Alcoholslotprogramma. Art. 8 WVW 1994. Op de gronden die zijn vermeld in ECLI:NL:HR:2015:434 kan het middel niet tot cassatie leiden.
Wegenverkeerswet 1994
Art. 8 WVW
Genoemd in 664 uitspraken · Officiële wettekst
664 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 24 · live
De militaire kamer van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeelt een 31-jarige voormalige militair ter zake van het veroorzaken van gevaar op de weg en het, tweemaal, rijden onder invloed van alcohol, tot een tweetal geldboetes van € 400,- en een ontzegging van
OM-cassatie. Dodelijk ongeval. Vrijspraak art. 5 WVW 1994. Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte geen gevaar op de weg heeft veroorzaakt of het verkeer heeft gehinderd. Daarbij heeft het Hof in aanmerking genomen dat de X-weg een voorrangsweg is en verdachte erop mocht vertro
1. Toestemming voor bloedonderzoek, art. 8.2.b. WVW 1994. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2005:AT3993. Hieruit volgt dat art. 359a Sv het toetsingskader vormt voor de gevolgen te verbinden aan het mogelijk onbevoegd vragen van toestemming voor bloedonderz
HR: t.a.v. de middelen van verdachte: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie. Het middel van de bp voldoet niet aan de eisen die de wet daaraan stelt.
OM-cassatie, beginnend bestuurder a.b.i. art. 8.3 aanhef en onder a WVW1994. Grondslagverlating? Het Hof heeft de tll aldus opgevat dat deze het verwijt behelst dat vd zich als beginnend bestuurder heeft schuldig gemaakt aan het besturen van een motorrijtuig na gebruik van alcoho
Rechtbank Overijssel veroordeelt 23-jarige bestuurder uit Vriezenveen tot de maximale werkstraf van 240 uur, een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 3 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een pr
Handelszaak. Beroepsfout advocaat inzake letselschadezaak? Eiser is als voetganger aangereden door een personenauto, waarbij hij ernstig letsel heeft opgelopen. Op advies van zijn advocaat heeft eiser een schikking getroffen met de WAM-verzekeraar van de automobilist en de helft
3:310 lid 1 BW; aanvang verjaringstermijn verhaalsrecht op verzekeringnemer op grond van polisvoorwaarden verzekeringsovereenkomst. Eigen recht. Vereist dat de schade voor de verhaal zoekende verzekeraar opeisbaar is geworden en dus dat deze uitkeringen heeft gedaan aan de benade
De politierechter is van oordeel dat de ongeldigverklaring van het rijbewijs geen maatregel is die gebaseerd is op een "criminal charge" in de zin van artikel 6 van het EVRM. Dit betekent dat de het ne bis in idem-beginsel in dit verband niet in rechte kan worden ingeroepen. De o
Art. 8. 3 en 4 (oud) WVW 1994. Het bestanddeel “zonder rijbewijs” van art. 8.4 (oud) 1994 moet worden uitgelegd als “zonder dat aan hem een rijbewijs is afgegeven”. Nu het Hof blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft vastgesteld dat het rijbewijs van verdachte ongeldig was verk
Vrijspraak. Naar het oordeel van het hof is er deze zaak geen sprake geweest van een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onder a van de Wegenverkeerswet 1994.
Weigering mee te werken aan een ademonderzoek. Art. 8 en 163 WVW 1994. Art. 6 en 7 Besluit alcoholonderzoeken. Art. 6 en 7.1 (oud) Besluit strekken ertoe de juistheid te waarborgen van het resultaat van een ademanalyse. Art. 6 stelt hiertoe eisen aan de termijn die moet zijn ver
Roekeloosheid, art. 6 jo. art. 175.2 WVW 1994. De door het Hof in het bijzonder in aanmerking genomen omstandigheden dat verdachte onder invloed van alcohol en zonder in het bezit te zijn van een rijbewijs slingerend, met wisselende snelheden en op te korte afstand van andere aut
Veroordeling art. 6 WVW
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van deze overwegingen schiet de bewijsvoering van het Hof tekort.
Verweerder heeft verzoekster een alcoholslotprogramma opgelegd omdat zij als bestuurder is aangemerkt. Aan de orde is de beantwoording van de vraag of artikel 17, eerste lid, aanhef en onder b van de Regeling in het geval van verzoekster buiten toepassing moet worden gelaten wege
Zeer onvoorzichtig handelen. Overtreding van artikel 6 WVW 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor aan anderen zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.
OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven v
De militaire kamer van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeelt een 26-jarige militair wegens het bezit van cocaïne en hennep en het rijden onder invloed van alcohol, tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren met een proeftijd van 2 jaren
Art. 164 WVW1994. Klaagschrift tegen inhouding rijbewijs. Deelname alcoholslotprogramma niet van doorslaggevend belang voor inschatting verkeersveiligheid, wel van belang bij de afweging van het persoonlijk belang.
Bij noch krachtens de wet is voorzien in de mogelijkheid om de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen te ontzeggen bij overtreding van art. 107.1 WVW 1994 (vgl. HR ECLI:NL:HR:2011:BP4474).
De Rechtbank Oost-Nederland te Arnhem heeft op 25 januari 2013 een 39-jarige inwoner van Nijmegen veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaar voor het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval bij Druten
Verdachte heeft vroeg op een zomerse vrijdagavond met zijn auto met een snelheid van ongeveer 107 km/u binnen de bebouwde kom in een druk winkelgebied gereden en heeft aldus een tragisch verkeersongeval veroorzaakt. De 43-jarige [slachtoffer] is toen komen te overlijden. Het leed
Falende bewijsklacht (rijden onder invloed en negeren van een rijverbod a.b.i. art. 162.1 WVW 1994).