Art. 9.2 WVW 1994. Ongeldig verklaard rijbewijs, redelijkerwijs moeten weten. Slagende bewijsklacht. Uit de bewijsvoering kan niet z.m. volgen dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De verklaring van verdachte dat hij een rijontzegging
Wegenverkeerswet 1994
Art. 9 WVW
Genoemd in 243 uitspraken · Officiële wettekst
243 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Een 25-jarige man is schuldig aan het veroorzaken van een ongeval met dodelijke afloop op de van Woustraat op 5 mei 2014. Ook wordt hij veroordeeld voor joyriding en het rijden zonder rijbewijs. Taakstraf van 240 uur, ontzegging rijbevoegdheid 18 maanden en voorwaardelijke hechte
Strafmotivering, art. 359.6 Sv. Voldaan aan art. 359.6 Sv door te overwegen het Hof alles afwegende de volgende straffen passend en geboden acht? Strafmotivering bevat in strijd met art. 359.6 Sv geen opgave van de redenen die i.h.b. hebben geleid tot de keuze van het opleggen va
Strafmotivering. De vaststelling dat "verdachte eerder voor hetzelfde feit is veroordeeld" is niet zonder meer begrijpelijk aangezien het Uittreksel Justitiële Documentatie daarvoor geen steun biedt. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.
Strafmotivering. Verwijzing naar eerdere veroordelingen t.z.v. rijden onder invloed en besturen van motorrijtuig met geschorst rijbewijs, terwijl uit JD blijkt dat eerdere veroordeling t.z.v. besturen van motorrijtuig met geschorst rijbewijs t.t.v. het bewezen verklaarde besturen
Passieve ambtelijke omkoping door directeur van vennootschap, waarvan gemeente Nijmegen enig aandeelhouder was en die tot doelstelling had het bevorderen van culturele activiteiten in die gemeente. Afwezigheid van alle schuld (avas) i.v.m. “als ambtenaar” een geldbedrag vragen te
Het hof verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde {rijden onder invloed) heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Publicatie arresten Hoge Raad die zijn afgedaan met art. 80a RO, inclusief schriftuur n.a.v. een wetenschappelijk onderzoek. Zie NJB 2018/301, afl. 6, p. 404-412.
Aanzienlijke hogere straf dan eis voor hardleerse verkeersrecidivist. Veroordeling tot deels voorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden, rijontzegging van 10 jaren, hechtenis van (in totaal) 100 dagen en schadevergoeding slachtoffers. Dit wegens poging zware mishandeling van
Rijden met in 1998 ongeldig verklaard rijbewijs. Bewijsoverweging. Zeer frequente recidive. Gevangenisstraf 4 weken onvoorwaardelijk
Alcoholslotprogramma en ongeldigverklaring, vanwege onder meer het onder 1 ten laste gelegde weigeren medewerking te verlenen aan een ademonderzoek. Verdachte heeft ervoor gekozen niet om niet deel te nemen aan dat alcoholslotprogramma, met als direct gevolg dat zijn rijbewijs vo
uitvoering onherroepelijk alcoholslotbesluit niet in het algemeen onrechtmatig bij deelnemers aan alcoholslotprogramma
De gedragingen van de verdachte leveren een zeer verwijtbaar complex van ernstig en gevaarlijk verkeersgedrag op. De verdachte heeft hierdoor bewust onaanvaardbare risico’s genomen en de verkeersveiligheid geheel veronachtzaamd. Het hof merkt het bewezen verklaarde rijgedrag van
alcoholslot
Ne bis in idem. Rijden onder invloed en rijden zonder rijbewijs ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in art. 68 Sr?. Art. 8 en art. 107 WVW 1994 verschillen in zoverre van strekking dat art. 8 WVW 1994 strekt tot bescherming van de verkeersveiligheid, terwijl in art. 107 WVW 1994 het re
Redelijkerwijs moet weten dat rijbewijs ongeldig is verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van verdachte is aangetekend aan verdachte verzonden en vervolgens retour gekomen met de mededeling “niet afgehaald”. Uit de enkele omstandigheid dat
De rechtbank Zutphen heeft een 31-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden voor de mishandeling en bedreiging van zijn vader en voor de bedreiging met een mes van zijn toenmalige buurman. Daarnaast heeft de man gereden terwijl zijn rijbewijs ongeldig was verkl
HR: art. 81.1 RO.
Slagende bewijsklacht. De bewezenverklaring vzv. inhoudende dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat een op zijn naam gesteld rijbewijs ongeldig was verklaard, is niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven v
Art. 179.6 WVW1994; in mindering brengen op de duur van de OBM van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest. In aanmerking genomen dat het Hof klaarblijkelijk als vaststaand heeft aangenomen dat verdachte zijn rijbewijs op 21 september 2009 had ingeleverd in
Verwerping verweer stelselmatige observatie. Vrijspraak 6 WvW 1994 (1x). Veroordeling 5 WvW 1994 (3x).
De bewezenverklaring is niet naar de eis der wet met redenen omkleed nu de tot het bewijs gebezigde verklaring van de verbalisant een ontoelaatbare conclusie inhoudt. Conclusie AG: anders.
-vrijspraak criminele organisatie. -verwerping verweer nietige dagvaarding. -verwerping verweer niet ontvankelijkheid openbaar ministerie. -opzetheling, witwassen. -bewijsmotivering.
Gegronde bewijsklacht pleegplaats. De bewezenverklaarde pleegplaats volgt niet uit de gebezigde bewijsmiddelen. Conclusie AG: verbeterd lezen.