Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Centrale Raad van Beroep

ECLI:NL:CRVB:2007:BA3492

2007-04-18 Bestuursrecht 06-2073 WAO
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2007-04-18
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Hoger beroep
Zaaknummer
06-2073 WAO
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verzoek om herziening uitspraak afgewezen.Geen nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in Awb.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.385 tekens)
06/2073 WAO






Centrale Raad van Beroep


Meervoudige kamer


U I T S P R A A K







met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van :

[verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),

om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 februari 2006, 03/6586 WAO,

in het geding tussen:

verzoekster

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).



Datum uitspraak: 18 april 2007


I. PROCESVERLOOP

Verzoekster heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 februari 2006, 03/6585.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 januari 2007. Verzoekster is in persoon verschenen, vergezeld van S. Baldemir. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. van Wijngaarden.


II. OVERWEGINGEN


Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.


In de uitspraak van 24 februari 2006 heeft de Raad overwogen dat verzoekster een verzoek om terug te komen van een rechtens onaantastbaar geworden besluit heeft ingediend en dat het Uwv dit verzoek op grond van artikel 4:6 van de Awb heeft mogen afwijzen.

Verzoekster heeft in haar verzoek gesteld dat de Raad in de aangevallen uitspraak een aantal feiten niet juist heeft vastgesteld, heeft verzuimd zijn eigen jurisprudentie toe te passen en voorbij is gegaan aan een aantal artikelen van de Awb.

Zoals de Raad reeds eerder heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN: AN 7982 is het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb juncto artikel 21 van de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen, nu gesteld noch gebleken is dat namens verzoekster enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in de genoemde bepaling van de Awb, naar voren is gebracht.

Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Wijst het verzoek om herziening af.


Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning als voorzitter en M.C.M. van Laar en E. Dijt als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.J. Janssen als griffier, uitgesproken in het openbaar op18 april 2007.


(get.) M.C. Bruning.


(get.) J.J. Janssen.


JL