Art. 179.6 WVW1994; in mindering brengen op de duur van de OBM van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest. In aanmerking genomen dat het Hof klaarblijkelijk als vaststaand heeft aangenomen dat verdachte zijn rijbewijs op 21 september 2009 had ingeleverd in
Wegenverkeerswet 1994
Art. 180 WVW
Genoemd in 33 uitspraken · Officiële wettekst
33 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Rijden terwijl aan hem ontzegging van bevoegdheid motorrijtuigen te besturen was opgelegd (art. 9.1 WVW 1994). Heeft verdachte snorfiets bestuurd gedurende tijd dat hem bevoegdheid daartoe bij rechterlijke uitspraak was ontzegd? Anders dan Hof heeft geoordeeld, kan uit omstandigh
Art. 180.3 WVW 1994, tenuitvoerlegging OBM. Uit de bewoordingen van de in art. 180 WVW 1994 neergelegde regeling volgt dat juist is de opvatting dat aan de eisen van art. 180.3 WVW 1994 slechts is voldaan indien het daar bedoelde schrijven aan veroordeelde in persoon is uitgereik
Conclusie AG. OM-cassatie, klacht over oordeel rechtbank dat onder invordering als bedoeld in art. 164 lid 6 WVW 1994 moet worden verstaan de door de opsporingsambtenaar gedane vordering tot overgifte van het rijbewijs als bedoeld in art. 164 lid 1 WVW 1994, ongeacht of daarbij h
Conclusie AG. Drie middelen. Middel drie klaagt over de oplegging van de bijkomende straf tot ontzetting van het recht bepaalde beroepen uit te oefenen (art. 28 Sr). Besproken wordt onder meer de wettelijke regeling van die bijkomende straf, het begrip ‘beroep’ en de verhouding m
OM-cassatie. Beschikking op klaagschrift a.b.i. art. 164.8 WVW 1994. Teruggave van een buitenlands rijbewijs. Uit het samenstel van de bepalingen in art. 164.1-4 WVW 1994 volgt dat buitenlandse rijbewijzen kunnen worden ingevorderd en ingehouden in de gevallen bedoeld in art. 164
Art. 180.3 WVW 1994. Onherroepelijk vonnis? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BL3181 m.b.t. de vraag wanneer aan de eisen van art. 180.3 WVW 1994 is voldaan. ’s Hofs kennelijke oordeel dat is voldaan aan art. 180.3 WVW 1994 is gelet op de door het Hof vastgestelde geg
Gedaagde heeft via een uitzendbureau in de periode tussen 14 juni 2022 en 1 september 2022 werkzaamheden verricht voor eiser. Eiser heeft op 14 juni 2022 aan gedaagde een leaseauto ter beschikking gesteld voor het uitvoeren van zijn werkzaamheden (en voor privégebruik). Op 18 jul
Conclusie AG. Rijden tijdens ontzegging rijbevoegdheid, art. 9.1 WVW 1994. Kan uit bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte 'wist of redelijkerwijs moest weten' van OBM? Anders dan bij ongeldigverklaring rijbewijs (art. 9.2 WVW 1994), bepaalt art. 180.3 WVW 1994 voor OBM (art.
Conclusie AG. Overtreding van art. 8 lid 2 onder a WVW en art. 9 lid 1 WVW. Middel over 1) responsieplicht hof op verweer dat de onherroepelijkheid van het vonnis van de kantonrechter waarbij ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (OBM) is opgelegd niet vast sta
Vrijspraak van rijden tijdens OBM. Brief betreffende OBM en betekening onvoldoende om tot een bewezenverklaring te komen. Veroordeling ter zake van rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs.
Kort geding. Vordering tot teruggave rijbewijs afgewezen. Uitleg artikel 180 lid 7 Wegenverkeerswet, begrip “rechtens zijn vrijheid ontnomen".
Kort geding; In artikel 180 lid 7 WVW is bepaald dat de termijn van de rijontzegging wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde gedurende de ontzegging ‘rechtens zijn vrijheid is ontnomen’. In geschil is de vraag of hieronder tevens valt de periode die eiser heeft doorgebrach
onrechtmatige overheidsdaad? Moeten de in de CIS-databank geregistreerde data van aanvang en afloop van de opgelegde rijontzegging worden aangepast?
Conclusie AG over het nalaten te bevelen dat de tijd van invordering van het rijbewijs in mindering wordt gebracht op de voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid (als voorgeschreven door art. 179.6 WVW 1994). Omdat het verzuim zich leent voor een herstelarrest, adviseert
Conclusie A-G. Art. 9 lid 2 WVW1994. Kon de verdachte weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? De A-G stelt zich, onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2015:1703, op het standpunt dat het feit dat de verdachte eerder was veroordeeld wegens overtreding van art. 9 lid 2 WVW1994
OM-cassatie. Beschikking op klaagschrift a.b.i. art. 164.8 WVW 1994. Teruggave van een buitenlands rijbewijs. Uit het samenstel van de bepalingen in art. 164.1-4 WVW 1994 volgt dat buitenlandse rijbewijzen kunnen worden ingevorderd en ingehouden in de gevallen bedoeld in art. 164
HR: art. 81.1 RO.
Art. 179.6 WVW1994; in mindering brengen op de duur van de OBM van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest. In aanmerking genomen dat het Hof klaarblijkelijk als vaststaand heeft aangenomen dat verdachte zijn rijbewijs op 21 september 2009 had ingeleverd in
Art. 180.3 WVW 1994. Onherroepelijk vonnis? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BL3181 m.b.t. de vraag wanneer aan de eisen van art. 180.3 WVW 1994 is voldaan. ’s Hofs kennelijke oordeel dat is voldaan aan art. 180.3 WVW 1994 is gelet op de door het Hof vastgestelde geg
De verdachte wordt ter zake zeven maal overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 weken, waarvan 15 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Bovendien wordt aan verdachte zeven maal de bevoegdheid motorrijtuigen
Art. 180.3 WVW 1994, tenuitvoerlegging OBM. Uit de bewoordingen van de in art. 180 WVW 1994 neergelegde regeling volgt dat juist is de opvatting dat aan de eisen van art. 180.3 WVW 1994 slechts is voldaan indien het daar bedoelde schrijven aan veroordeelde in persoon is uitgereik
Art. 180.3 WVW1994; tenuitvoerlegging ontzegging van de rijbevoegdheid eerst na uitreiking van een schrijven aan verdachte in persoon. Vzv. het middel berust op de opvatting dat het bewijs dat het schrijven aan verdachte ip is uitgereikt enkel geleverd kan worden d.m.v. een akte
Art. 180.3 WVW1994; tenuitvoerlegging ontzegging van de rijbevoegdheid eerst na uitreiking van een schrijven aan verdachte in persoon. Vzv. het middel berust op de opvatting dat het bewijs dat het schrijven aan verdachte ip is uitgereikt enkel geleverd kan worden d.m.v. een akte
HR: 81 RO.