Bewijsklacht. Het verweer dat verdachte in onwetendheid verkeerde omtrent de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs strekt ten betoge dat het bestanddeel dat hij ‘redelijkerwijs moet weten’ van de ongeldigverklaring als bedoeld in art. 9.2 WVW 1994 niet is vervuld, zodat vrijspraa
Wegenverkeerswet 1994
Art. 9 WVW
Genoemd in 243 uitspraken · Officiële wettekst
243 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
CAG over art. 9 lid 2 WVW 1994, rijden met een ongeldigverklaard rijbewijs. De AG gaat in op het bewijs van het van kracht zijn van de ongeldigverklaring en de eis dat de bestuurder moet weten of redelijkerwijze moet weten dat het rijbewijs ongeldig is verklaard. In het onderhavi
Conclusie plv. AG. Rijden met geschorst rijbewijs (art. 9 lid 5 WVW 1994). Beginsel van de formele rechtskracht. Kon het hof bij de beantwoording van de bewijsvraag de rechtmatigheid van het besluit tot schorsing zelfstandig onderzoeken, terwijl tegen dit besluit een met voldoend
De bewezenverklaring is niet naar de eis der wet met redenen omkleed nu de tot het bewijs gebezigde verklaring van de verbalisant een ontoelaatbare conclusie inhoudt. Conclusie AG: anders.
Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994. Strafmotivering (gevangenisstraf van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, en taakstraf van 28 uur, subsidiair 14 dagen hechtenis). Mocht hof rekening houden met twee eerdere veroordelingen wegens rijden met ongeldig
Redelijkerwijs moet weten dat rijbewijs ongeldig is verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van verdachte is aangetekend aan verdachte verzonden en vervolgens retour gekomen met de mededeling “niet afgehaald”. Uit de enkele omstandigheid dat
OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven v
Conclusie AG. Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard? Terechte bewijsklacht omdat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat, wanneer en op welke wijze verzending van de mededeling (besluit) van de ongeldigverklaring van het rijbewijs aan verdachte heef
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Ontvankelijkheid OM in de vervolging. Gerechtvaardigd vertrouwen dat strafbeschikking en geen dagvaarding zou volgen? Bij constatering van het tlgd. is aan verdachte een z
Art. 9.2 WVW 1994. Bewijsklacht. Het middel slaagt op de in de conclusie AG omtrent dit middel vermelde gronden.
Conclusie AG. Rijden met motorrijtuig terwijl verdachte “wist” dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9.2 WVW 1994). Slagende klachten over (M1) bewijs bestanddeel “wist” nu volgens de AG uit de door het hof aangehaalde omstandigheden (ook in onderlinge samenhang bezien)
Conclusie AG. Veroordeling wegens ‘rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs’ (art. 9.2 WVW 1994). Falende klachten over wetenschap van verdachte dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard en over een voor het bewijs gebruikt proces-verbaal. Conclusie strekt tot verwerping van h
Conclusie AG. Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard. Art. 9.2 WVW 1994. Slagende bewijsklacht over bekendmaking besluit tot ongeldigverklaring. Conclusie strekt tot vernietiging.
Conclusie AG. O.m. rijden terwijl verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst (art. 9.5 WVW 1994). Volgens de AG blijkt niet voldoende uit bewijsvoering hof dat verdachte wist dat geldigheid van zijn rijbewijs was geschorst. Conclusie strekt tot vernietiging en
Conclusie AG. Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard. Art. 9.2 WVW 1994. 1. Klacht over bewijs van wetenschap. 2. Klacht over schending redelijke termijn. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
In hoger beroep veroordeling wegens overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Uitleg artikel 123b, eerste lid, juncto vijfde lid, WVW Van rechtswege ongeldig rijbewijs na onherroepelijke veroordeling voor het tweede feit. Van belang is, dat op het momen
Conclusie AG. Veroordeling voor rijden na ongeldigverklaring rijbewijs (art. 9.2 WVW 1994). Staat het beschikken over een buitenlands (Bosnisch) rijbewijs in de weg aan veroordeling tzv art. 9.2 WVW, eerste volzin? AG is komt na bespreking wettekst en ratio van de wet tot het oor
Conclusie AG. Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard? Art. 9.2 WVW 1994. Terechte bewijsklacht omdat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat, wanneer en op welke wijze verzending van de mededeling (besluit) van de ongeldigverklaring van het rijbewijs
Conclusie AG. Rijden met ongeldigverklaard rijbewijs. Middel over bewijsvoering “redelijkerwijs moeten weten dat” als bedoeld in art. 9.2 WVW. AG is van mening dat de door het hof voor het bewijs gebruikte verklaringen van de verdachte daarvoor niet zonder meer toereikend zijn. C
Herziening n.a.v. aanvraag AG bij HR. Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994. Aangevoerd wordt dat sprake is geweest van persoonsverwisseling, nu namens CVOM is medegedeeld dat onherroepelijke veroordeling van aanvrager gevolg is van onjuiste registratie bij C
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Besluit tot ongeldigverklaring aan verdachte bekend gemaakt? HR: Op gronden vermeld in CAG is middel terecht voorgesteld. CAG: Ongeldigverklaring is ex art. 132.4 WVW 1994
Conclusie AG over onder meer de ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte. De conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak ter zake van feit 1 en de strafoplegging alsmede tot terugwijzing naar het hof in zoverre.
Rijden terwijl verdachte wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs zijn geldigheid heeft verloren, art. 9.2 (tweede volzin) WVW 1994. Bewijsklacht vereiste dat geen ander rijbewijs is afgegeven. Kan uit de door hof gebruikte bewijsmiddelen volgen dat aan verdachte gee
Conclusie AG. Rijden met ongeldig verklaard rijbewijs, art. 9.2 WVW 1994. Diverse bewijsklachten. De conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard (art. 9.2 WVW 1994), nadat rijbewijs o.g.v. recidiveregeling in art. 123b WVW 1994 van rechtswege ongeldig was geworden. Vrijspraak in eerste aanleg. IJkpunt voor toepasselijkheid van recidiveregeling, art. 123b.1