Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2012:BW1513
2012-04-11
Bestuursrecht
11-2169 WAO
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Toekenning WAO-uitkering, gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Het medisch onderzoek heeft op zorgvuldige wijze plaatsgevonden. De concrete beperkingen zijn volledig en op juiste wijze overgenomen in de aangepaste FML. De door appellant overgelegde stukken in hoger beroep geven geen aanleiding voor een ander oordeel. Er is geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige. Het GAF-systeem is bedoeld om in het kader van een behandeling enig handvat te geven voor beoordeling van het beloop daarvan; het is niet bedoeld om daarmee beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren vast te leggen. De functies die appellant zijn voorgehouden zijn voor hem geschikt.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (24)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:11287 Rechtbank Den Haag 29-06-2023
- ECLI:NL:CRVB:2020:902 Centrale Raad van Beroep 08-04-2020
- ECLI:NL:CRVB:2019:1459 Centrale Raad van Beroep 01-05-2019
- ECLI:NL:RBDHA:2017:14942 Rechtbank Den Haag 19-12-2017
- ECLI:NL:CRVB:2017:3910 Centrale Raad van Beroep 10-11-2017
- ECLI:NL:RBDHA:2017:8178 Rechtbank Den Haag 13-07-2017
- ECLI:NL:CRVB:2016:4277 Centrale Raad van Beroep 09-11-2016
- ECLI:NL:CRVB:2016:3157 Centrale Raad van Beroep 19-08-2016
- ECLI:NL:CRVB:2016:2443 Centrale Raad van Beroep 23-06-2016
- ECLI:NL:RBDHA:2016:4409 Rechtbank Den Haag 22-04-2016
- ECLI:NL:CRVB:2015:4987 Centrale Raad van Beroep 21-12-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:4499 Centrale Raad van Beroep 11-12-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:3800 Centrale Raad van Beroep 26-10-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:3280 Centrale Raad van Beroep 18-09-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:2918 Centrale Raad van Beroep 28-08-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:1369 Centrale Raad van Beroep 29-04-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:1032 Centrale Raad van Beroep 03-04-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:1148 Centrale Raad van Beroep 27-03-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:393 Centrale Raad van Beroep 13-02-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:296 Centrale Raad van Beroep 28-01-2015
- ECLI:NL:CRVB:2015:115 Centrale Raad van Beroep 23-01-2015
- ECLI:NL:CRVB:2014:3542 Centrale Raad van Beroep 31-10-2014
- ECLI:NL:CRVB:2014:1343 Centrale Raad van Beroep 23-04-2014
- ECLI:NL:CRVB:2014:1032 Centrale Raad van Beroep 26-03-2014
Volledige tekst
Volledige tekst (5.015 tekens)
11/2169 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 3 maart 2011, 10/722 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 11 april 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.A.M. Broos, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 februari 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Broos. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. de Jong.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 26 februari 2010 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, appellant met ingang van 12 april 2007 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit van 26 februari 2010 ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat uit de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts L.J. Zwemer in voldoende mate blijkt dat het medisch onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden nu zij zich bij het vastleggen van de psychische belastbaarheid van appellant heeft gebaseerd op de rapportages van psychiater B.M. Klop-de Vries van 21 augustus 2008 en 24 september 2009 en de door haar aangegeven concrete beperkingen volledig en op juiste wijze heeft overgenomen in de aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 15 oktober 2009. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de functies die appellant zijn voorgehouden voor hem geschikt zijn.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij meer beperkingen ondervindt dan door het Uwv is aangenomen en dat hij per 12 april 2007 volledig arbeidsongeschikt is. Ter toelichting van zijn standpunt heeft hij een aantal stukken afkomstig van medisch en paramedisch behandelaars overgelegd. Het Uwv ziet in hetgeen in hoger beroep is aangevoerd geen aanleiding zijn standpunt te herzien.
4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt zich achter de overwegingen die daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag zijn gelegd.
Naar aanleiding van de van de kant van appellant in hoger beroep overgelegde stukken merkt de Raad nog het volgende op.
4.3. De rapportage van de medisch adviseur M.A. Peerden van 28 mei 2010 bevat met betrekking tot de lichamelijke klachten van appellant geen nieuwe informatie. Met betrekking tot de psychische klachten van appellant is het rapport weinig stellig en biedt het onvoldoende aanknopingspunten om twijfel op te roepen aan de psychiatrische rapportages van Klop-de Vries. De Raad ziet dan ook geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige zoals door appellant verzocht.
