Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2017:210

2017-01-20 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 16-2172 AOW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2017-01-20
Publicatiedatum
2017-01-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
16-2172 AOW
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep, aangezien appellant geen gronden heeft aangevoerd tegen het bestreden besluit.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.244 tekens)
16/2172 AOW

Datum uitspraak: 20 januari 2017


Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer









Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
23 februari 2016, 15/6482 (aangevallen uitspraak)





Partijen:


[appellant] te [woonplaats] Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank heeft dit beroepschrift op 5 april 2016 doorgezonden aan de Raad.

De Svb heeft een reactie op dit hoger beroepschrift ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2016. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Oudenes.


OVERWEGINGEN

1. Met een formulier, gedateerd 13 april 2015, heeft appellant opnieuw verzocht toegelaten te worden tot de vrijwillige verzekering voor de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW). In een besluit van 16 juni 2015 heeft de Svb deze aanvraag afgewezen, onder verwijzing naar de afwijzende beslissing van 17 januari 2012 op een eerdere aanvraag van appellant. Met een besluit van 15 september 2015 (bestreden besluit) is het besluit van 16 juni 2015 in stand gelaten.

2. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat appellant geen gronden heeft aangevoerd die zich richten tegen het bestreden besluit.

3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij toegelaten wil worden tot de vrijwillige verzekering AOW/ANW en bereid is de daarvoor noodzakelijke premies te betalen.

4. Ter beoordeling ligt voor de vraag of de rechtbank op goede gronden het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het ontbreken van gronden die zich richten tegen het bestreden besluit, zoals bedoeld in artikel 6:5, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht. Er bestaat op dit punt geen reden tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. De brief van 1 oktober 2015 waarmee appellant beroep heeft ingesteld bevat geen gronden. In de brief van 25 oktober 2015, een reactie op het verzoek van de rechtbank de gronden tegen het bestreden besluit aan te voeren, wordt door appellant slechts gesproken over een besluit 14 augustus 2014 van de Svb dat betrekking had op de Algemene Kinderbijslagwet. Er bevinden zich geen brieven in het dossier waarin appellant een grond aanvoert tegen de weigering hem toe te laten tot de vrijwillige verzekering AOW/ANW. Nu appellant geen gronden heeft aangevoerd tegen het bestreden besluit, heeft de rechtbank appellant terecht niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.

5. Er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.





BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door P. Vrolijk, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2017.



(getekend) P. Vrolijk



(getekend) G.J. van Gendt


UM