Verzekeringsrecht; devolutieve werking hoger beroep; samenloop WAM-verzekeringen; reikwijdte uitsluiting dekking / overtreding art. 8 WVW 1994 ontneemt bestuurder niet de wettelijke bevoegdheid een motorrijtuig te besturen; reikwijdte begrip “feit van algemene bekendheid” miskend
Wegenverkeerswet 1994
Art. 179 WVW
Genoemd in 219 uitspraken · Officiële wettekst
219 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vordering tul en oplegging vervangende hechtenis die duur van niet tenuitvoergelegde vrijheidsstraf overstijgt, art. 14g en 22d Sr. Omzetting vier weken voorwaardelijke hechtenis in taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI
Bestuurder in de zin van de WVW 1994. ’s Hofs oordeel dat verdachte (die niet op de bestuurdersstoel zat) door het aantrekken van de handrem van een auto een bedieningsorgaan van die auto heeft gehanteerd waardoor de voortbeweging en rijrichting van die auto werden beïnvloed en a
Art. 179.6 WVW1994; in mindering brengen op de duur van de OBM van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest. In aanmerking genomen dat het Hof klaarblijkelijk als vaststaand heeft aangenomen dat verdachte zijn rijbewijs op 21 september 2009 had ingeleverd in
Strafmotivering, art. 359.5 Sv. Kan in de strafmotivering voor een eerdere veroordeling worden verwezen naar een strafbeschikking? Opvatting dat i.h.k.v. art. 359.5 Sv een onherroepelijke strafbeschikking niet kan worden gelijkgesteld met een onherroepelijke veroordeling door de
OM-cassatie. “Hetzelfde feit”, art. 68 Sr, art. 255a Sv, art. 8 en 9 WVW 1994. Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van “hetzelfde feit” i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 255a Sv dient de rechter in een geval als het onderhavige de in de strafbeschikking en de tll. omschreven v
Snelheidsovertreding, art. 62 jo. bord A1 RVV 1990. Hof heeft verdachte o.m. veroordeeld tot 8 maanden ontzegging bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, terwijl o.g.v. art. 164.1 WVW 1994 van verdachte overgifte van zijn rijbewijs was gevorderd en OvJ had besloten rijbewijs in t
Conclusie AG. Rijden onder invloed van alcohol (art. 8 lid 2 onder a WVW 1994). Aanhoudingsverzoek door niet-gemachtigde raadsvrouw ttz. in hoger beroep gedaan i.v.m. onverwacht afwezige verdachte. Afwijzing aanhoudingsverzoek toereikend gemotiveerd? Conclusie strekt tot vernieti
Conclusie AG. OM-cassatie, klacht over oordeel rechtbank dat onder invordering als bedoeld in art. 164 lid 6 WVW 1994 moet worden verstaan de door de opsporingsambtenaar gedane vordering tot overgifte van het rijbewijs als bedoeld in art. 164 lid 1 WVW 1994, ongeacht of daarbij h
Conclusie AG. Meermalen poging tot doodslag in het verkeer. Bijna frontale botsing met motoragent en flankaanrijding met achtervolgende politieauto. Middelen over voorwaardelijk opzet, m.n. het welbewust aanvaarden van het gevolg en de aanmerkelijke kans op overlijden. Conclusie
OM-cassatie. Art. 14g.1 Sr. Het Hof heeft de partiële tenuitvoerlegging van een eerder door de Rb opgelegde algehele rijontzegging gelast, met dien verstande dat het Hof heeft bepaald dat de ontzegging niet geldt t.a.v. het besturen van een landbouwtrekker ter uitvoering van aan
Verzekeringsrecht; devolutieve werking hoger beroep; samenloop WAM-verzekeringen; reikwijdte uitsluiting dekking / overtreding art. 8 WVW 1994 ontneemt bestuurder niet de wettelijke bevoegdheid een motorrijtuig te besturen; reikwijdte begrip “feit van algemene bekendheid” miskend
-
Rijden terwijl overgifte van rijbewijs is gevorderd, art. 9.7 WVW 1994. Wanneer verliest de vordering tot overgifte van rijbewijs a.b.i. art. 164.1 WVW 1994 haar rechtskracht? Was rechtsplicht tot overgifte van rijbewijs vervallen, nu voorafgaand aan bewezenverklaarde bij niet-on
Art. 8. 3 en 4 (oud) WVW 1994. Het bestanddeel “zonder rijbewijs” van art. 8.4 (oud) 1994 moet worden uitgelegd als “zonder dat aan hem een rijbewijs is afgegeven”. Nu het Hof blijkens de gebezigde bewijsmiddelen heeft vastgesteld dat het rijbewijs van verdachte ongeldig was verk
‘Bestuurder’ ex art. 179 WVW 1994. Onder ‘bestuurder’ in art. 163.1 en 2 WVW 1994 moet worden verstaan: degene die ervan wordt verdacht als bestuurder van een voertuig te hebben gehandeld in strijd met art. 8 WVW 1994, onder wie is begrepen degene t.a.v. wie de verdenking is gere
Art. 423.4 Sv. Partieel appel. Het Hof heeft voor een in eerste aanleg berecht feit, waarbij enkel voor dat feit de bijkomende straf was uitgesproken en dat feit wegens de beperking van het hoger beroep niet aan het oordeel van het Hof was onderworpen, de bijkomende straf verzwaa
Bestuurder in de zin van de WVW 1994. ’s Hofs oordeel dat verdachte (die niet op de bestuurdersstoel zat) door het aantrekken van de handrem van een auto een bedieningsorgaan van die auto heeft gehanteerd waardoor de voortbeweging en rijrichting van die auto werden beïnvloed en a
Een ontzegging van de rijbevoegdheid kan alleen worden opgelegd aan bestuurder van een motorrijtuig (Art. 179 WVW 1994). Een automobilist die parkeert en vervolgens het portier opent, kan worden aangemerkt als bestuurder.
Conclusie AG. Rijden onder invloed van alcohol (art. 8.2.a WVW 1994). Bestanddeel “onderzoek” a.b.i. art. 8.2.a WVW 1994. Sprake van schending strikte waarborgen nu uit uitslagformulier ademonderzoek blijkt dat kalibratiecontroleresultaat meer dan 5% afwijkt van kalibratiegasconc
Vrijspraak art. 6 WVW. Geen aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Veroordeling art. 5 WVW. Ongeval met een vrachtwagen met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge. Taakstraf voor de duur van 40 uur en OBM van 6 maanden met aftrek.
De rechtbank veroordeelt een 39-jarige tot een gevangenisstraf van acht maanden en ontzegt zijn bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor drie jaren. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het veroorzaken van een verkeersongeval. Ten gevolge van het ongeval is ee
Conclusie AG. Rijden onder invloed van middelen (art. 8 lid 5 WVW 1994). Het hof heeft verzuimd de tijd die het rijbewijs al ingetrokken is geweest af te trekken van een (voorwaardelijke) ontzegging motorrijtuigen te besturen. Belang bij cassatie bij een kennelijke fout die zich
De rechtbank veroordeelt een 59-jarige man tot een taakstraf van 200 uren en een voorwaardelijke ontzegging van zijn bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor een jaar. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer gevaarlijk rijgedrag en heeft daardoor een ernstig
De rechtbank veroordeelt een 24-jarige vrouw tot een taakstraf van 120 uren en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van zes maanden. De verdachte heeft door aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag een verkeersongeval ver