Wat dient te worden verstaan onder “één gebeurtenis” als bedoeld in de Aanwijzing administratieve handhaving verkeersvoorschriften? Gelet op ontstaansgeschiedenis en inhoud van de Aanwijzing is er geen reden aan te nemen dat een overtreding van artikel 34, eerste lid, WAHV moet w
Wegenverkeerswet 1994
Art. 25 WVW
Genoemd in 23 uitspraken · Officiële wettekst
23 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
Art. 5 WVW 1994, “kon worden veroorzaakt” en/of “kon worden gehinderd”. ’s Hofs oordeel dat door het rakelings langs de fietsers rijden gevaar op de weg kon worden veroorzaakt en het verkeer op de weg kon worden gehinderd geeft niet blijk van een onjuiste opvatting omtrent deze a
Bewijs van schuld ex art. 6 WVW 1994. 1. Bij de beoordeling of de schuld aan het verkeersongeval uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. N
-
Snelheidsoverschrijding. Vol stoma. Beroep op overmacht verworpen.
Cassatie in het belang der wet. De procureur-generaal concludeert dat het ontbreken van een onderliggend geldig verkeersbesluit aan een verkeersteken, in het algemeen niet in de weg hoeft te staan aan het billijken van een sanctie wegens het niet volgen van het verkeersteken, ook
Conclusie plv. AG. 8 middelen. Art. 2 onder C Opiumwet, art. 10a Opiumwet en art. 420quater Sr. (Bewijs)klachten inzake medeplegen opzettelijk aanwezig/ voorhanden hebben van verdovende middelen en medeplegen bereiden en verkopen van verdovende middelen. Voorts klachten inzake (g
Conclusie plv. AG. 6 middelen. Art. 2 onder C Opiumwet, art. 10a Opiumwet en art. 420quater Sr. (Bewijs)klachten inzake opzettelijk aanwezig/ voor handen hebben van verdovende middelen en medeplegen bereiden en verkopen van verdovende middelen. Voorts klachten inzake (gewoonte)wi
OM-cassatie. Dodelijk ongeval. Vrijspraak art. 5 WVW 1994. Het hof heeft geoordeeld dat de verdachte geen gevaar op de weg heeft veroorzaakt of het verkeer heeft gehinderd. Daarbij heeft het Hof in aanmerking genomen dat de X-weg een voorrangsweg is en verdachte erop mocht vertro
Hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit LJN BM9102. In het onderhavige geval is zowel het verschil in de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheiden delictsomschrijvingen strekken als het verschil in de strafmaxima die op de onderscheide
OM-cassatie. Beroep op avas. Bij een beroep op een strafuitsluitingsgrond moet de rechter de feitelijke grondslag van dat beroep onderzoeken. Voor aanvaarding van het beroep is vereist dat de rechter de feitelijke grondslag ervan voldoende aannemelijk acht. De last tot het aannem
Toewijzing vordering wijziging tll. Sprake van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr? Art. 304 Sr juncto art. 303 en art. 45 Sr en art. 6 WVW of art. 5 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM9102 m.b.t. aan te leggen beoordelingsfactoren of sprake is van “hetzel
Bewijsklacht t.a.v. veroorzaken van gevaar op de weg. Het middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag. Het betoogt dat het uit de inhoud van bwm 9 blijkende gevaar voor de in desbetreffende verklaring genoemde X niet is veroorzaakt door het rijgedrag van verdachte, zoals dat
Oormerkverplichting. 1. Oormerken schending van in art. 36 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) neergelegde verbod op dierenmishandeling? 2. Verhouding Verordening (EG) nr. 21/2004 en Richtlijn 92/102/EEG. Ad 1. De opvatting dat verdachte niet kan worden verweten dat zi
1. Redelijke termijn en taakstraf. 2. Bij strafoplegging rekening houden met niet tenlastegelegde strafverzwarende omstandigheid. Ad 1. Het Hof heeft een taakstraf van 100 uren opgelegd. In de cassatiefase is de inzendtermijn met 21 dagen overschreden. CAG stelt voor met constate
Grondslagverlating? Tenlastelegging inleidende dagvaarding: 1. medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving; 2. medeplegen bedreiging. Na wijziging tenlastelegging in eerste aanleg: 1. primair: medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, 1. subsidiair: medeplegen van medeplic
-
-
-
Gebruik van verdovende middelen in liftportaal van parkeergarage, art. 54 (oud) APV Amsterdam. Is APV-bepaling verbindend, nu deze in strijd is met ‘’lex certa-beginsel”? Rb heeft geoordeeld dat bewezenverklaarde overtreding oplevert van art. 54 (oud) APV Amsterdam. In vonnis bes
1. Inhoud situatieschets niet vermeld; het proces-verbaal is in zoverre niet bruikbaar voor het bewijs, doch dit is van ondergeschikt belang; de bewijsmiddelen bevatten voldoende feitelijke inhoud en zijn redengevend. 2. Bij T-kruising doorlopend trottoir; uitrit in de zin van ar
Kruising; verdachte kwam van rechts; was art. 41 RVV van toepassing? Ontoereikend bewijs.