Arbeidsrecht. Verhaal door werkgever op werknemers van verkeersboetes die aan de werkgever als kentekenhouder zijn opgelegd voor door werknemers tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden begane verkeersovertredingen; uitleg art. 7:661 BW.
Wegenverkeerswet 1994
Art. 181 WVW
Genoemd in 21 uitspraken · Officiële wettekst
21 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Wijziging tll en ‘hetzelfde feit’. Art. 313 Sv, art. 68 Sr, art. 21, aanhef en onder a, RVV 1990 en art 181.1 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM9102. Wijziging van een oorspronkelijk op art. 21, aanhef en onder a, RVV 1990 toegesneden tll. in een op art. 1
1. Bewijsklacht. Uit de bewijsmiddelen zou niet blijken dat verdachte houder van auto is. 2. Strafuitsluitingsgrond ex. art. 181, 2 (oud) WVW 1994. Ad 1. HR: Klaarblijkelijk heeft het Hof, in het bijzonder o.g.v. het geschrift dat het Hof als bewijsmiddel geeft gebezigd waaruit b
Herzieningsaanvrage. Aanvrager is veroordeeld t.z.v. overtreding van art. 20, aanhef en sub a RVV 1990, en stelt in de aanvrage dat deze overtreding niet door hem maar door een ander is begaan. Ex art. 181.1 WVW 1994 kan indien de bestuurder onbekend is gebleven de straf worden u
Ontzegging rijbevoegdheid (OBM) bij onbekend gebleven bestuurder. Art. 181 WVW 1994. Art. 62 jo. 92 RVV 1990. De bijkomende straf van OBM kan ook aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig worden opgelegd, indien deze wordt veroordeeld t.z.v. overtreding van art. 62 RVV 199
Katvanger. “Tenzij anders blijkt” a.b.i. art. 1.3 WVW1994. Verweerin hoger beroep: een katvanger kan niet worden gelijkgesteld aan eigenaar of houder. HR: met zijn overweging “ dat de wettelijke bedoeling van art. 1.3 WVW1994 juist opgang doet ingeval iemand, zoals i.c., als kat
Ontzegging rijbevoegdheid bij onbekend gebleven bestuurder. Mede gelet op de wetsgeschiedenis, kan o.g.v. art. 181.1 WVW 1994 aan de eigenaar of houder van het motorrijtuig de bijkomende straf van OBM worden opgelegd, indien deze wordt veroordeeld t.z.v. overtreding van art. 21 o
Conclusie AG. OM-cassatie. Vrijspraak van tenlastegelegde snelheidsovertreding van 49 km/h. Slagend middel omdat niet begrijpelijk is waarom het hof toepassing heeft gegeven aan art. 5 WAHV (geen zwaarwegende gronden om af te zien van staandehouding), nu de WAHV zich niet uitstre
Conclusie A-G. Herziening. Snelheidsovertreding begaan door een onbekend gebleven bestuurder van een personenauto waarvan de aanvrager eigenaar of houder is als bedoeld in art. 1 van de Wegenverkeerswet 1994. De aanvraag is gestoeld op de stelling dat de aanvrager – aan wie als e
Herziening. Snelheidsovertreding begaan door onbekend gebleven bestuurder van personenauto waarvan aanvrager eigenaar is, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990 jo. 181.1 WVW 1994. Veroordeling door Ktr waarna verdachte n-o is verklaard in zijn h.b. Het aangevoerde, nl. dat aanvrager o.g.v
Herziening. Snelheidsovertreding begaan door onbekend gebleven bestuurder van personenauto waarvan aanvrager eigenaar is, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990 jo. 181.1 WVW 1994. Veroordeling door Ktr waarna verdachte n-o is verklaard in zijn h.b. Het aangevoerde, nl. dat aanvrager o.g.v
OM-cassatie. Art. 181 WVW 1994. De vrijspraak van het Hof o.g.v. de omstandigheid dat t.t.z. in h.b. een getuige heeft verklaard bestuurder te zijn geweest en niet verdachte is onbegrijpelijk, nu dit immers niet maakt dat verdachte t.t.v. de overtreding geen eigenaar of houder wa
Ontzegging rijbevoegdheid (OBM) bij onbekend gebleven bestuurder. Art. 181 WVW 1994. Art. 62 jo. 92 RVV 1990. De bijkomende straf van OBM kan ook aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig worden opgelegd, indien deze wordt veroordeeld t.z.v. overtreding van art. 62 RVV 199
Militaire zaak. Hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr. HR herhaalt relevante overweging uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. In aanmerking genomen dat art. 139f Sr door de strafbaarstelling van het maken van een geheime opname strekt tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer, terwijl in
Wijziging tll en ‘hetzelfde feit’. Art. 313 Sv, art. 68 Sr, art. 21, aanhef en onder a, RVV 1990 en art 181.1 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BM9102. Wijziging van een oorspronkelijk op art. 21, aanhef en onder a, RVV 1990 toegesneden tll. in een op art. 1
HR: 81RO.
Art. 181.2 aanhef en onder a (oud) WVW 1994. Bekend maken bestuurder. Voor het verval van het vervolgingsrecht a.b.i. art. 181.2 aanhef en onder a (oud) WVW 1994 bestaat geen grond indien de door de eigenaar of houder opgegeven identiteitsgegevens van de bestuurder van het motorr
1. Bewijsklacht. Uit de bewijsmiddelen zou niet blijken dat verdachte houder van auto is. 2. Strafuitsluitingsgrond ex. art. 181, 2 (oud) WVW 1994. Ad 1. HR: Klaarblijkelijk heeft het Hof, in het bijzonder o.g.v. het geschrift dat het Hof als bewijsmiddel geeft gebezigd waaruit b
Herziening. Mbt de in de aanvrage gestelde omstandigheden kan niet worden gezegd dat de feitelijke stellingen die daaraan ten grondslag zijn gelegd de rechter die de veroordeling heeft uitgesproken niet bekend waren. Aanvraag kennelijk ongegrond.
Ontzegging rijbevoegdheid bij onbekend gebleven bestuurder. Mede gelet op de wetsgeschiedenis, kan o.g.v. art. 181.1 WVW 1994 aan de eigenaar of houder van het motorrijtuig de bijkomende straf van OBM worden opgelegd, indien deze wordt veroordeeld t.z.v. overtreding van art. 21 o
Herziening.