Ambtsedig p-v. Art. 344.2 Sv. Ingevolge art. 344.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tlgd. feit heeft gepleegd, door de rechter worden aangenomen op enkel een door een bevoegde opsporingsambtenaar op ambtseed opgemaakt p-v. Genoemde bepaling maakt geen uitzondering voor feiten
Wegenverkeerswet 1994
Art. 8 WVW
Genoemd in 664 uitspraken · Officiële wettekst
664 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Rijden onder invloed van drugs (cannabinoïden), art. 8.1 en 163.4 WVW 1994 en art. 10 Besluit alcoholonderzoeken. Verplichting om na bloedonderzoek recht op contra-expertise mee te delen aan verdachte? Van "een onderzoek" a.b.i. 163.4 WVW 1994 is slechts sprake indien de waarborg
CAG over art. 9 lid 2 WVW 1994, rijden met een ongeldigverklaard rijbewijs. De AG gaat in op het bewijs van het van kracht zijn van de ongeldigverklaring en de eis dat de bestuurder moet weten of redelijkerwijze moet weten dat het rijbewijs ongeldig is verklaard. In het onderhavi
OM-cassatie. Art. 8.1 WVW 1994 en gebruik MDMA en MDA. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AO4048, NJ 2004/438, HR LJN AR5013 NJ 2005/83 en HR LJN BO1637. Het gaat om de vraag of aangenomen mag worden dat de gemiddelde bestuurder in de vastgestelde omstandighe
Ambtsedig p-v. Art. 344.2 Sv. Ingevolge art. 344.2 Sv kan het bewijs dat verdachte het tlgd. feit heeft gepleegd, door de rechter worden aangenomen op enkel een door een bevoegde opsporingsambtenaar op ambtseed opgemaakt p-v. Genoemde bepaling maakt geen uitzondering voor feiten
Wijziging tenlastelegging. Art. 313.2 Sv. Verdachte werd eerst vervolgd voor het doen van een onjuiste belastingaangifte. Nadat in de belastingzaak was vastgesteld dat verdachte geen aangifte (i.p.v. een onjuiste aangifte) had gedaan vorderde de AG wijziging van de t.l.l. die doo
OM-cassatie. Aan de op art. 163.9 WVW 1994 toegesneden tll. wilde de AG bij het Hof subsidiair art. 8.1 WVW 1994 toevoegen. Het Hof weigerde dit omdat de wijziging zou meebrengen dat niet langer hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr ten laste zou zijn gelegd. HR: Bij de beoordeling va
Rijden onder invloed van cannabinoïden (vastgesteld o.g.v. NFI-rapport). Voor veroordeling t.z.v. art. 8.1 WVW 1994 is beslissend of uit de bewijsmiddelen kan volgen dat verdachte onder zodanige invloed van de desbetreffende stof verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in
Veroordeling tot voorwaardelijke gevangenisstraf, taakstraf en deels voorwaardelijke OBM voor het veroorzaken van een verkeersongeval waaraan de verdachte schuldig is in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet. De rechtbank concludeert dat de verdachte roekeloos heeft gereden, zoal
Veroordeling voor overtreding van artikelen 5a en 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet tot een taakstraf van 50 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 9 maanden waarvan 5 maanden voorwaardelijk.
Rijden onder invloed van cannabis. Bespreking van het verweer van de verdachte dat de wetgeving op grond van het rijden onder invloed van cannabis wordt bestraft ondeugdelijk is. Verwerping van dit verweer en veroordeling van de verdachte tot een geldboete
Beslissing in het kader van een themazitting “Drugs in het verkeer”. Het Hof formuleert in een reeks arresten een kader voor de bestraffing van overtreding van artikel 8 WVW in de volgende situaties: het besturen van een voertuig onder invloed van drugs, onder invloed van twee v
Beslissing in het kader van een themazitting “Drugs in het verkeer”. Het Hof formuleert in een reeks arresten een kader voor de bestraffing van overtreding van artikel 8 WVW in de volgende situaties: het besturen van een voertuig onder invloed van drugs, onder invloed van twee v
Een man die in 2015 op de A2 met hoge snelheid en onder invloed van speed een verkeersongeval heeft veroorzaakt is veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf. Daarnaast legt de rechtbank Midden-Nederland een rijontzegging op van 4 jaar. Bij het ongeval kwam één persoon om het leven e
Bewijsklacht. De HR herhaalt de toepasselijke overwegingen uit HR LJN AO4048. De aan de middelen ten grondslag liggende opvatting dat voor een veroordeling ter zake van art. 8.1 WVW 1994 noodzakelijk is dat sprake was van een zodanige invloed van die stof dat het risico op het ma
Vordering b.p. Gezien de inhoud van het voegingsformulier moet het ervoor gehouden worden dat het Hof de vordering van de b.p. heeft toegewezen vzv. deze betrekking heeft op de schade aan de auto. Het verweer van verdachte kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan dat de door de
Rijden onder invloed van cannabinoïden (vastgesteld o.g.v. NFI-rapport). Voor veroordeling t.z.v. art. 8.1 WVW 1994 is beslissend of uit de bewijsmiddelen kan volgen dat verdachte onder zodanige invloed van de desbetreffende stof verkeerde dat hij niet tot behoorlijk besturen in
OM-appel tegen de vrijspraak van het subsidiair tenlastegelegde rijden onder invloed van stoffen a.b.i. artikel 8, eerste lid, WVW 1994. Het hof bevestigt het vonnis, maar vult de overwegingen over de vrijspraak aan, vervangt de strafmotivering en voegt artikel 63 Sr toe aan de t
Veroordeling voor overtreding van artikelen 6 en 7 WVW, waarbij de verdachte zich roekeloos heeft gedragen in het verkeer en een verkeersongeval heeft veroorzaakt. De verdachte heeft meerdere verkeersregels ernstig geschonden door fors de maximumsnelheid te overschrijden, te slin
Hoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2024:3533. Verzekeraar vordert door haar uitgekeerde schade aan de nabestaanden van het slachtoffer van een eenzijdig dodelijk verkeersongeval van de bestuurder van de auto, haar verzekerde, die onder invloed van alcohol verkeerde. Het hof wijst de
Veroordeling art 6 en 5 WVW. Gevangenisstraf van 38 maanden en maximale ontzegging rijbevoegdheid.. Verkeersongeval Nieuw-Beijerland waarbij zes personen en een ongeboren kind om het leven zijn gekomen en meerdere personen (zwaar)gewond zijn geraakt. Een Spaanse vrachtwagenchauff
Conclusie AG. Rijden onder invloed (art. 8 lid 1 WVW 1994). Middel klaagt dat uit bewijsmiddelen onvoldoende blijkt dat i) verdachte op 26 juli 2021 daadwerkelijk heeft gereden, ii) toen sprake was van onvermogen tot besturen van voertuig en iii) hij wist of redelijkerwijs moest
Conclusie AG. Caribische zaak. Dodelijk verkeersongeval op de Moontjeweg in Curaçao. Jaddoe. Middel 1 klaagt over oordeel Hof dat verdachte heeft gehandeld met schuld a.b.i. art. 2:284.1 SrC. Middel 2 klaagt over oordeel Hof dat verdachte niet meer tot behoorlijk besturen in staa
Vrijspraak van overtreding van artikel 8, vijfde lid, WVW. Strikte waarborg (vier weken-termijn) niet nageleefd. Wel een veroordeling voor overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebrac
inzittende verzekering; er was sprake van samenwonen in gezinsverband; beroep op alcoholuitsluiting niet terecht