Onder invloed van lachgas een personenauto besturen.
Wegenverkeerswet 1994
Art. 8 WVW
Genoemd in 664 uitspraken · Officiële wettekst
664 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Dodelijk verkeersongeval in Aarle-Rixtel, art. 5, 6 en 8 WVW 1994. Middelen over (1) bewijsmotivering en het ontbreken van respons op verscheidene uossen betrekking hebbende op het bewijs van de nadelige invloed van alcohol en medicatie op de rijvaardigheid van verdachte en (2) (
Beslissing in het kader van een themazitting “Drugs in het verkeer”. Het Hof formuleert in een reeks arresten een kader voor de bestraffing van overtreding van artikel 8 WVW in de volgende situaties: het besturen van een voertuig onder invloed van drugs, onder invloed van twee v
Beslissing in het kader van een themazitting “Drugs in het verkeer”. Het Hof formuleert in een reeks arresten een kader voor de bestraffing van overtreding van artikel 8 WVW in de volgende situaties: het besturen van een voertuig onder invloed van drugs, onder invloed van twee v
Beslissing in het kader van een themazitting “Drugs in het verkeer”. Het Hof formuleert in een reeks arresten een kader voor de bestraffing van overtreding van artikel 8 WVW in de volgende situaties: het besturen van een voertuig onder invloed van drugs, onder invloed van twee v
Vrijspraak overtreding art. 6 en 5 WVW 1994. Weigeren medewerking verlenen aan bloedonderzoek. Enkele angst voor prikken is geen bijzondere geneeskundige reden op grond waarvan verdachte niet verplicht zou zijn aan het bloedonderzoek mee te werken.
Celstraf en ontzegging rijbevoegdheid voor veroorzaken dodelijk verkeersongeval ‘s-Gravenzande Een 27-jarige man uit ‘s-Gravenzande is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk. Verder is hij voor drie jaar zijn rijbewijs kwijt. Hij veroo
volgt z.s.m.
-
6 WVW, roekeloos, alcoholgebruik en dodelijk slachtoffer
Dood door schuld: onder invloed van alcohol paar kilometer spookrijden op snelweg met hoge snelheid is zeer onvoorzichtig en onoplettend; vrijspraak roekeloosheid.
Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto een ongeval veroorzaakt, terwijl hij onder invloed van alcoholhoudende drank en lorazepam verkeerde. Daarbij is hij in aanrijding gekomen met twee andere personenauto's. De inzittende van een van die personenauto's is overleden.
HR: t.a.v. de middelen van verdachte: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie. Het middel van de bp voldoet niet aan de eisen die de wet daaraan stelt.
Veroordeling art. 6 WVW
Art. 6 en 175 WVW 1994. Schuld in de zin van roekeloosheid. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:960. In het licht van deze overwegingen schiet de bewijsvoering van het Hof tekort.
OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven v
De Rechtbank Oost-Nederland te Arnhem heeft op 25 januari 2013 een 39-jarige inwoner van Nijmegen veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van twee jaar voor het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval bij Druten
Verdachte heeft vroeg op een zomerse vrijdagavond met zijn auto met een snelheid van ongeveer 107 km/u binnen de bebouwde kom in een druk winkelgebied gereden en heeft aldus een tragisch verkeersongeval veroorzaakt. De 43-jarige [slachtoffer] is toen komen te overlijden. Het leed
Eisers stelling dat hij de status van geprivilegieerde heeft, volgt de rechtbank niet. Blijkens de door eiser overgelegde verklaring heeft eiser van 1 september 2008 tot 10 september 2010 gewerkt voor het [naam]. Ingevolge paragraaf B12/3.1.2 Vc komt de geprivilegieerden-status t
OM-cassatie. Art. 8.1 WVW 1994 en gebruik MDMA en MDA. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AO4048, NJ 2004/438, HR LJN AR5013 NJ 2005/83 en HR LJN BO1637. Het gaat om de vraag of aangenomen mag worden dat de gemiddelde bestuurder in de vastgestelde omstandighe
Bewijsklacht. Art. 8.1 WVW 1994. Rijden onder invloed. In aanmerking genomen dat het een feit van algemene bekendheid is dat het gebruik van morfine, codeïne en cocaïne de rijvaardigheid kan verminderen en verdachte niet heeft aangevoerd daarvan niet op de hoogte te zijn, is de
Rechtmatigheid bewijs, alcohol, cocaïne, bloedonderzoek, persoonlijke levenssfeer
OM-cassatie. Aan de op art. 163.9 WVW 1994 toegesneden tll. wilde de AG bij het Hof subsidiair art. 8.1 WVW 1994 toevoegen. Het Hof weigerde dit omdat de wijziging zou meebrengen dat niet langer hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr ten laste zou zijn gelegd. HR: Bij de beoordeling va
359.3 Sv. Bekennende verdachte. Nu de verklaring van verdachte ttz van het Hof niet alle onderdelen betreft van het bewezenverklaarde – zij houdt immers niet in dat verdachte erkent dat hij onder zodanige invloed van cannabis heeft gereden dat hij niet tot behoorlijk besturen in
1. Bewijs rijden onder invloed drugs. 2. Redelijke termijn verstekmededeling bij verdachte zonder bekende woon- of verblijfplaats. Ad 1. Het hof heeft uit de bewijsmiddelen (a. pv-bevindingen: verdachte als bestuurder auto betrokken bij ongeval, verbalisant neemt waar bloeddoorlo