Centrale Raad van Beroep
ECLI:NL:CRVB:2005:AS3516
2005-01-13
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
02/4921 AW
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om herziening. Rechtsmiddel herziening is niet gegeven om een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (30)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:3991 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 11-05-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2026:200 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19-01-2026
- ECLI:NL:RBZWB:2024:8802 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19-12-2024
- ECLI:NL:CRVB:2024:1949 Centrale Raad van Beroep 10-10-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2024:6484 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 20-09-2024
- ECLI:NL:RBZWB:2023:3724 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 01-06-2023
- ECLI:NL:CRVB:2023:465 Centrale Raad van Beroep 14-03-2023
- ECLI:NL:CRVB:2022:1576 Centrale Raad van Beroep 04-07-2022
- ECLI:NL:RBZWB:2022:2670 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16-05-2022
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2073 Gerechtshof Den Haag 21-10-2021
- ECLI:NL:GHDHA:2021:2072 Gerechtshof Den Haag 21-10-2021
- ECLI:NL:CRVB:2020:2524 Centrale Raad van Beroep 19-10-2020
- ECLI:NL:CRVB:2020:2056 Centrale Raad van Beroep 01-09-2020
- ECLI:NL:CRVB:2018:3555 Centrale Raad van Beroep 08-11-2018
- ECLI:NL:CRVB:2018:2791 Centrale Raad van Beroep 11-09-2018
- ECLI:NL:CRVB:2018:2696 Centrale Raad van Beroep 14-08-2018
- ECLI:NL:CRVB:2017:339 Centrale Raad van Beroep 31-01-2017
- ECLI:NL:CRVB:2017:77 Centrale Raad van Beroep 10-01-2017
- ECLI:NL:CRVB:2016:5143 Centrale Raad van Beroep 27-12-2016
- ECLI:NL:CRVB:2016:4482 Centrale Raad van Beroep 22-11-2016
- ECLI:NL:CRVB:2016:4236 Centrale Raad van Beroep 08-11-2016
- ECLI:NL:CRVB:2016:3214 Centrale Raad van Beroep 29-08-2016
- ECLI:NL:CRVB:2016:2732 Centrale Raad van Beroep 19-07-2016
- ECLI:NL:CRVB:2016:1222 Centrale Raad van Beroep 05-04-2016
- ECLI:NL:CRVB:2015:971 Centrale Raad van Beroep 31-03-2015
- ECLI:NL:CRVB:2014:2641 Centrale Raad van Beroep 05-08-2014
- ECLI:NL:CRVB:2014:2634 Centrale Raad van Beroep 05-08-2014
- ECLI:NL:CRVB:2014:2643 Centrale Raad van Beroep 05-08-2014
- ECLI:NL:CRVB:2014:2642 Centrale Raad van Beroep 05-08-2014
- ECLI:NL:CRVB:2013:2634 Centrale Raad van Beroep 03-12-2013
Volledige tekst
Volledige tekst (4.523 tekens)
02/4921 AW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht, op het verzoek van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,
om herziening van de uitspraak van de Raad van 14 februari 2002, nrs. 98/1900 MAW en 98/2837 MAW.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Verzoeker heeft bij faxschrijven van 18 september 2002, nader aangevuld bij faxschrijven van 18 januari 2003, verzocht om herziening van bovenvermelde uitspraak, naar welke uitspraak hierbij wordt verwezen.
Namens de Commandant Nationaal Commando, rechtsopvolger van de in de uitspraak van 14 februari 2002 als gedaagde aangeduide Commandant 785 Electronische Centrale Werkplaats, is bij brief van 9 december 2002 op het verzoek om herziening gereageerd.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 3 december 2004, waar verzoeker in persoon is verschenen en waar namens de rechtsopvolger van de Commandant Nationaal Commando, de Commandant Operationeel Commando, is verschenen mr. M.A. Suwout, werkzaam bij het Ministerie van Defensie.
II. MOTIVERING
1. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak van 14 februari 2002 heeft de Raad, met vernietiging van de aangevallen uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 2 maart 1998, nr. AWB 96/4046 MAWKLA, (onder meer) geoordeeld dat de Commandant 785 Electronische Centrale Werkplaats ten tijde van de toekenning van de (beperkte) schadevergoeding na de intrekking van een reeds verleende toestemming om op vakantie te gaan, bevoegd was daarover een besluit te nemen en voorts dat het besluit tot vergoeding van uitsluitend de feitelijk gemaakte kosten in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 33, zevende lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
3. In zijn verzoek om herziening heeft verzoeker aangegeven het niet eens te zijn met de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd. Bij verzoeker is twijfel ontstaan aan de bevoegdheid van de functionaris die indertijd heeft beslist om zijn verlof in te trekken en aan de bevoegdheid van het desbetreffende bestuursorgaan om schade te vergoeden ten tijde van de indiening van zijn declaraties. Verzoeker heeft zijn vertrouwen in gedaagde verloren en heeft inmiddels de dienst verlaten. Als gevolg daarvan heeft hij schade geleden en lijdt hij die nog steeds. Hij wenst dat deze schade door gedaagde wordt vergoed.