4.4. Hetgeen appellant heeft aangevoerd met betrekking tot het belang van de GAF-score onderschrijft de Raad niet. Het GAF-systeem is bedoeld om in het kader van een behandeling enig handvat te geven voor beoordeling van het beloop daarvan; het is niet bedoeld om daarmee beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren vast te leggen.
4.5. De brief van de anesthesioloog dr. E.W. van den Bosch van 6 juni 2011, vergezeld van verslaggeving aan de huisarts van appellant, betreft pijnbestrijding van rugklachten. Deze informatie is deels reeds in een eerder stadium van de procedure overgelegd en meegenomen in de beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts, en voor zover deze ziet op het plaatsen van een neurostimulator in 2009, niet relevant voor de in dit geding van belang zijnde datum 12 april 2007.
4.6. In de brieven van de oefentherapeut-Mensendieck A. Amsterdam van 17 juni 2011 en van de psychotherapeut i.o. B.M. Eijsvoogel van 11 mei 2011 wordt geen informatie verstrekt die betrekking heeft op de situatie van appellant op de in geding zijnde datum.
4.7. Het hoger beroep van appellant treft geen doel. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en B.M. van Dun en B. Barentsen als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 april 2012.
(get.) J. Brand.
(get.) G.J. van Gendt.
JL
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 3 maart 2011, 10/722 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 11 april 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.A.M. Broos, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 februari 2012. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Broos. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. de Jong.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 26 februari 2010 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, appellant met ingang van 12 april 2007 in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), gebaseerd op een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit van 26 februari 2010 ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Daarbij heeft de rechtbank overwogen dat uit de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts L.J. Zwemer in voldoende mate blijkt dat het medisch onderzoek op zorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden nu zij zich bij het vastleggen van de psychische belastbaarheid van appellant heeft gebaseerd op de rapportages van psychiater B.M. Klop-de Vries van 21 augustus 2008 en 24 september 2009 en de door haar aangegeven concrete beperkingen volledig en op juiste wijze heeft overgenomen in de aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 15 oktober 2009. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de functies die appellant zijn voorgehouden voor hem geschikt zijn.
3. In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij meer beperkingen ondervindt dan door het Uwv is aangenomen en dat hij per 12 april 2007 volledig arbeidsongeschikt is. Ter toelichting van zijn standpunt heeft hij een aantal stukken afkomstig van medisch en paramedisch behandelaars overgelegd. Het Uwv ziet in hetgeen in hoger beroep is aangevoerd geen aanleiding zijn standpunt te herzien.
4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.2. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en stelt zich achter de overwegingen die daaraan in de aangevallen uitspraak ten grondslag zijn gelegd.
Naar aanleiding van de van de kant van appellant in hoger beroep overgelegde stukken merkt de Raad nog het volgende op.
4.3. De rapportage van de medisch adviseur M.A. Peerden van 28 mei 2010 bevat met betrekking tot de lichamelijke klachten van appellant geen nieuwe informatie. Met betrekking tot de psychische klachten van appellant is het rapport weinig stellig en biedt het onvoldoende aanknopingspunten om twijfel op te roepen aan de psychiatrische rapportages van Klop-de Vries. De Raad ziet dan ook geen aanleiding voor het benoemen van een onafhankelijk deskundige zoals door appellant verzocht.
4.4. Hetgeen appellant heeft aangevoerd met betrekking tot het belang van de GAF-score onderschrijft de Raad niet. Het GAF-systeem is bedoeld om in het kader van een behandeling enig handvat te geven voor beoordeling van het beloop daarvan; het is niet bedoeld om daarmee beperkingen in sociaal of beroepsmatig functioneren vast te leggen.
4.5. De brief van de anesthesioloog dr. E.W. van den Bosch van 6 juni 2011, vergezeld van verslaggeving aan de huisarts van appellant, betreft pijnbestrijding van rugklachten. Deze informatie is deels reeds in een eerder stadium van de procedure overgelegd en meegenomen in de beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts, en voor zover deze ziet op het plaatsen van een neurostimulator in 2009, niet relevant voor de in dit geding van belang zijnde datum 12 april 2007.
4.6. In de brieven van de oefentherapeut-Mensendieck A. Amsterdam van 17 juni 2011 en van de psychotherapeut i.o. B.M. Eijsvoogel van 11 mei 2011 wordt geen informatie verstrekt die betrekking heeft op de situatie van appellant op de in geding zijnde datum.
4.7. Het hoger beroep van appellant treft geen doel. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Brand als voorzitter en B.M. van Dun en B. Barentsen als leden, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 april 2012.
(get.) J. Brand.
(get.) G.J. van Gendt.
JL