Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2018:1723

2018-06-12 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 16/3745 ZVW-V
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2018-06-12
Publicatiedatum
2018-06-12
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Verzet
Zaaknummer
16/3745 ZVW-V
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond. De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (2.641 tekens)
Datum uitspraak: 12 juni 2018
16/3745 ZVW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer











Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 25 april 2016, 15/4993 (aangevallen uitspraak)








Partijen:




[appellant] te [woonplaats] (appellant)


CAK



PROCESVERLOOP


Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 27 september 2017 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.



Appellant heeft verzet gedaan.



Het verzet is behandeld ter zitting van 1 mei 2018, waar appellant is verschenen. CAK heeft zich niet laten vertegenwoordigen.





OVERWEGINGEN


De uitspraak van de Raad van 27 september 2017 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 18 juli 2016 gestelde termijn is betaald, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.



Ter zitting heeft appellant aangevoerd dat hij het griffierecht niet heeft betaald aangezien hij ziek is geweest en in het ziekenhuis was opgenomen.



De Raad is van oordeel dat appellant in verzet geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. Appellant heeft twee keer een termijn van vier weken gehad om het griffierecht te voldoen. Niet is gebleken dat appellant deze gehele periode buiten staat is geweest het griffierecht te voldoen. Appellant heeft dit ter zitting ook erkend.



Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.



Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.






BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van N.L. Kuipers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2018.





(getekend) H.C.P. Venema





(getekend) N.L. Kuipers






IJ