Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

College van Beroep voor het bedrijfsleven

ECLI:NL:CBB:2023:747

2023-12-14 Bestuursrecht 22/2113
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Uitspraakdatum
2023-12-14
Publicatiedatum
2024-01-09
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
22/2113
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Het College is van oordeel dat de minister uit mocht gaan van de omzet zoals die blijkt uit de aangifte omzetbelasting en wijst daarbij op het volgende. De regelgever heeft er, in verband met de uitvoerbaarheid en de beperking van de administratieve lasten, voor gekozen de aangifte omzetbelasting te gebruiken voor het bepalen van de omzet. Het College heeft eerder al geoordeeld dat dit geen onrechtmatig uitgangspunt is en dat de TVL geen ruimte biedt hiervan af te wijken (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 11 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:5). Er bestond geen aanleiding om de opbrengst van de verkoop van de bedrijfsauto niet tot de omzet te rekenen. Volgens de aangifte omzetbelasting behoort de verkoopopbrengst van de bedrijfsauto immers wel tot de omzet (zie bijvoorbeeld de uitspraak van het College van 28 februari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:105). De onderneming krijgt dus geen gelijk.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.664 tekens)
proces-verbaal uitspraak












COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN


zaaknummer: 22/2113




proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 december 2023 in de zaak tussen




[naam 1] h.o.d.n. [naam 2] , te [plaats]
(de onderneming),


en


de minister van Economische Zaken en Klimaat
(gemachtigden: S.F. Hu en W. Dam).




Procesverloop


Met het besluit van 10 juni 2021 (het vaststellingsbesluit) heeft de minister de subsidie voor het vierde kwartaal (Q4) van 2020 Regeling subsidie vaste lasten financiering COVID-19 (TVL) vastgesteld op € 0,- en het betaalde voorschot van € 1.763,52 teruggevorderd.



Met het besluit van 17 augustus 2022 (het bestreden besluit) heeft de minister het bezwaar van de onderneming ongegrond verklaard.



De onderneming heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



De minister heeft een verweerschrift ingediend.



De zitting was op 14 december 2023. Aan de zitting hebben deelgenomen de gemachtigden van de minister.



Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft het College onmiddellijk uitspraak gedaan.





Beslissing


Het College verklaart het beroep ongegrond.





Overwegingen

1. De minister heeft de TVL-subsidie terecht op € 0,- vastgesteld. Ook mocht de minister het betaalde voorschot terugvorderen. Het College geeft hiervoor de volgende motivering.

2 In deze zaak gaat het om de wijze waarop de omzet in de subsidieperiode is vastgesteld. Die heeft de minister vastgesteld aan de hand van de aangifte omzetbelasting.

3 Niet in geschil is dat de onderneming voor Q4 van 2020 (de subsidieperiode) niet aan de voorwaarde van ten minste 30% omzetverlies uit de TVL-regeling voldoet, als wordt uitgegaan van de omzetgegevens uit de aangifte omzetbelasting.

3 De onderneming betoogt dat de minister bij het bepalen van de omzet in de subsidieperiode, het verkoopbedrag van € 11.500,- van de bedrijfsauto buiten beschouwing moet laten. Door deze verkoop is haar aangifte omzetbelasting over het subsidiekwartaal hoger uitgevallen.

4 Het College is van oordeel dat de minister uit mocht gaan van de omzet zoals die blijkt uit de aangifte omzetbelasting en wijst daarbij op het volgende.
De regelgever heeft er, in verband met de uitvoerbaarheid en de beperking van de administratieve lasten, voor gekozen de aangifte omzetbelasting te gebruiken voor het bepalen van de omzet. Het College heeft eerder al geoordeeld dat dit geen onrechtmatig uitgangspunt is en dat de TVL geen ruimte biedt hiervan af te wijken (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 11 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:5). Er bestond geen aanleiding om de opbrengst van de verkoop van de bedrijfsauto niet tot de omzet te rekenen. Volgens de aangifte omzetbelasting behoort de verkoopopbrengst van de bedrijfsauto immers wel tot de omzet (zie bijvoorbeeld de uitspraak van het College van 28 februari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:105). De onderneming krijgt dus geen gelijk.



Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Brugman, in aanwezigheid van mr. E.C.C. Deen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 14 december 2023.








D. Brugman De griffier is verhinderd dit proces-verbaal
mede te ondertekenen.