4. De Raad overweegt dat de door verzoeker aangevoerde argumenten niet kunnen slagen omdat niet is voldaan aan het in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb neergelegde vereiste dat sprake is van feiten en omstandigheden die bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn. Verzoeker heeft geen feiten en omstandigheden genoemd die niet reeds in de oorspronkelijke procedure aan de orde zijn gesteld dan wel konden worden gesteld. De Raad wijst verzoeker er voorts op dat volgens vaste rechtspraak het bijzondere rechts-middel van herziening niet is gegeven om - eventueel op basis van andere argumenten - een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
5. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Aldus gegeven door mr. G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en mr. J.Th. Wolleswinkel en mr. K. Zeilemaker als leden, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2005.
(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.
(get.) E. Blijleven-de Vries.
HD
30.12
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht, op het verzoek van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats], verzoeker,
om herziening van de uitspraak van de Raad van 14 februari 2002, nrs. 98/1900 MAW en 98/2837 MAW.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Verzoeker heeft bij faxschrijven van 18 september 2002, nader aangevuld bij faxschrijven van 18 januari 2003, verzocht om herziening van bovenvermelde uitspraak, naar welke uitspraak hierbij wordt verwezen.
Namens de Commandant Nationaal Commando, rechtsopvolger van de in de uitspraak van 14 februari 2002 als gedaagde aangeduide Commandant 785 Electronische Centrale Werkplaats, is bij brief van 9 december 2002 op het verzoek om herziening gereageerd.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 3 december 2004, waar verzoeker in persoon is verschenen en waar namens de rechtsopvolger van de Commandant Nationaal Commando, de Commandant Operationeel Commando, is verschenen mr. M.A. Suwout, werkzaam bij het Ministerie van Defensie.
II. MOTIVERING
1. Ingevolge artikel 8:88 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de uitspraak van 14 februari 2002 heeft de Raad, met vernietiging van de aangevallen uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 2 maart 1998, nr. AWB 96/4046 MAWKLA, (onder meer) geoordeeld dat de Commandant 785 Electronische Centrale Werkplaats ten tijde van de toekenning van de (beperkte) schadevergoeding na de intrekking van een reeds verleende toestemming om op vakantie te gaan, bevoegd was daarover een besluit te nemen en voorts dat het besluit tot vergoeding van uitsluitend de feitelijk gemaakte kosten in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 33, zevende lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
3. In zijn verzoek om herziening heeft verzoeker aangegeven het niet eens te zijn met de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd. Bij verzoeker is twijfel ontstaan aan de bevoegdheid van de functionaris die indertijd heeft beslist om zijn verlof in te trekken en aan de bevoegdheid van het desbetreffende bestuursorgaan om schade te vergoeden ten tijde van de indiening van zijn declaraties. Verzoeker heeft zijn vertrouwen in gedaagde verloren en heeft inmiddels de dienst verlaten. Als gevolg daarvan heeft hij schade geleden en lijdt hij die nog steeds. Hij wenst dat deze schade door gedaagde wordt vergoed.
4. De Raad overweegt dat de door verzoeker aangevoerde argumenten niet kunnen slagen omdat niet is voldaan aan het in artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder b, van de Awb neergelegde vereiste dat sprake is van feiten en omstandigheden die bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn. Verzoeker heeft geen feiten en omstandigheden genoemd die niet reeds in de oorspronkelijke procedure aan de orde zijn gesteld dan wel konden worden gesteld. De Raad wijst verzoeker er voorts op dat volgens vaste rechtspraak het bijzondere rechts-middel van herziening niet is gegeven om - eventueel op basis van andere argumenten - een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
5. Het verzoek om herziening dient dan ook te worden afgewezen. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Aldus gegeven door mr. G.P.A.M. Garvelink-Jonkers als voorzitter en mr. J.Th. Wolleswinkel en mr. K. Zeilemaker als leden, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2005.
(get.) G.P.A.M. Garvelink-Jonkers.
(get.) E. Blijleven-de Vries.
HD
30.12