OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven v
Wegenverkeerswet 1994
Art. 179 WVW
Genoemd in 219 uitspraken · Officiële wettekst
219 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verzekeringsrecht; devolutieve werking hoger beroep; samenloop WAM-verzekeringen; reikwijdte uitsluiting dekking / overtreding art. 8 WVW 1994 ontneemt bestuurder niet de wettelijke bevoegdheid een motorrijtuig te besturen; reikwijdte begrip “feit van algemene bekendheid” miskend
-
Art. 8. 3 en 4 (oud) WVW 1994. Het bestanddeel “zonder rijbewijs” van art. 8.4 (oud) 1994 moet worden uitgelegd als “zonder dat aan hem een rijbewijs is afgegeven”. Nu het Hof blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft vastgesteld dat het rijbewijs van verdachte ongeldig was verk
‘Bestuurder’ ex art. 179 WVW 1994. Onder ‘bestuurder’ in art. 163.1 en 2 WVW 1994 moet worden verstaan: degene die ervan wordt verdacht als bestuurder van een voertuig te hebben gehandeld in strijd met art. 8 WVW 1994, onder wie is begrepen degene t.a.v. wie de verdenking is gere
Bestuurder in de zin van de WVW 1994. ’s Hofs oordeel dat verdachte (die niet op de bestuurdersstoel zat) door het aantrekken van de handrem van een auto een bedieningsorgaan van die auto heeft gehanteerd waardoor de voortbeweging en rijrichting van die auto werden beïnvloed en a
Een ontzegging van de rijbevoegdheid kan alleen worden opgelegd aan bestuurder van een motorrijtuig (Art. 179 WVW 1994). Een automobilist die parkeert en vervolgens het portier opent, kan worden aangemerkt als bestuurder.
Kort geding; In artikel 180 lid 7 WVW is bepaald dat de termijn van de rijontzegging wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde gedurende de ontzegging ‘rechtens zijn vrijheid is ontnomen’. In geschil is de vraag of hieronder tevens valt de periode die eiser heeft doorgebrach
Bij noch krachtens de wet is voorzien in de mogelijkheid om de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen te ontzeggen bij overtreding van art. 107.1 WVW 1994 (vgl. HR ECLI:NL:HR:2011:BP4474).
Afwijzen getuigeverzoek. Het Hof heeft aan de afwijzing van het verzoek om een getuige te horen ten grondslag gelegd dat het horen niet van belang is i.v.m. enige door het Hof te nemen beslissing omdat de ‘herkenning van verdachte m.b.v. de enkelvoudige spiegelconfrontatie’ niet
‘Bestuurder’ ex art. 179 WVW 1994. Onder ‘bestuurder’ in art. 163.1 en 2 WVW 1994 moet worden verstaan: degene die ervan wordt verdacht als bestuurder van een voertuig te hebben gehandeld in strijd met art. 8 WVW 1994, onder wie is begrepen degene t.a.v. wie de verdenking is gere
-