Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2019:709

2019-03-05 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 17/7250 PW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2019-03-05
Publicatiedatum
2019-03-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
17/7250 PW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet ontvankelijk. Geen belang meer bij beoordeling van de weigering van bijzondere bijstand voor een laptop in verband met het volgen van een opleiding. Appellant is niet toegelaten tot de opleiding. Wat appellant nastreeft kan hij niet meer bereiken.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (5.634 tekens)
177250 PW


Datum uitspraak: 5 maart 2019



Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer











Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 5 oktober 2017, 17/2114 (aangevallen uitspraak)







Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (appellant)



het college van burgemeester en wethouders van Tilburg (college)




PROCESVERLOOP



Namens appellant heeft mr. M.J.M. van Rijsewijk, advocaat, hoger beroep ingesteld en een nader stuk ingediend.



Het college heeft een verweerschrift en nadere stukken ingediend.



Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 januari 2019. Namens appellant is
mr. van Rijsewijk verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door
R. Onwijn.





OVERWEGINGEN


1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.



1.1.
Appellant heeft op 26 oktober 2016 een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand ingevolge de Participatiewet (PW) voor de kosten van de aanschaf van onder meer een computer of een laptop. Hij heeft de aanvraag toegelicht met de mededeling dat hij een computer of een laptop nodig heeft voor het volgen van de door hem gewenste opleiding aan het [naam college] .



1.2.
Bij besluit van 15 november 2016, na bezwaar gehandhaafd bij het besluit van 9 februari 2017 (bestreden besluit), heeft het college, voor zover hier van belang, de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een laptop afgewezen. Aan het bestreden besluit heeft het college ten grondslag gelegd dat de aanschaf van een laptop niet noodzakelijk is voor het volgen van de door appellant gewenste opleiding. Appellant kan gebruik maken van een computer in de [mediatheek] aldaar of van computer- en internetfaciliteiten in één van de bibliotheken in [gemeente] .

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.

3. In hoger beroep heeft appellant zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft aangevoerd dat de kosten van de aanschaf van een computer of laptop wel noodzakelijk zijn. Hij heeft zijn standpunt als volgt toegelicht. Omdat hij bij het [naam college] niet was geslaagd voor het toelatingsexamen, moest hij van opleidingsinstituut wisselen. Hij heeft inmiddels voor een andere opleiding gekozen aan een ander opleidingsinstituut, [opleidingsinstituut] , en zal daarmee medio 2019 beginnen. Ook voor het volgen van die opleiding heeft hij, gelet op het programma bij dat opleidingsinstituut, een computer of een laptop nodig. Hij wenst daarom nu bijzondere bijstand voor de aanschaf daarvan ten behoeve van het volgen van de nu door hem gewenste opleiding.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.



4.1.
Gelet op wat appellant in hoger beroep heeft aangevoerd ziet de Raad zich allereerst gesteld voor de vraag of appellant voldoende procesbelang heeft bij een beoordeling van zijn hoger beroep. Van de aanwezigheid van (voldoende) procesbelang dient te worden uitgegaan als het resultaat dat de indiener van het beroepschrift met het indienen van het beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt.



4.2.
Het bestreden besluit betreft de aanvraag van bijzondere bijstand ten behoeve van het volgen van een opleiding aan het [naam college] . Vaststaat dat appellant daartoe uiteindelijk niet is toegelaten, zodat hij met die opleiding geen aanvang heeft kunnen maken. Wat appellant met de aanvraag van bijzondere bijstand voor de aanschaf van een computer of laptop heeft nagestreefd, te weten het kunnen volgen van de door hem beoogde opleiding aan het [naam college] , kan hij daarom feitelijk niet bereiken. Bij een beoordeling van de aangevallen uitspraak, waarbij de afwijzing van die aanvraag bij het bestreden besluit in stand is gelaten, heeft appellant daarom geen belang meer.



4.3.
De omstandigheid dat appellant inmiddels heeft gekozen voor een andere opleiding, voor het volgen waarvan volgens hem eveneens de aanschaf van een computer of een laptop noodzakelijk is, doet aan het voorgaande niet af. Het betreft immers een andere opleiding bij een ander opleidingsinstituut met een andere aanvangsdatum, dan die, welke aan de orde was bij de onderhavige aanvraag. Appellant zal voor de kosten van de aanschaf van een computer of laptop ten behoeve van het volgen van de nu door hem gewenste opleiding een afzonderlijke aanvraag bij het college moeten indienen.



4.4.
Wat onder 4.2 en 4.3 is overwogen betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.






BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door F. Hoogendijk als voorzitter en Y.J. Klik en J.L. Boxum als leden, in tegenwoordigheid van P.B. van Onzenoort als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2019.





(getekend) F. Hoogendijk





(getekend) P.B. van Onzenoort





JL