Verzekeringsplicht. Verzekeringsvoorwaarden (auto) sluiten vergoeding uit bij overtreding art. 8 WVW. Aanrijding in Duitsland. Bloedonderzoek uitslag 0,33 0/00 maar daaraan voorafgaande blaastest wijst 0,66 0/00 aan. Verzekeraar beroept zich ten onrechte op de ademanalyse.
Wegenverkeerswet 1994
Art. 8 WVW
Genoemd in 664 uitspraken · Officiële wettekst
664 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 26 · live
Het zwaarste verwijt dat de rechtbank verdachte maakt, is dat hij op 16 oktober 2007, om aan controle door de politie te ontkomen, welbewust als bestuurder van een grote, zware auto, waarvan hij de snelheid had laten opvoeren, de levens van mede-weggebruikers, zowel buiten als bi
Overschrijding redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM.
De rechtbank acht verdachte schuldig aan het plegen van vier overvallen op 2 september 2008 in Amersfoort. De rechtbank legt een gevangenisstraf van vier jaar op, waarvan twee voorwaardelijk. De rechtbank legt ook een klinische behandeling op voor de duur van maximaal 9 maanden.
Kennelijke misslag in tll. Het ligt op de weg van de rechter om in de tekst van tll. voorkomende misslagen te verbeteren, indien verdachte daardoor in zijn verdediging niet wordt geschaad. Zo'n verbetering is niet een wijziging van de tll i.d.z.v. art. 313 Sv, maar slechts een va
-
verzekeringsovereenkomst, beroep op uitsluitingsclausule rijden onder invloed, rijden onder invloed voorshands bewezen, tegenbewijs
Ontneming. Aan te leggen maatstaf bij verzoek horen getuigen bij ontneming. Na een regiezitting worden 9 van de 10 getuigen vooralsnog afgewezen. Op een volgende ttz. persisteerde de rm bij zijn eerder gedane verzoek, echter in zoverre dat hij het noodzakelijk acht om 3 getuigen
Diverse zaken ter zitting gevoegd.Verdachte is veroordeeld voor onder meer: diefstallen, belediging, bedreiging, wederspannigheid, rijden onder invloed
‘Bestuurder’ ex art. 179 WVW 1994. Onder ‘bestuurder’ in art. 163.1 en 2 WVW 1994 moet worden verstaan: degene die ervan wordt verdacht als bestuurder van een voertuig te hebben gehandeld in strijd met art. 8 WVW 1994, onder wie is begrepen degene t.a.v. wie de verdenking is gere
Rechtmatigheid bewijs, alcohol, cocaïne, bloedonderzoek, persoonlijke levenssfeer
OM-cassatie. Aan de op art. 163.9 WVW 1994 toegesneden tll. wilde de AG bij het Hof subsidiair art. 8.1 WVW 1994 toevoegen. Het Hof weigerde dit omdat de wijziging zou meebrengen dat niet langer hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr ten laste zou zijn gelegd. HR: Bij de beoordeling va
Roekeloos rijden levert onder meer op 12 maanden gevangenisstraf (deels voorwaardelijk) en ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 jaar.
359.3 Sv. Bekennende verdachte. Nu de verklaring van verdachte ttz van het Hof niet alle onderdelen betreft van het bewezenverklaarde – zij houdt immers niet in dat verdachte erkent dat hij onder zodanige invloed van cannabis heeft gereden dat hij niet tot behoorlijk besturen in
Ademanalyse verricht door een opsporingsambtenaar die niet overeenkomstig artikel 7, eerste lid van het Besluit alcoholonderzoeken is aangewezen door de korpschef: ongeldig
Bevel bloedonderzoek ex art. 163 WVW 1994. De opvatting dat voor het ondergaan van bloedonderzoek alleen plaats is indien het ondergaan van ademonderzoek wegens het bestaan van bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is, vindt geen steun in art.163.4 WVW 1994. Die bepaling h
Onvoorwaardelijke gevangenisstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid van 4 jaar voor jeugdige automobilist die een verkeersongeval veroorzaakte, waarbij drie jonge meisjes zijn omgekomen.
De rechtbank heeft een verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk en ontzegging van de rijbevoegdheid voor 3 jaar. De verdachte is onder invloed van alcohol en oververmoeidheid in zijn auto gestapt en richting zijn woonplaats gereden,
Bloedproef ex art. 8.2.b. WVW 1994; bijzondere geneeskundige redenen. 1. HR stelt het volgende voorop: (a) het in art. 8.2.a WVW 1994 bedoelde ademonderzoek behoort plaats te vinden daar waar het voor dat onderzoek bestemde apparaat aanwezig is en waar kan worden voldaan aan de -
1. Bewijs rijden onder invloed drugs. 2. Redelijke termijn verstekmededeling bij verdachte zonder bekende woon- of verblijfplaats. Ad 1. Het hof heeft uit de bewijsmiddelen (a. pv-bevindingen: verdachte als bestuurder auto betrokken bij ongeval, verbalisant neemt waar bloeddoorlo
OM-cassatie tegen vrijspraak. Het hof heeft uiteengezet dat en waarom het resultaat van het verrichte bloedonderzoek onbruikbaar is voor het bewijs van de op art. 8.1 WVW 1994 toegesneden tenlastelegging. Het middel, waarin wordt geklaagd dat het Hof door aldus te overwegen en te
Onder “bestuurder” ex art. 163.1 en 2 WVW 1994 moet worden verstaan degene die ervan wordt verdacht als bestuurder van een voertuig te hebben gehandeld i.s.m. art. 8 WVW 1994. Het gaat dus om de vraag of er sprake is van feiten en omstandigheden op grond waarvan in redelijkheid k
Het rijverbod ex art. 162.2 WVW 1994 heeft eerst rechtskracht na de vastlegging in een beschikking en de bekendmaking daarvan aan de betrokkene (art. 3:41.1 Awb). ’s Hofs oordeel dat de omstandigheid dat het rijverbod mondeling is opgelegd niet in de weg staat aan de geldigheid v
Aan verzoeker is de verplichting opgelegd om zich te onderwerpen aan een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid. Na afloop van het voorgesprek is een negatief afloopbericht opgemaakt. Verzoeker is vervolgens een herkansing geboden. Van het twee
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij: op 24 mei 2003 in de gemeente Heerlen als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende dra