019 toe te kennen, heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en de ingangsdatum van de bijstand bepaald op 1 januari 2019.



De rechtbank heeft, met verwijzing naar de toepasselijke vaste rechtspraak (uitspraak van 28 oktober 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG1808), terecht geoordeeld dat het feit dat appellanten de vanaf 1 februari 2018 ontvangen WW-uitkering moeten terugbetalen, geen reden is om met terugwerkende kracht tot 1 februari 2018 bijstand toe te kennen. Zie ook de uitspraak van 10 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3940. Feitelijk hebben appellanten namelijk vanaf 1 februari 2018 de WW-uitkering kunnen gebruiken voor de kosten van levensonderhoud en zij hebben dat ook gedaan. Dat zij nu een schuld hebben en stellen de WW-uitkering te goeder trouw te hebben aangevraagd, brengt hierin geen verandering.



Het hoger beroep slaagt niet. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Waarvan proces-verbaal,




De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer





(getekend) T. Ali (getekend) J.N.A. Bootsma