Rijden onder invloed. Termijn van 90 minuten bij bloedonderzoek naar verdovende middelen behoort tot strikte waarborgen van het onderzoek. Niet-naleving van die termijn leidt tot vrijspraak. Art. 359a Sv is niet van toepassing.
Wegenverkeerswet 1994
Art. 8 WVW
Genoemd in 664 uitspraken · Officiële wettekst
664 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Veroordeling ter zake artikel 8 en 9 Wegenverkeerswet (WVW). Verweer in het kader van artikel 164, zesde lid WVW. Vordering overgifte rijbewijs of invordering van het rijbewijs.
Rijden onder invloed van cannabis. Overschrijding van de termijn voor het afnemen van bloed leidt niet tot bewijsuitsluiting, omdat dit voorschrift geen deel uitmaakt van het stelsel van strikte waarborgen waarmee het bloedonderzoek van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 is o
Beslissing in het kader van een themazitting “Drugs in het verkeer”. Het Hof formuleert in een reeks arresten een kader voor de bestraffing van overtreding van artikel 8 WVW in de volgende situaties: het besturen van een voertuig onder invloed van drugs, onder invloed van twee v
Conclusie AG. Recidiveregeling van art. 123b WVW 1994. Besproken worden de vragen: 1. Is er in geval van dwingend voorgeschreven verlies van geldigheid van het rijbewijs in de in art. 123b WVW 1994 bepaalde gevallen sprake van een criminal charge? 2. Zo ja is deze regeling in str
Recidivestelsel art. 123b WVW 1994; van rechtswege verlies van geldigheid rijbewijs na recidive besturen onder invloed alcohol. Beroep op niet-ontvankelijkverklaring OM in vervolging op grond van onvermijdelijke schending van aan art. 68 Sr ten grondslag liggende ne bis in idem-b
Bij besluit van 5 november 2015 heeft het CBR aan [appellant] een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (hierna: EMA) opgelegd.
Overtreding art. 8, derde lid, en 9, tweede lid, WVW. De verdachte heeft als bijrijder een ruk aan het stuur gegeven. Het hof merkt hem aan als ‘bestuurder’ i.d.z.v. de WVW nu hij de rijrichting van de auto heeft beïnvloed. Verwijzing naar HR:2005:AT7292.
Bij besluit van 17 december 2013 heeft het CBR [appellant] een lichte educatieve maatregel alcohol en verkeer (hierna: LEMA) opgelegd.
Getuigenverzoek. Uit het verhandelde ttz. volgt dat een verzoek is gedaan a.b.i. art. 315 jo. 328 Sv en dat de aan het verzoek verbonden voorwaarde is vervuld, zodat een uitdrukkelijke beslissing op dit verzoek was vereist. Noch het pv ttz. in h.b. noch het bestreden arrest houdt
OM-cassatie. Aan de op art. 163.9 WVW 1994 toegesneden tll. wilde de AG bij het Hof subsidiair art. 8.1 WVW 1994 toevoegen. Het Hof weigerde dit omdat de wijziging zou meebrengen dat niet langer hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr ten laste zou zijn gelegd. HR: Bij de beoordeling va
Gebruik voor bewijs van i.h.k.v. bestuurlijk toezicht door verdachte zelf verzamelde gegevens uit bedrijfsafvalwaterrapportage (BAWR). 1. Verzuim strafbaarstelling in art. 1a WED van overtreding Wet verontreiniging oppervlaktewateren (WVO). 2. Bruikbaarheid voor bewijs BAWR-gegev
Verzekeringsrecht; devolutieve werking hoger beroep; samenloop WAM-verzekeringen; reikwijdte uitsluiting dekking / overtreding art. 8 WVW 1994 ontneemt bestuurder niet de wettelijke bevoegdheid een motorrijtuig te besturen; reikwijdte begrip “feit van algemene bekendheid” miskend
Rijden onder invloed van cannabinoïden (vastgesteld o.g.v. NFI-rapport). Voor veroordeling t.z.v. art. 8.1 WVW 1994 is beslissend of uit de bewijsmiddelen kan volgen dat verdachte onder zodanige invloed van de desbetreffende stof verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in
-
Besturen personenauto onder invloed van cannabis. Bespreking verweer of officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard dient te worden nu de regeling in artikel 123b WVW 1994 ertoe leidt dat strafvervolging onevenredig is en in strijd is met het ne bis in idem-beginsel, artike
Veroordeling artikel 6 WVW via de constructie van artikel 5a WVW. Er is sprake geweest van roekeloosheid: verdachte, beginnend bestuurder, heeft opzettelijk meerdere verkeersregels in ernstige mate geschonden, door met een huurscooter in een voetgangersgebied, met een te hoge sne
Conclusie AG. Plaatsing peilbaken onder auto bij niet-verdachte bij vermoeden van mogelijk rijden onder invloed van THC (art. 8 lid 5 JO 163 lid 6 WVW 1994). Is art. 3 Politiewet voldoende basis? Of is er sprake van stelselmatige observatie ex art. 126g Sv? De conclusie strekt to
In hoger beroep veroordeling wegens overtreding van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Uitleg artikel 123b, eerste lid, juncto vijfde lid, WVW Van rechtswege ongeldig rijbewijs na onherroepelijke veroordeling voor het tweede feit. Van belang is, dat op het momen
Rijden onder invloed van MDMA, art. 8.5 WVW 1994. Bloedonderzoek, strikte waarborg van art. 13.1.d (oud) Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in verkeer. Kon hof oordelen dat art. 13.1.d (oud) Besluit niet behoort tot strikte waarborgen waarmee onderzoek a.b.i. art. 8.5 WVW 1
Vrijspraak ter zake van het onder 1 tenlastegelegde. Een onderzoek als bedoeld in artikel 8, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994. Strikte waarborg niet-nageleefd. Zo spoedig mogelijk. Verzegeling. Artikel 13, eerste lid, onder d van het Besluit Alcohol, Drugs en Geneesmiddele
Veroordeling tot voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en deels voorwaardelijke OBM voor het veroorzaken van een verkeersongeval waaraan de verdachte schuldig is in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet. De rechtbank concludeert dat de verdachte roekeloos heeft gereden, zoal
Poging tot ambtsdwang door te dreigen klacht in te dienen tegen politieambtenaar na aanhouding van zoon van verdachte op verdenking van rijden onder invloed, art. 179 Sr. Kon hof door verdachte uitgesproken woorden aanmerken als ‘bedreiging met enige andere feitelijkheid’ a.b.i.
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 48-jarige man tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van 3 jaar. De verdachte heeft als bestuurder van een bestelauto aan het verkeer deelgenomen terwijl hij zwaar onder invloed van alcohol verkeerde. Daarbi
Conclusie AG. Art. 197 Sr. 1: Hof heeft beroep op afwezigheid van alle schuld o.g.v. feit dat verdachte op aanraden vorige raadsman in Nederland was om zitting bij te wonen, niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd verworpen. 2: Hof heeft oordeel dat verdachte geen rechtmati