College van Beroep voor het bedrijfsleven
ECLI:NL:CBB:2026:231
2026-05-07
Bestuursrecht
25/546
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Mondelinge uitspraak. Last onder dwangsom. Zonder vergunning taxivervoer aanbieden op de Amsterdamse opstapmarkt. Beroep ongegrond.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CBB:2023:736 College van Beroep voor het bedrijfsleven 19-12-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (2.230 tekens)
proces-verbaal uitspraak
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/546
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026
Voorzitter: mr. D. Brugman
Griffier: A.T.C. Verhoeve
Partijen
[naam] , te [woonplaats] , waarvoor aanwezig is mr. M.L. Koper
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college van b en w), vertegenwoordigd door mr. M. ten Doesschate
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Naar het oordeel van het College staat vast dat [naam] artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 heeft overtreden. Het College neemt daarbij het op ambtseed opgemaakt en ondertekend rapport van de toezichthouder als uitgangspunt. Volgens de rechtspraak van het College mag in beginsel worden afgaan op de juistheid van een dergelijk rapport. Het College heeft geen aanleiding om twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouder.
2 [naam] heeft, nadat hij door de toezichthouder is aangesproken, via de app Dispatch een opdracht voor een taxirit ontvangen. [naam] heeft verklaard dat hij die opdracht eerder via een telefoongesprek heeft gekregen, maar hij heeft daar geen bewijs van geleverd. Het College kan er daarom niet van uitgaan dat het is gegaan zoals [naam] heeft verklaard.
3 De opgelegde last onder dwangsom (€ 5.550,- per nieuwe overtreding, met een maximum van € 27.750,-) is in overeenstemming met het beleid van de gemeente. Het College ziet geen reden waarom dat beleid onredelijk is. In wat [naam] heeft aangevoerd ziet het College verder onvoldoende concrete aanknopingspunten om te oordelen dat het bedrag van de last onder dwangsom in dit geval te hoog is.
4 Het college van b en w hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. D. Brugman w.g. A.T.C. Verhoeve
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 19 december 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:736, onder 4.2).
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
zaaknummer: 25/546
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 mei 2026
Voorzitter: mr. D. Brugman
Griffier: A.T.C. Verhoeve
Partijen
[naam] , te [woonplaats] , waarvoor aanwezig is mr. M.L. Koper
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college van b en w), vertegenwoordigd door mr. M. ten Doesschate
Beslissing
Het College verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Naar het oordeel van het College staat vast dat [naam] artikel 2.3, eerste lid, van de Taxiverordening Amsterdam 2012 heeft overtreden. Het College neemt daarbij het op ambtseed opgemaakt en ondertekend rapport van de toezichthouder als uitgangspunt. Volgens de rechtspraak van het College mag in beginsel worden afgaan op de juistheid van een dergelijk rapport. Het College heeft geen aanleiding om twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouder.
2 [naam] heeft, nadat hij door de toezichthouder is aangesproken, via de app Dispatch een opdracht voor een taxirit ontvangen. [naam] heeft verklaard dat hij die opdracht eerder via een telefoongesprek heeft gekregen, maar hij heeft daar geen bewijs van geleverd. Het College kan er daarom niet van uitgaan dat het is gegaan zoals [naam] heeft verklaard.
3 De opgelegde last onder dwangsom (€ 5.550,- per nieuwe overtreding, met een maximum van € 27.750,-) is in overeenstemming met het beleid van de gemeente. Het College ziet geen reden waarom dat beleid onredelijk is. In wat [naam] heeft aangevoerd ziet het College verder onvoldoende concrete aanknopingspunten om te oordelen dat het bedrag van de last onder dwangsom in dit geval te hoog is.
4 Het college van b en w hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. D. Brugman w.g. A.T.C. Verhoeve
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 19 december 2023 (ECLI:NL:CBB:2023:736, onder 4.2).